lopende zaken
lopende zaken
Hieronder de actuele agendapunten en gesprekthema's van het Staco overleg.
Regionale afspraken m.b.t. stagelopen in een dagbestedingsvoorziening
Uit: DOE DE DINGES!
Gids voor de route-van-school-naar-werk professional in het VSO en PrO
Veel leerlingen van het VSO en PrO die niet doorleren, gaan direct na school aan het werk
veelal in een reguliere baan of soms in beschut werk. Dat is in deze tijd niet meer dan logisch, tenminste voor wie de kans krijgt en deze stap aankan. Of in jargon: voor leerlingen die arbeidsvermogen hebben. Maar zo vanzelfsprekend is deze stap nog niet zo lang. Vóór 2010 was de route naar werk weinig gebruikelijk. Veel leerlingen kwamen haast automatisch in de Wajong-uitkering terecht. Leerlingen die wel naar betaald werk werden geleid, vonden merendeels een baan in de sociale werkvoorziening. Maar sinds 2010, en zeker sinds de invoering van de Participatiewet in 2015, is het vizier voor veel leerlingen gericht op het verwerven van een plek op de reguliere arbeidsmarkt. Vaak met extra ondersteuning via een loonkostensubsidie, een jobcoach of een aangepaste werkomgeving.
Meer dan het regelen van een stageplek
Dat het vizier (veel) meer gericht is op de reguliere arbeidsmark, heeft gevolgen voor de manier waarop VSO- en PrO-scholen hun onderwijs (moeten) inrichten. Er is bijvoorbeeld veel meer aandacht voor loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB); het LOB-traject begint steeds vaker al in de onderbouw en scholen hebben meer en meer een
eigen LOB-traject (door)ontwikkeld om leerlingen tijdig en grondiger voor te bereiden op hun werkzame leven na school. In deze ontwikkeling past dat steeds meer scholen docenten vrijstellen om de traditionele stagecoördinatie aan te passen aan de eisen van deze tijd. Daarvoor worden op veel scholen aparte afdelingen ingericht die gespecialiseerd zijn in het gehele traject van arbeidstoeleiding voor de leerlingen. En dat gaat al lang niet meer alleen om het regelen van een stage, maar over alles wat kan bijdragen aan een vloeiende overgang van school naar werk.
Levend Netwerk
Stagecoördinatoren bouwen en onderhouden dagelijks een levend netwerk van werkgevers, werken intensief samen met gemeenten, met jobcoachorganisaties, met UWV en ga zo maar door. En natuurlijk gebeurt alles in nauw contact met leerlingen, ouders, mentoren, stagebegeleiders, docenten en leidinggevenden op school.
De trajectbegeleider voor de route van school naar werk krijgt steeds meer erkenning en ruimte binnen scholen. Dat is nieuw en niet altijd even makkelijk voor de schoolleiding, de collega’s en voor de trajectbegeleider zelf. De rollen en taakopvatting van de trajectbegeleider verschillen zoveel van die van de ‘traditionele’ stagecoördinator en doorsneeleerkracht, dat het tijd en aandacht kost om hier met zijn allen vertrouwd mee te raken. Om het in hedendaagse termen uit te drukken: alle betrokkenen hebben er een rol in om de nieuwe professionals op school, de trajectbegeleiders, ‘in hun kracht te zetten’. Daarin speelt het werken aan en het werken vanuit vertrouwen een belangrijke rol.
Voor het vervullen van de nieuwe rol zijn bepaalde competenties van belang. Competenties die een trajectbegeleider in de loop der tijd bij zichzelf aanboort en verder ontwikkelt. We gaan er kort op in.
Rol 1: Verbinden
Voor de rol van verbinder zijn de volgende competenties van belang:
• Netwerken
• Organisatiegevoeligheid
De rol ‘verbinden’ verwijst ernaar dat een trajectbegeleider niet gericht is op korte-termijn taken en -doelen (‘scoren’); een trajectbegeleider werkt ‘op de lange termijn’. Ze bouwt langdurige relaties op met mensen binnen en buiten de eigen organisatie of die van haar opdrachtgever(s). (Extern) Netwerken en bewust schakelen met de betrokken afdelingen (organisatie-gevoeligheid) zijn dan ook de belangrijkste competenties van de trajectbegeleider om de rol van het verbinden te kunnen vervullen.
