1-2
Woordenschat:
Neem de Quiz over woordenschat van Ziek Zijn
Niewe Woordenschat: De Dokter
Open jouw kopie van Oefeningen van de vorige les.
Bij de Huisarts
Grammatica
De ontkenning
lees wat een een ontkenning is.
Open jouw kopie van Oefeningen van de vorige les.
werk alle oefeningen af.
guess who kaart
3-4
Als je iets kunt tellen, gebruik je geen (meestal). Verplaats het lidwoord met een nummer om te zien of het werkt.
Ze drinkt ______ koffie
De koffie is ______warm
In de supermarkt zijn er ________groene bananen meer
Maarten heeft ____ geslapen.
De reis naar Boedapest duurt ____________lang meer
Ik begrijp __________ van die wiskundige formules.
We hebben __________ tijd om dit project af te ronden.
Hij heeft __________ idee waar hij naartoe moet.
Er is __________ ruimte voor misverstanden.
Deze school heeft __________ programma's voor buitenlandse studenten.
Hij heeft __________ vrienden in deze stad.
Er is __________ melk in de koelkast.
Zij heeft __________ interesse in sport.
De vergadering had __________ doel.
Het restaurant serveert __________ vegetarische gerechten.
We hebben __________ genoeg geld voor die aankoop.
Het was __________ mijn bedoeling om je te storen.
Er is __________ ruimte voor fouten in dit plan.
Zij heeft __________ ervaring met dit soort technologie.
Voor een prepositie (niet)
Zonder Prepositie (geen)
Hij heeft __________ interesse in sport.
We hebben __________ tijd voor dit weekend.
Er is __________ ruimte voor fouten.
Hij kijkt ______ naar zijn favoriete serie
Zij heeft __________ ervaring in die sector.
Het was __________ mijn bedoeling om je te kwetsen.
Ze hebben __________ geld voor hun reis.
Sarah kan absoluut _______ zonder telefoon.
Er is __________ plek voor het concert vanavond.
Hij heeft __________ ervaring in het oplossen van deze problemen.
We hebben __________ tijd voor dit project.
Een sport is _________zonder gevaar.
Ik ken hem _____
Dit is ____mijn kat, het is jouw kat.
Ik ken bijna ______ enkele voetballer.
We hadden ______deze route moeten nemen.
Ik heb helemaal________ kat
Is er er maar één van? Gebruik niets.
Het is ___________het beste restaurant.
Ik heb de Eiffeltoren nog ________gezien.
Het is _________goed restaurant.
Waarom heb je _____ dokter gebelt?
Ik heb _______ monument gezien.
Waarom heb je Sandra _______ gebelt?
Ik spreek _____ Engels.
Hij spreekt ______ Frans.
We begrijpen _____ woord Spaans.
Hij heeft _____ geleerd over Koreaanse cultuur.
Hij heeft ______ geleefd in een Spaanssprekend land.
Ze zijn ____ opgegroeid met Chinees als moedertaal.
Altijd GEEN behalve wanneer er de kombinatie niet/maar is
Er zijn _____ tien mensen aanwezig in de kamer.
We hebben ______ vijfhonderd euro bij ons.
Er was _____ enkele auto op de weg.
Hij heeft _____ vijf broers, maar drie.
We hebben _______ twintig minuten gewacht, maar vijftien.
Ze hebben _______ tien boeken, maar slechts zes.
Hij eet ____ drie keer per dag, maar slechts twee.
We hebben _____ enkel boek over dat onderwerp.
Ze gaan ____ twee keer per maand naar de bioscoop, maar slechts één keer.
Er waren ______ vijftig mensen op het feest, maar dertig.
We hebben ____ drie kinderen, maar vier.
Lees de vragen en bespreek met je leerkracht:
Ga je vaak naar de huisarts? Waarvoor?
Wie gaat met je mee naar de huisarts?
Kun je aan de huisarts uitleggen wat je klachten zijn?
