Basisregel: geen is onbepaald, dus geen is de negatieve vorm van een.
Probleem: in het meervoud is er geen een, maar wel geen. Hetzelfde probleem hebben we bij ontelbare woorden:
Ik zie een zebra.
→ Ik zie geen zebra.
Ik zie zebra's.
→ Ik zie geen zebra's.
Ik heb geluk.
→ Ik heb geen geluk.
Maar:
Hij lijkt op een zebra.
→ Hij lijkt niet op een zebra.