De Oude Talen onderzocht
De eerste religieuze tekst zou rond het jaar 785 zijn opgeschreven en luidt als volgt: 'ec gelobo in got allmechtigen fadaër / ec gelobo in crist, godes suno / ec gelobo in halogem gost'. Het betreft de oudst bewaarde doopgelofte, gevonden te Utrecht. De “Utrechtse doopgelofte,” ook wel bekend als de "Oudsaksische doopgelofte", stamt uit het einde van de 8e eeuw (tussen 776 en 800). Deze christelijke tekst werd gebruikt om de bewoners van door de Karolingen onderworpen gebieden hun geloof in de oude Germaanse religie te laten afzweren en hun geloof in God de Vader, Christus als Gods Zoon, en de Heilige Geest te bevestigen. De doopgelofte is geschreven in een mix van verschillende West-Germaanse dialecten, waaronder Oudengels, Oudnederlands en Oudsaksisch. Dit maakt het een belangrijk document voor de studie van deze oude talen. De tekst is overgeleverd in een manuscript uit de 9e eeuw, dat bewaard wordt in de Biblioteca Apostolica Vaticana in Rome.
© 2016 F.N. Heinsius