belangerijke informatie
onderwerp en persoonsvoorm staan meestal naast elkaar
hoofdzin kun je niet weglaten
Zelfstandig
minder belangerijke informatie
onderwerp en persoonsvorm staan NIET naast elkaar
bijzin kun je vaak vervangen door één woord.
Afhankelijk
begint met een voegwoord
Een zin waar één persoonsvorm in staat, is altijd een hoofdzin (independent clause). Een hoofdzin kan namelijk een zelfstandige zin zijn, terwijl een bijzin altijd een afhankelijke zin (subordinate clause) is. Een bijzin kan dus nooit op zichzelf staan (vandaar de naam bijzin).
Kijk maar eens naar de volgende zinnen:
Groen = hoofdzin
Geel = bijzin
Joris loopt altijd naar school, terwijl hij een elektrische fiets in de schuur heeft staan.
Omdat Joris slechts 5 minuten hoeft te lopen, heeft hij zijn fiets niet nodig.
Joris vindt lopen leuk en Joris houdt niet van fietsen.
In de zinnen is met kleur aangegeven wat de hoofdzin en wat de bijzin is. Het onderwerp en de persoonsvorm zijn onderstreept. In de eerste zin heb je dus te maken met een hoofdzin en een bijzin. De tweede zin bestaat uit een bijzin met een hoofdzin en de derde zin bestaat uit twee hoofdzinnen.
Het is natuurlijk handig als je zelf goed weet hoe je hoofdzinnen en bijzinnen kunt herkennen in een samengestelde zin. Daarom geven we je nu een aantal voorbeelden. Die voorbeelden werken we stap voor stap uit.
De eerste zin:
Een slang kan heel goed kruipen, maar hij kan niet lopen.
Dit zijn 2 aan elkaar geplakte hoofdzinnen. Dat zie je goed als je er 2 enkelvoudige zinnen van maakt. Daarvoor hoef je alleen het voegwoord ‘maar’ weg te halen. Dan krijg je:
Een slang kan heel goed kruipen.
Hij kan niet lopen.
Zie je dat? Je hoeft nergens de volgorde van de woorden te veranderen.
Ook als je naar de persoonsvormen en onderwerpen kijkt, zie je dat ze in beide delen naast elkaar staan. En dat je in geen van beide delen het woordje ‘niet’ tussen het onderwerp en de persoonsvorm kunt plaatsen.
Nu geven we je een voorbeeld van een samengestelde zin waarin een hoofdzin en een bijzin zitten:
Mo ging naar de voetbaltraining, nadat hij zijn huiswerk had gemaakt.
Als je hier het voegwoord ‘nadat’ weghaalt, kun je deze 2 enkelvoudige zinnen maken:
Mo ging naar de voetbaltraining.
Hij had zijn huiswerk gemaakt.
Het eerste deel is een hoofdzin, want daar hoef je niets aan te veranderen. Het tweede deel moet je wel veranderen om er een goede zin van te maken. Dat betekent dat dat deel een bijzin is. Je kunt dat ook zien als je naar de plaats van het onderwerp en de persoonsvorm kijkt. In dit tweede deel staan die 2 zinsdelen niet naast elkaar.
Misschien heb je wel eens gehoord van de termen nevenschikking en onderschikking. Die hebben alles te maken met samengestelde zinnen.
Een samengestelde zin die bestaat uit 2 hoofdzinnen noem je een nevenschikking. We leggen je uit waarom:
‘Neven’ is een oud-Nederlands woord voor ‘naast’. De 2 zinnen waaruit de samengestelde zin bestaat, zijn even belangrijk. Het zijn namelijk 2 hoofdzinnen. Ze staan qua belangrijkheid dus naast elkaar.
Als de samengestelde zin bestaat uit een hoofdzin en een bijzin, spreek je van een onderschikking. De bijzin is minder belangrijk dan de hoofdzin. Je kunt dan ook zeggen dat de bijzin ondergeschikt is aan de hoofdzin.