In zijn monumentale werk The Book of Acts in the Setting of Helenistic History heeft Colin Hemer voor de (zendings)reizen van Paulus (Handelingen 13 - 28) een overzicht gemaakt van 'specific local knowledge' (pp. 108-158). Op basis van Hemers werk heb ik het onderstaande overzicht gemaakt, waarbij ik de geverifieerde details per geografische regio gerangschikt heb. Enkele punten die Hemer noemt heb ik weggelaten, omdat het om details gaat waarover de kennis mogelijk wijdverspreid was, of waarvan de bevestiging wankel is. Verder heb ik aangegeven uit welke bronnen Lucas de details zou kunnen hebben overgenomen.
Levant
Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas (…) en Saulus. (…) Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus[.] (13:1, 4). Hier wordt correct aangegeven dat Antiochië niet aan zee lag en dat Seleucië de dichtstbijzijnde havenstad was. Lucas had deze informatie uit Strabo’s Geografie kunnen halen.
We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen en zeilden verder naar Syrië, waar we de haven van Tyrus binnenliepen. Daar moest het schip zijn lading lossen. (…) Wij gingen aan boord van het schip en de leerlingen keerden terug naar huis. Vanuit Tyrus kwamen we in Ptolemaïs aan, waar we onze zeereis beëindigden. We begroetten de broeders en zusters en bleven één dag bij hen. De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. (21:3, 6-8). De plaatsen Tyrus-Ptolemaïs-Caesarea worden in een logische volgorde genoemd. Tyrus en Ptolemaïs zijn beide havenplaatsen en daartussen kan dus per schip gereisd worden. De afstand tussen Ptolemaïs en Caesarea is ongeveer 60 km en kan dus te voet in een of twee dagen afgelegd worden als er geen schip beschikbaar is. De locatie van Ptolemaïs tussen Tyrus en Caesarea wordt niet expliciet gemaakt door Strabo, Plinius of Josephus, hoewel de informatie bij Josephus het mogelijk maakt om die locatie af te leiden.
De soldaten namen Paulus mee, zoals hun opgedragen was, en brachten hem ’s nachts naar Antipatris. (23:31). Antipatris is een logische tussenstop op de reis van Jeruzalem naar Caesarea.
Cyprus
Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. (13:4-5). Salamis, aan de oostkant van Cyprus, is een logische aankomstplaats voor een schip dat vanuit Seleucië komt. Dat Salamis aan de oostkant van Cyprus aan zee lag, wordt ook door Strabo vermeld.
Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. (…) Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen[.] (13:4-6). Pafos ligt aan de westkant van Cyprus en is dus een logisch eindpunt als vanuit Salamis heel het eiland doorgereisd (διελθόντες) wordt. De locatie van Pafos wordt ook door Strabo vermeld.
Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette en tot het gevolg behoorde van Sergius Paulus, de proconsul. (13:6-7). Pafos was de residentiestad van de proconsul van Cyprus.
Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. (13:13). Pafos lag aan zee en bezat een haven. Dit wordt ook door Strabo vermeld.
Centraal-Klein-Azië
Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. (…) Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië. (…) Maar zij schudden het stof van hun voeten als getuigenis tegen hen en vertrokken naar Ikonium. (…) Toen Paulus en Barnabas merkten dat Joden en niet-Joden samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden stenigen, vluchtten ze naar Lykaonië, waar ze in de steden Lystra en Derbe en omstreken het evangelie verkondigden. (13:13, 14, 51, 14:5-7). De route Perge-Antiochië-Ikonium-Lystra-Derbe lijkt een merkwaardige omweg, maar wordt volledig verklaard door het Taurusgebergte, dat tussen Perge en Lystra en Derbe ligt. De route via Antiochië is dus de snelste route van Perge naar Iconium en Lystra.
Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië (εἰς Πέργην τῆς Παμφυλίας) te reizen. (…) Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië (εἰς Ἀντιόχειαν τὴν Πισιδίαν). (13:13, 14). Lucas maakt onderscheid tussen ‘Perge van Pamfylië’ en ‘het Pisidische Antiochië’. De reden is dat Antiochië technisch gezien niet in Pisidië lag, maar in Frygië aan de Pisidische grens. Dit wordt ook door Strabo vermeld.
Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’ (14:11). Dat in Lystra een regionale taal gesproken werd, past goed bij het feit dat Strabo vermeldt dat er in het binnenland van Klein-Azië nog verschillende regionale talen levend waren. Het Lykaonisch noemt hij niet - deze taal wordt pas in de vijfde eeuw weer door een auteur genoemd.
