Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van de Hoge Middeleeuwen in wat nu Vlaanderen is.
Alexis: De Graven van Vlaanderen: de macht, de rol in de maatschappij, en de relatie met de Franse koning.
Lodi: De Gilden en Ambachten: hun ontstaan, structuur, economische functie en politieke rol in de opkomende steden.
Buzz: De Kerken en Kloosters: de invloed van de kerk in het dagelijkse leven, de rol van kloosters als centra van kennis en economie, en de architectuur.
Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van de Late Middeleeuwen en de Bourgondische Periode in wat nu Vlaanderen is.
Alexis: De Guldensporenslag: de oorzaken, de gebeurtenissen, de politieke gevolgen voor Vlaanderen en de symbolische waarde vandaag.
Lodi: De Bourgondische Hertogen: hoe kregen ze macht in Vlaanderen, hun beleid van centralisatie, en hun culturele invloed (bijvoorbeeld op kunst en architectuur).
Buzz: De Handel en de Hanze: het belang van de Vlaamse steden in het internationale handelsnetwerk, de rol van Brugge als handelscentrum, en de opkomst van koopmansfamilies.
Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van de Spaanse en Oostenrijkse periode in wat nu Vlaanderen is.
Alexis: De Tachtigjarige Oorlog in Vlaanderen: de oorzaken van de opstand, de rol van religie, de impact op de steden, en de uiteindelijke splitsing van de Nederlanden.
Lodi: De Barok in de Zuidelijke Nederlanden: hoe de kunst van Rubens en de architectuur de religieuze heropleving en de Spaanse heerschappij weerspiegelen.
Buzz: De Oostenrijkse Keizers in Vlaanderen: de verlichte hervormingen van keizer Jozef II, de weerstand die hij ontmoette, en het einde van de oude structuren.
Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van de Franse en Nederlandse periode in wat nu Vlaanderen is.
Alexis: De Franse Revolutie en de impact op Vlaanderen: de afschaffing van de gilden en adel, de invoering van de dienstplicht, en de Boerenkrijg als reactie.
Lodi: Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: de hereniging met het noorden onder koning Willem I, zijn beleid om de economie te stimuleren, en de redenen voor de Belgische Revolutie.
Buzz: Napoleon Bonaparte in de Zuidelijke Nederlanden: zijn hervormingen in bestuur en recht (bv. de Code Civil), de impact op het onderwijs en de economie, en de bouw van wegen en kanalen.
Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van het begin van de Belgische staat en de opkomst van de Vlaamse Beweging.
Alexis: Het Taalprobleem in de Nieuwe Staat: hoe de Franse taal de dominantie kreeg in het bestuur en het onderwijs, en de eerste protesten hiertegen.
Lodi: De Vlaamse Beweging: het ontstaan, de belangrijkste figuren (zoals Jan Frans Willems en Hendrik Conscience), en de eerste resultaten die ze boekten.
Buzz: De Industrialisatie in Vlaanderen: hoe de steden groeiden door de komst van fabrieken, de erbarmelijke werkomstandigheden en de opkomst van socialistische bewegingen als reactie daarop.
Opdracht: Jij bereidt een spreekbeurt van 15 minuten voor over een aspect van de aanloop naar en de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen.
Alexis: De Belgische Politiek in het Interbellum (1918-1939): de politieke instabiliteit en de opkomst van extreemrechtse partijen, zoals het VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond), en de neutraliteitspolitiek.
Lodi: Het Dagelijkse Leven onder Duitse Bezetting: de rantsoenering, de dwangarbeid, het verzet en de collaboratie in Vlaanderen.
Buzz: De Jodenvervolging in België: hoe de deportaties van Joden naar concentratiekampen verliepen, de rol van de Belgische autoriteiten en de daden van verzet en hulp.
Boek
Gebruik minstens één boek uit de bibliotheek dat je al hebt uitgeleend.
Verwerk dit als primaire bron in je spreekbeurt.
Online onderzoek
Je mag aanvullend online bronnen gebruiken, maar ze moeten Nederlandstalig zijn (bijvoorbeeld: digitale encyclopedieën, historische verenigingen, Vlaamse musea, universiteiten).
Geen Wikipedia als hoofdbron – enkel als startpunt en dan verder klikken naar betrouwbare bronnen.