Rol 2: Communiceren
Voor het communiceren zijn de volgende competenties van belang:
• Impact realiseren
• Luisteren
Communiceren klinkt als een logische en eenvoudige rol, maar in combinatie met het verbinden (rol 1) gaat communiceren verder dan contact opnemen en onderhouden. Het betekent dat de trajectbegeleider altijd bewust bezig is om haar boodschap hoe dan ook over te brengen en waar nodig te ‘vertalen’. Zij is daarvoor erg gemotiveerd en zal er alles aan doen om haar partner mee te krijgen in haar enthousiasme. Dat betekent niet dat de trajectbegeleider een drammer is en alleen oor heeft voor haar eigen boodschap. Communiceren (en verbinden) betekent ook: heel goed naar de ander luisteren. Alles wat de ander belangrijk vindt, moet ook op tafel komen en daar doet de trajectbegeleider moeite voor. Pas dan ontstaat een (h)echte relatie.
Rol 3: Ondernemen
Voor het ondernemen zijn de volgende competenties van belang:
• Initiatief
• Aanpassingsvermogen
Veelal is de trajectbegeleider afhankelijk van haar netwerk om haar doelen te bereiken. Daar is de trajectbegeleider zich volledig van bewust. Maar de trajectbegeleider weet ook dat als zij zaken voor elkaar wil krijgen, ze dan niet op de ander moet wachten. Ze stapt erop af, neemt initiatief, ook om eventuele drempels voor het behalen van succes weg te nemen. Daarnaast gebruikt de trajectbegeleider haar aanpassingsvermogen. Als de omstandigheden tussentijds veranderen (en dat gebeurt regelmatig in het werk van de trajectbegeleider) dan past zij zich, liefst in overleg met haar partners, zoveel mogelijk aan om haar doel alsnog dichterbij te krijgen.
Rol 4: Afstemmen
Voor het afstemmen zijn de volgende competenties van belang:
• Probleemanalyse
• Oordeelsvorming
• (netwerkgericht) Onderhandelen
De laatste cruciale rol van de trajectbegeleider is afstemmen. Wie sterk wil staan in een netwerk, moet zijn eigen vraagstuk goed doorgronden (probleemanalyse) en een visie hebben op de oplossing (oordeelsvorming). Maar daarmee is zij er nog niet. De trajectbegeleider weet heel goed dat andere deelnemers in het netwerk ook een eigen doel en visie op de oplossing hebben. Dus komt het aan op onderhandelen. Onderhandelen in een netwerk betekent dat je bewust op zoek gaat naar de doelen en belangen van je partners en probeert deze aan je eigen doelen en belangen te verbinden.
Hoe beoordeel je zelf jouw trajectbegeleider-competenties?
Doe de competentiescan: deroutevanschoolnaarwerk.nl/competentiescan
Doe de Dinges Gids voor de route-van-school-naar-werk professional in het VSO en PrO Hans Bosselaar (PDF)
Leeftijden stage toegestaan?
Vanaf 14 jaar met uren en licht werk beperking en getekende overeenkomst (PDF*).
Activiteiten t/m13 jaar vallen onder de regeling Maatschappelijke stages, mét overeenkomst, non-profit. Bij de maatschappelijke stage gaat het om vrijwilligerswerk. De school voert de regie, maar er is ook ruimte voor initiatief van leerlingen. Er zijn veel mogelijkheden om stageplekken te creëren.
Stagelopen bij ZZP-er? (Checklijst gezondheidsrisico's ZZP)*
Stage akkoord ouders voor alle volgende stages?
Dat is niet toegestaan omdat de stageovereenkomst een formele afspraak is tussen het bedrijf en de ouders/verzorgers als wettelijke vertegenwoordigers van de stagiair.
Groepsovereenkomst bij groepstage of arbeidstraining of individueel per ll.?