In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië. (…) Na hun reis door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, waar ze in Perge Gods boodschap verkondigden. Vervolgens reisden ze verder naar Attalia. Van daar gingen ze per schip naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods genade waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht. (14:21, 24-26). De terugreis (Derbe-Lystra-Ikonium-Antiochië-Perge-Attalia) is bijna volledig symmetrisch met de heenreis, maar aan het einde reizen de apostelen verder naar Attalia. Dit wordt goed verklaard door het feit dat Perge niet aan zee lag en Attalia wel, waardoor dat een geschiktere plaats was om op zoek te gaan naar een schip richting Antiochië in Syrië. De locaties van Perge en Attalia worden ook door Strabo beschreven.
Toen Paulus en Barnabas merkten dat Joden en niet-Joden samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden stenigen, vluchtten ze naar Lykaonië, waar ze in de steden Lystra en Derbe en omstreken het evangelie verkondigden. (…) Hij kwam ook in Derbe en Lystra. (14:5-7, 16:1). Op de eerste zendingsreis benaderen de apostelen Lystra en Derbe vanuit het westen, en dan is Lystra-Derbe de correcte volgorde. Op de tweede zendingsreis benaderen de apostelen de steden vanuit het oosten, en dan is Derbe-Lystra de correcte volgorde.
Hij kwam ook in Derbe en Lystra. In Lystra ontmoette hij een leerling die Timoteüs heette, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw en een Griekse vader. Timoteüs stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium, en Paulus wilde hem met zich meenemen op reis. (16:1-3). Paulus komt aan in ‘Derbe en Lystra’, terwijl Timoteüs uit Lystra goed staat aangeschreven bij de gelovigen in ‘Lystra en Ikonium’. Lystra ligt dichter bij Ikonium dan Derbe, dus het is logischer dat Timoteüs ook in Ikonium bekend was.
Macedonië en Griekenland
We gingen in Troas aan boord van een schip en zetten rechtstreeks koers naar Samotrake; de dag daarop voeren we verder naar Neapolis. Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. (…) Via Amfipolis en Apollonia reisden ze naar Tessalonica, waar de Joden een synagoge hadden. (…) Nog diezelfde nacht stuurden de leerlingen Paulus en Silas naar Berea. (16:11-12, 17:1, 10). De route Troas-Samotrake-Neapolis-Filippi-Amfipolis-Apollonia-Tessalonica-Berea is een logische route, waarbij Troas en Neapolis aan zee liggen en in Macedonië over land de Via Egnatia gevolgd wordt.
Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. In deze stad, die volgens Romeins recht wordt bestuurd (κολωνία), bleven we enkele dagen. (16:12). Filippi was inderdaad een Romeinse kolonie.
Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, naar de plaats waar gewoonlijk werd gebeden. (16:13). Langs Filippi stroomde inderdaad een rivier: de Gangites.
Ze trokken naar het huis van Jason om Paulus en Silas aan een volksgericht te onderwerpen, maar toen ze hen daar niet aantroffen, sleepten ze Jason en enkele andere leerlingen mee naar de stadsbestuurders (πολιτάρχας)[.] (17:5-6). De term titel πολιτάρχαι is buiten Handelingen alleen bekend van inscripties, die vrijwel allemaal in Macedonië in de regio rond Tessalonica zijn aangetroffen.
De leerlingen stuurden Paulus toen onmiddellijk weg, naar de kust, maar Silas en Timoteüs bleven in Berea. Paulus’ begeleiders brachten hem naar Athene en keerden daarna weer terug, met de opdracht aan Silas en Timoteüs om zich zo spoedig mogelijk bij hem te voegen. (17:14-15). Hier wordt correct vermeld dat Berea niet aan de kust ligt. In de zomer waait de wind in de Egeïsche Zee vanuit het noorden (de Meltemi of Etesische wind), dus het is logisch om dan per schip naar Athene te reizen.
Ze namen hem mee naar de Areopagus (ἐπὶ τὸν Ἄρειον πάγον)[.] (…) Toch sloten enkelen zich bij hem aan en kwamen tot geloof, onder wie ook een Areopagiet (ὁ Ἀρεοπαγίτης), Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen. (17:19, 34). ‘Areopagus’ wordt als twee woorden geschreven en ‘Areopagiet’ als één woord, precies zoals het ook in Atheense inscripties voorkomt. Dit wordt ook wel bevestigd door andere literaire bronnen, zoals De staatsinrichting van de Atheners van (Pseudo-)Aristoteles.
Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinte. (…) Toen Gallio proconsul van Achaje was, keerden de Joden zich echter gezamenlijk tegen Paulus en daagden hem voor het gerecht. (18:1, 12). Korinte was de hoofdstad van Achaje, en dus de residentiestad van de proconsul.
Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinte. (…) Nadat Paulus nog geruime tijd bij de leerlingen had doorgebracht, nam hij afscheid en vertrok per schip naar Syrië, samen met Priscilla en Aquila. Voor zijn vertrek had hij in Kenchreeën zijn hoofd laten kaalscheren, omdat hij aan een gelofte gebonden was. (18:1, 18). Korinte en de havenstad Kenchreeën lagen vlak bij elkaar. Dit wordt ook door Strabo vermeld.
West-Klein-Azië
Dat kwam door een zekere Demetrius, een zilversmid die Artemistempeltjes vervaardigde en zo zijn ambachtslieden een ruim inkomen verschafte. (…) ‘Daardoor dreigt niet alleen ons beroep in diskrediet te raken, maar bestaat ook het gevaar dat de tempel van de grote godin Artemis (τὸ τῆς μεγάλης θεᾶς Ἀρτέμιδος ἱερὸν) in aanzien zal dalen en dat zijzelf, die in heel Asia en overal ter wereld wordt vereerd, van haar luister zal worden beroofd.’ (…) Uiteindelijk bracht de stadssecretaris de menigte tot bedaren. Hij zei: ‘Efeziërs, er is toch geen mens die niet weet dat onze stad de zorg draagt (πόλιν νεωκόρον) voor de tempel van de grote Artemis en voor het beeld dat uit de hemel gekomen is? (…) De mannen die u hierheen hebt gebracht, zijn immers geen tempelschenners en belasteren evenmin onze godin (τὴν θεὸν ἡμῶν).’ (19:24, 27, 35, 37). In dit gedeelte komen verschillende authentieke elementen uit de Artemisverering in Efeze voor. De aanwezigheid van zilversmeden wordt door een inscriptie bevestigd. Er zijn geen zilveren tempeltjes opgegraven in Efeze, maar wel vergelijkbare tempeltjes van terracotta. Dat Artemis van Efeze in heel de Romeinse wereld werd vereerd wordt bevestigd door inscripties en de tweede-eeuwse schrijver Pausanias. De aanduiding μεγάλη voor Artemis komt ook inscripties en literaire bronnen voor, en ook in veel inscripties is er sprake van ἡ θεὸς. De naam νεωκόρος was een officiële titel die Efeze droeg.
De hele stad raakte in rep en roer. De menigte liep te hoop bij het theater en sleurde Gajus en Aristarchus mee, twee Macedonische reisgenoten van Paulus. (19:29). Dat het grote theater van Efeze ook gebruikt werd voor bijeenkomsten wordt in inscripties vermeld.
Bovendien stuurden enkele hoge functionarissen (Ἀσιάρχαι), die hem vriendschappelijk gezind waren, een boodschap naar hem met het dringende advies om niet naar het theater te gaan. (19:31). De titel Ἀσιάρχης ('asiarch') is een bekende titel die door hoge functionarissen in Asia gedragen werd; zij bevonden zich onder andere in Efeze.
Uiteindelijk bracht de stadssecretaris (ὁ γραμματεὺς) de menigte tot bedaren. Hij zei: ‘Efeziërs, er is toch geen mens die niet weet dat onze stad de zorg draagt voor de tempel van de grote Artemis en voor het beeld dat uit de hemel gekomen is? (19:35). Dat γραμματεὺς de titel van een hoge functionaris in Efeze was, wordt ook door veel inscripties bevestigd. De titel werd ook in andere steden gebruikt.
Wijzelf voeren na het feest van het Ongedesemde brood weg uit Filippi en kwamen vijf dagen later eveneens in Troas aan, waar we zeven dagen doorbrachten. (...) Wij scheepten ons in en voeren alvast naar Assus[.] (...) Toen hij zich in Assus weer bij ons had gevoegd aan boord van het schip, voeren we verder naar Mitylene, van waar we de volgende dag vertrokken om bij Chios voor anker te gaan. De dag daarna staken we over naar Samos en weer een dag later kwamen we aan in Milete. (...) Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt, kozen we zee en zetten rechtstreeks koers naar Kos. De dag daarop bereikten we Rhodos, en van daar voeren we naar Patara. (20:6, 13 - 15, 21:1). De route Troas-Assus-Mitylene-Chios-Samos-Milete-Kos-Rhodos-Patara is een volkomen natuurlijke route langs de westkust van Klein-Azië, met logische afstanden tussen de verschillende havenplaatsen.