APA-stijl
Alle bronnen (boek en websites) moeten correct worden opgenomen in een literatuurlijst in APA-stijl.
Zorg dat je in je spreekbeurt ook mondeling verwijst naar je bronnen (“Volgens historicus X (jaar)…”)
Inleiding: Korte situering van het onderwerp in de middeleeuwse tijd (periode, context).
Hoofddeel:
Discussie van onderwerp
Afsluiting: Waarom was dit belangrijk voor Vlaanderen in de? Welke sporen zie je vandaag nog?
Aan het einde van je spreekbeurt maak je een kort testje voor je medestudenten (5 vragen, meerkeuze of open) om te checken of ze hebben opgelet en de kern begrepen hebben.
Duur: 15 minuten (plus 5 minuten voor vragen/discussie).
Presentatiehulpmiddel: PowerPoint, Prezi, handouts of ander visueel materiaal zijn toegestaan.
Deadline: Zie Managebac.
Inhoud - /10
Relevantie, volledigheid, juistheid van de informatie
Bronnen en APA /5
Correct gebruik van boek en minstens 1 betrouwbare Nederlandstalige site
Structuur & Spreekstijl /5
Duidelijke opbouw, verstaanbaar spreken, binnen tijdslimiet
Creativiteit/Didactiek /5
Gebruik van visueel materiaal en kwaliteit van het testje
Totaal /25
Schrijfopdracht: Reflectie op jouw werk in "Identiteiten"
Doel: In deze opdracht ga je dieper in op jouw leerproces en groei. Door te reflecteren op je werk, krijg je inzicht in je sterke punten, ontwikkelingsgebieden en hoe je deze kennis in de toekomst kunt toepassen.
In te leveren
1: outline:
geen volledige zinnen behalve voor thesis zinnen en citaten
2: volledige text :
800 woorden
APA
Kies een specifiek aspect van de unit waar je op wilt nadenken. Dit kan bijvoorbeeld een bepaald project, een theorie die je moeilijk vond, een feedbackgesprek of een algemene indruk van de hele unit zijn.
Stel jezelf de volgende vragen:
Wat heb ik geleerd in deze unit?
Welke vaardigheden heb ik ontwikkeld?
Wat vond ik makkelijk en wat moeilijk?
Waar ben ik trots op?
Wat zou ik de volgende keer anders doen?
Hoe kan ik deze kennis toepassen in andere vakken of in mijn dagelijks leven?
Maak een eenvoudige outline van je reflectie. Denk aan een inleiding, middenstuk en conclusie.
Citeer alleen je eigen werk, maar zorg dat je het in elke hoofdpunt citeert.
Inleiding:
Begin met een pakkende openingzin die de lezer nieuwsgierig maakt.
Geef een korte samenvatting van het onderwerp waar je over gaat schrijven.
Stel een duidelijke doelstelling voor je reflectie.
Middenstuk:
Beschrijf specifieke voorbeelden uit je werk om je punten te ondersteunen.
Gebruik de "ik"-vorm om je persoonlijke ervaringen te delen.
Analyseer je ervaringen en probeer te begrijpen waarom iets je makkelijk of moeilijk viel.
Verbind je reflectie met de theorie die je in de unit hebt geleerd.
Conclusie:
Vat de belangrijkste punten samen.
Formuleer een conclusie over wat je hebt geleerd en hoe je deze kennis in de toekomst zult gebruiken.
Beëindig je reflectie met een krachtige laatste zin.
Let op:
Wees specifiek: Gebruik concrete voorbeelden om je reflectie levendig te maken.
Wees eerlijk: Schrijf over je sterke punten, maar ook over je uitdagingen.
Houd je aan de tijd: Zorg dat je genoeg tijd hebt voor elk onderdeel van de opdracht.
FAAM is een website over het geschiedenis van Vlaanderen.
Zoek op de kaart 3 historische evenementen die plaats namen in een dorp of stad die voor jou belangerijk is ( je woont er, je familie woont er, of je gaat er vaak) Maak een google slides (of dergelijk) met minstens
2 slides per evenement
1 met data
1 met hoe dit mogelijk jouw wereld aanschouwing verandert of vormt
1 foto per slide
title pagina
bibliografie