Dit is afhankelijke van de aan- of afwezigheid van een begeleider vanuit school (docent of arbeidstrainer), indien aanwezig is het een les buiten school, daarvoor hoeft geen individuele overeenkomst per ll. worden opgemaakt. De school regelt de verzekering/aansprakelijkheid wel d.m.v. een groepsovereenkomst.
Aanvullende verzekering of overeenkomst bij gebruikt rijdend materiaal (auto's trekkers en heftruck)?
Gebruik van motorrijtuigen tijdens stages en leerwerktrajecten (aanvullende verzekering)
Deze dekking in de stageverzekering is secundair, dus uitsluitend van kracht als de schade niet op een andere verzekering verhaalbaar is. U zult in de onderstaande gevallen eerst een beroep moeten doen op de verzekering van de stage biedende organisatie. Meeverzekerd voor aansprakelijkheid van stagiaires voor schade veroorzaakt door, met of aan:
a. tractoren of zelfrijdend landbouwmaterieel (al dan niet met daaraan gekoppelde objecten of ander niet gekentekend werkmaterieel), mits de schade is toegebracht door de stagiaire en verband houdt met de stagewerkzaamheden.
b. motorrijtuigen in het bedrijf of op het terrein van de stage biedende organisatie die toebehoren aan, of onder het beheer zijn van de stage biedende organisatie, mits de schade is toegebracht door de stagiaire en verband houdt met de stagewerkzaamheden tijdens het gebruiken en/of besturen van dat motorrijtuig in het bedrijf of op het terrein van de stage biedende organisatie.
Voor bovengenoemde 2 punten geldt dat er geen dekking is als de schade is ontstaan op de openbare weg.
c. ook voor stages waarbij gebruik wordt gemaakt van motorrijtuigen dient een stageovereenkomst (of leer/werk overeenkomst) te zijn opgesteld. Indien in genoemde overeenkomst, conform lid 2 van artikel 7:661 BW wordt
afgeweken van lid 1 van artikel 7:661 BW zal er slechts dekking bestaan als er aansprakelijkheid bestaat op grond van artikel 6:162 BW.
Dat betekent eenvoudig gezegd dat er alleen dekking is als de stagiair een onrechtmatige daad pleegt conform artikel 6:162 BW. Vorderingen van regres nemende verzekeraars van de stage biedende organisatie vallen buiten de dekking. Dat wil zeggen dat als de verzekeraar van de stage biedende organisatie de schade heeft vergoed, de school deze schade niet nog eens kan verhalen op haar verzekering. Voor aansprakelijkheid voor schade door/met bovenbedoelde motorrijtuigen geldt dat de dekking alleen van toepassing is voor het meerdere boven het bedrag dat de verzekerde (= de stage biedende organisatie) krachtens de wet verplicht is om te verzekeren. voor het meerdere boven het bedrag dat verzekerd is, als de schade de omvang van de verplichte verzekering overschrijdt.
Verder is onder deze dekking eventueel verlies van no-claimkorting als gevolg van een door de stagiair toegebrachte schade gedekt (rekening houdend met het genoemde eigen risico), tot een maximum bedrag van € 12.500 per aanspraak.
De dekking van deze verzekering is geen verzekering in de zin van de WAM (Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen). Dit is van belang omdat de wetgever dwingend heeft bepaald dat de eigenaar of houder van een motorrijtuig altijd aansprakelijk is voor schade die is gepleegd door of met zijn motorrijtuig, ook als men iemand laat rijden. Een stagebedrijf kan deze aansprakelijkheid dus nooit af wentelen op de stagiair of de school.
Ten aanzien van aansprakelijkheid voor schade aan bovenbedoelde motorrijtuigen geldt het volgende. Deze dekking geldt tot een maximum bedrag van € 12.500 per aanspraak. Hieronder is ook verzekerd eventueel verlies van no-claimkorting als gevolg van een door de stagiair toegebrachte schade. Ook hiervoor geldt dat deze dekking alleen van kracht is als de schade niet op een andere verzekering verhaalbaar is.