1-2
Zins bouw voor normale zinnen en vragen.
maak een kopie van oefeningen en deel het met mij
3-4
Knip en plak de volgende zinnen samen. (de werkwoorden zijn niet vervoegd)
Duid de ONDERWERP en de WERKWOORD aan
Ann droogt haar handen aan de handdoek af
De lerares neemt de spons en ze droogt het bord af
De mannen gaan op de stoel zitten
Hij legt de krant op de stok
Ik ga naar de deur en ik doe het licht aan
Ik giet een beetje water in de fles
Ik neem dertien stiften en ik kleur op het papier
Ik schrijf mijn naam op het bord.
Ik sta recht en ik draai om en ik neem het krijtje
Jij loopt naar het bord en je schrijft jouw naam op het bord
1: Schrijf een korte verhaal van 5 simpele zinnen met de volgende woorden. Voeg nodige woorden toe zodat er een onderwerp, persoonsvorm (ww), en rest is.
Doktor vallen
Zus lopen
Moeder bellen
Grootvader hebben
Klasgenoot duwen