Wij scheepten ons in en voeren alvast naar Assus, waar we Paulus overeenkomstig zijn wens aan boord zouden nemen, want hij wilde het eerste stuk te voet afleggen. (20:13). Omdat er tussen Troas en Assus een landtong ligt, kon Paulus te voet de route afleggen in bijna dezelfde tijd als het schip.
We gingen aan boord van een schip uit Adramyttium, dat de havens langs de kust van Asia zou aandoen, en voeren weg. (...) We doorkruisten de zee bezuiden Cilicië en Pamfylië en liepen Myra in Lycië binnen. Daar vond de centurio een schip uit Alexandrië met bestemming Italië, en hij scheepte ons daarop in. (27:2, 5-6). Myra, op de zuidwestelijke punt van Klein-Azië, is een logisch punt om over te stappen als het schip verder gaat langs de kust van Asia terwijl het reisdoel Rome is. Myra was een belangrijke haven voor graanschepen uit Alexandrië. Bovendien klopt het dat Myra bereikt wordt nadat langs de kust van Cilicië en Pamfylië is gevaren.
Ettelijke dagen lang maakten we nauwelijks vaart, zodat we slechts met moeite ter hoogte van Knidus kwamen. (27:7). De route Myra-Knidus is logisch voor een schip dat Rome als reisdoel heeft.
Kreta
Ettelijke dagen lang maakten we nauwelijks vaart, zodat we slechts met moeite ter hoogte van Knidus kwamen. Omdat de wind ons niet vooruit liet komen, voeren we om Kreta heen, langs kaap Salmone, en nadat we met moeite een eind langs de kust hadden gezeild, legden we aan in een plaats die Goede Havens heet, vlak bij de stad Lasea. (27:7-8). Kaap Salmone (ook genoemd door Strabo en Plinius) is een logisch punt om te noemen wanneer om Kreta heen gevaren wordt. De locatie 'Goede Havens' in de buurt van Lasea draagt nog altijd deze naam en ligt inderdaad een eind varen langs de kust vanaf kaap Salmone.
Omdat de haven ongeschikt was voor overwintering, nam de meerderheid het besluit uit te varen in de hoop Feniks te bereiken[.] (...) Toen er vanuit het zuiden een lichte bries opstak, dachten ze hun plan te kunnen uitvoeren. Ze lichtten het anker en voeren zo dicht mogelijk onder de kust van Kreta. (27:12-13). Een zuidenwind is inderdaad de gunstigste wind om vanaf Goede Havens langs de kust naar Feniks te varen.
Toen we onder de lij van het eilandje Kauda kwamen, lukte het ons met de nodige moeite om de sloep langszij te krijgen. (27:16). Het eilandje Kauda wordt ook door Plinius genoemd en is tegenwoordig bekend als Gavdos. In tegenstelling tot Plinius wordt het eilandje in dit vers correct gelokaliseerd, ten westen van Goede Havens.
Italië en Malta
Pas toen we veilig en wel aan land waren gekomen, hoorden we dat het eiland Malta heette. De plaatselijke bevolking (οἵ βάρβαροι) gedroeg zich buitengewoon vriendelijk[.] (28:1-2). Het gebruik van het woord βάρβαροι suggereert dat de plaatselijke bevolking van Malta geen Grieks of Latijn sprak. Dat wordt bevestigd door Punische inscripties op het eiland.
Niet ver daarvandaan lag een landgoed, dat het eigendom was van de gouverneur van het eiland (ὁ πρῶτος τῆς νήσου), een zekere Publius. (28:7). De aanduiding πρῶτος voor de gouverneur van Malta wordt door inscripties bevestigd.
We deden de haven van Syracuse aan, waar we drie dagen bleven liggen. Daarna lichtten we de ankers weer en kwamen we aan in Regium. De volgende dag stak er een zuidenwind op, zodat we binnen twee dagen Puteoli bereikten. (28:12-13). De route Syracuse-Regium-Puteoli is een logische route naar Rome.
De leerlingen, die van onze komst hadden gehoord, kwamen ons vanuit Rome tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag dankte hij God en vatte moed. (28:15). Forum Appii en Tres Tabernae zijn bekend als twee stationes op de Via Appia in de buurt van Rome.