De Opstanding wordt door de evangelisten verschillend beschreven, maar over één ding zijn ze het eens: Maria Magdalena was er bij. Wie was Maria Magdalena, of Maria van Magdala, zoals ze ook wel wordt genoemd? Van haar wordt verteld, dat Christus 7 boze geesten uit haar verdreef (Marcus 16:9, Lukas 8:2) en dat zij hem volgde, en dus dat zij getuige was van Zijn opstanding. Het bekendste tekst over haar is Joh. 20:1-18. Bij Johannes is Maria de enige vrouw die naar het graf gaat. Ze ontdekt dat de steen weggerold is, en gaat dat aan Johannes en Petrus vertellen. Die gaan naar het graf, zien dat het leeg is, en gaan terug. En dan (11-17) Maria was buiten bij het graf blijven staan en huilde. Onder het huilen boog zij zich voorover naar het graf en zag twee engelen in het wit gekleed; ze zaten op de plaats waar het lichaam van Jezus had gelegen, de een aan het hoofd-, de andere aam het voeteneinde. “Vrouw, waarom huilt u?” vroegen ze haar. “Ze hebben mijn Heer weggehaald”, antwoordde ze, “en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd” Toen ze dat gezegd had, keerde ze zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. “Vrouw, waarom huilt u?”, vroeg Jezus haar. “Wie zoekt u?” Zij dacht, dat het de tuinman was en zei:
“Meneer, als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan zal ik hem terughalen”. “Maria!” zei Jezus tegen haar. Zij draaide zich om en zei in het Aramees: “Rabboeni!”. Dat betekent “Meester!” “Houd me niet langer vast”, zei Jezus, “want ik ben nog niet naar de Vader opgestegen. Maar ga naar mijn broeders, en vertel hun: “Ik ga nu opstijgen naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.” En dat doet Maria dan.
In het boek Handelingen komt ze niet voor, en ook in de brieven wordt ze niet genoemd, ook niet als Paulus de getuigen van de opstanding opsomt (1 Kor. 15:4-7).
Trouwens, de andere vrouwen ook niet.
Maar buiten het Nieuwe Testament om bestaan er veel verhalen over haar.
Zo zijn er in 1945 in Nag Hammadi perkament-rollen in een kruik gevonden, die daar sinds de vierde eeuw na Christus moet hebben gelegen. Ze zijn dus ouder dan de oudste handschriften van het Nieuwe Testament. Het zijn vertalingen in het Koptisch van geschriften geschreven door aanhangers van de Gnostiek.
Die waren in die tijd als ketters veroordeeld, en daarom zullen de rollen verborgen zijn.
Men denkt dat de originele geschriften in ca. 150 zijn geschreven.
Eén van die geschriften heet: Het Evangelie van Philippus, en hierin speelt Maria Magdalena een ongewone rol. Ze is daarin de gelijke van de apostelen, of misschien wel de belangrijkste. En de suggestie wordt gewekt, dat zij, en niet Johannes, de leerling was die Jezus liefhad. En dat Petrus daarom een hekel aan haar had.
Johannes spreekt het hele Evangelie door over de discipel die Jezus liefhad. Nergens wordt een naam genoemd, maar het moet wel een man zijn. Men neemt aan dat het Johannes zelf is. Maar in dit werk wordt dus gesuggereerd dat het Maria Magdalena was.
Het zou een heel andere lading geven aan de tekst: “Eén van hen, de leerling van wie Jezus bijzonder veel hield, rustte dicht tegen Jezus aan” (Joh. 13:23)
Ook de in het algemeen vrouw-onvriendelijk kerkvaders, die de Gnostiek bestreden, geven in hun bestrijding aan dat Maria Magdalena veel belangrijker was dan in later tijd.
Als het Christendom heeft gewonnen, en de kerk interessant wordt voor de eerzuchtigen (meest mannen), wordt de rol van Maria Magdalena nog verder teruggedrongen. Paus Gregorius de Grote (ca. 600) stelt officiëel vast dat ze een hoer was: ze zou de vrouw zijn die in Lukas 7:36-50 de voeten van Jezus wast (in 1969 ingetrokken).
Ook verder waren er veel verhalen over haar.
Zo zou ze dezelfde persoon zijn als Maria van Bethanië.
Anderen veronderstellen, dat ze met Jezus getrouwd was. Een Joodse rabbi werd verondersteld getrouwd te zijn, en met wie anders zou Jezus getrouwd geweest kunnen zijn? Na Zijn opstanding zou ze naar Frankrijk gegaan zijn, samen met Lazarus en Jozef van Arimathea. De laatste moest vluchten omdat hij het lichaam van Jezus gestolen zou hebben. En daarom horen we in de “Handelingen” niets over deze drie.
De meest bizarre theorie laat Jezus, die de kruisiging overleefd zou hebben, ook naar Frankrijk gaan, daar samen met Maria Magdalena een gezin stichten, en de voorvader worden van de Merovingen, koningen van Frankrijk.
De bekendste van dit huis is Clovis, die zich in 506 tot het Christendom bekeerde.
Zie ook De Da Vinci code, van Dan Brown.