Kijk naar de plaatjes en lees het verhaaltje. Leg uit wat er aan de hand is.
Luister naar het gesprek Bij De Huisarts en geef antwoord:
Wat is de klacht van mevrouw Winter?
Mevrouw Winter krijgt een recept van de huisarts. Welke medecijn(en) staat op het recept?
Bekijk de folder van Huisarts Boeijen. Antwoord de volgende vragen
Het is Zaterdag 15:00 uur. Je dochter van zeven maanden is ziek. Ze heeft hoge koorts en ze wil niet drinken. Je wilt naar de dokter. Welk telefoonnummer moet je bellen?
Luister naar je leerkracht. Zeg de zinnen na.
Gesprek 1
Goedemorgen mevrouw Winter.
Goedemorgen dokter.
Wat kan ik voor U doen?
Ik heb jeuk.
U krijgt van mij een zalf.
Hoe lang moet ik de zalf gebruiken?
Alstublief, het recept.
Bedankt dokter.
Dag mevrouw. Sterkte ermee!
Gesprek 2
Goedemorgen Jay.
Dag dokter
What is er aan de hand?
Ik heb pijn in mijn rug.
Hoe lang heb je al pijn in je rug?
Drie dagen.
Ik ga even kijken.
Doe je trui maar uit.
Gesprek
Antwoord de vraag: What is er aan de hand?
Ik ben….
Ik voel me niet…
Ik heb pijn in mijn…
Ik heb….
Antwoord de vraag: Wat zijn je klachten?
Ik voel me niet goed.
Ik heb…
Ik ben….
Maak het gesprek compleet:
Je loopt op straat. Je voelt je niet goed. Je hebt rugpijn. Je ziet je oom. Hij vraagt hoe het met je gaat. Voer het gesprek.
Hoe gaat het met je?
……
Wat is er aan de hand?
…..
Ben je al bij de dokter geweest?
…..
Beterschap!
….
Praat samen: Jan voelt zich niet lekker. Beschrijf de plaatjes.
Je broer heeft zijn been gebroken. Schrijf een kort verhaal in tegenwoordige tijd waarin je zijn bezoek aan de dokter beschrijft.
Als je een klein sneetje hebt, kun je een kleine ________ gebruiken om het te bedekken.
Als je hoest en het niet overgaat, kan de dokter je een ________ voorschrijven.
Als je arm of been gebroken is, kan de dokter het in ________ zetten om het te laten genezen.
De dokter gaf me een ________ voor antibiotica om mijn infectie te behandelen.
Na de operatie gebruikten ze ________ om de wond te bedekken en te beschermen.
Als je koorts hebt, kun je een ________ nemen om de temperatuur te laten zakken.
De dokter gaf me een ________ om op de huiduitslag te smeren.
Als je allergisch bent voor een vaccinatie, kunnen ze je een ________ geven om de reactie te verminderen.
Als je ziek bent en niet naar school kunt gaan, heb je een ________ van de dokter nodig.
Waar ga je naartoe om medicijnen op te halen?
Antwoord: Ik ga naar de apotheek om medicijnen op te halen.
Waar kun je terecht voor spoedeisende medische zorg?
Antwoord:
Wat is een document dat informatie geeft over het gebruik en mogelijke bijwerkingen van een medicijn?
Antwoord:
Welk hulpmiddel wordt gebruikt om vloeibare medicijnen in het lichaam te injecteren?
Antwoord:
Wat is vereist om specifieke medicatie te verkrijgen bij de apotheek?
Antwoord:
Wat moet je maken om een consult met een dokter te regelen?
Antwoord:
Medicijn, ziekenhuis, afspraak, ziekenwagen, spreekuur, verpleegster, apotheek, inademen
Het was een gewone dag voor Anna. Ze voelde zich niet goed en haar keel deed pijn. Haar moeder besloot haar naar het ________ te brengen. In het ziekenhuis ontmoetten ze een vriendelijke ________, die Anna meenam naar de kamer van de dokter voor het ________.
De dokter onderzocht Anna en schreef een ________ voor dat ze moest innemen. Hij vertelde haar ook om diep ________ te ________ en langzaam weer uit te ademen. Anna voelde zich een beetje beter na het bezoek aan de dokter, maar haar moeder moest nog wat medicijnen kopen bij de ________.
Plotseling hoorden ze een luide sirene buiten. Het was de ________, die met hoge snelheid voorbijreed. Anna vroeg zich af wie er in lag en waar ze naartoe gingen.
Een paar dagen later, nadat Anna de medicijnen had ingenomen, voelde ze zich veel beter. Haar moeder belde het ziekenhuis om een ________ te maken voor een controle om te zien hoe het met Anna ging.
Dokter: Goedemorgen! Hoe gaat het met u vandaag?
Patiënt: Hallo dokter, nou, ik voel me eigenlijk niet zo goed. Ik heb de laatste dagen last van een vervelende hoest en een beetje koorts.
Dokter: Ik begrijp het. Hoelang heeft u deze symptomen al gehad?
Patiënt: Ongeveer vijf dagen nu. Het begon met een zere keel en daarna ontwikkelde de hoest zich.
Dokter: Heeft u nog andere symptomen opgemerkt? Bijvoorbeeld kortademigheid of pijn op de borst?
Patiënt: Gelukkig niet, maar ik voel me wel erg moe en heb wat hoofdpijn.
Dokter: Oké, laten we uw temperatuur even opmeten en uw longen controleren. neemt de temperatuur op U heeft inderdaad wat koorts. Laten we een stethoscoop gebruiken om naar uw longen te luisteren. luistert naar de longen
Patiënt: Maakt u zich zorgen, dokter?
Dokter: Nou, op basis van uw symptomen en het fysieke onderzoek, vermoed ik dat u een virale infectie heeft die uw luchtwegen aantast. Maar laten we voor de zekerheid een paar tests doen om een nauwkeurige diagnose te stellen.
Patiënt: Moet ik me zorgen maken dat het iets ernstigs is?
Dokter: Laten we niet meteen op de zaken vooruitlopen. Het kan zijn dat het gewoon een griepachtige infectie is, maar we willen zeker zijn. Ik zal wat bloedonderzoek en een röntgenfoto van uw borst laten doen om een beter beeld te krijgen.
Patiënt: Oké, dank u wel, dokter. Ik maakte me gewoon een beetje zorgen.
Dokter: Dat begrijp ik, maar laten we stap voor stap gaan en dan bekijken we samen wat het beste behandelplan is voor uw herstel. In de tussentijd, neem wat rust en zorg goed voor uzelf.
Patiënt: Dat zal ik doen, bedankt voor uw hulp, dokter.
Dokter: Graag gedaan. We zullen ervoor zorgen dat u zich snel beter voelt.
Wat zijn de symptomen die de patiënt ervaart?
Hoe lang heeft de patiënt al last van deze symptomen?
Welke andere symptomen heeft de patiënt behalve hoest en koorts?
Welk fysiek onderzoek voert de dokter uit om de patiënt te evalueren?
Wat is de voorlopige diagnose van de dokter?
Welke tests stelt de dokter voor om een nauwkeurige diagnose te stellen?
Wat is de houding van de dokter ten opzichte van de zorgen van de patiënt?
Hoe verzekert de dokter de patiënt dat er een behandelplan zal worden opgesteld?
Wat suggereert de dokter dat de patiënt moet doen terwijl ze wachten op de testresultaten?
Hoe eindigt de conversatie tussen de dokter en de patiënt?
De patient belt voor een afspraak en spreekt met de verpleegster in een prive practijk.
De patient word afgezet in een ziekenhuis met zware buikpijn.
De dokter spreekt met een patient tijdens de spreekuren en het is een opvolg afspraak.