De bondergeldkaart van de Trudo-abdij zuid-noord getekend door Lambert (Lambrecht) Warnouts 1680.
Tegenover de laathoeve Engelbos is de Spiegelborch te herkennen.
Hieronder in de west-oost positie gezet, wat gemakkelijker is om in invalswegen van Straeten sneller te herkennen. De huidige Naamsesteenweg bevindt zich bovenaan de kaart, het heksenstraatje beneden. Hoeve Engelbos werd rood gemarkeerd, de molen groen, de kapel blauw, de overige gebouwen geel.
Luchtfoto (Geopunt kaarttoepassingen) in de zelfde richting georiënteerd.
Uit de Atlas van de goederen van de Abdij 1697
Op bovenstaande kaart (uit de Caerte van Sint-Truijden1682) is het noorden niet bovenaan maar aan de rechterzijde.
Villaret kaart 1745
Ferraris kaart 1777
Stafkaart 1969
Uit "Straeten in het verleden" door pater Célestinus Lamens
1. Kasteel of Borch (Burcht)
De vroegst vermelde de Straeten behoorden wellicht tot een voornaam geslacht, dat te Straeten resideerde.
Mogen we hun woonstede te Straeten vereenzelvigen met de plaats waar latere documenten een burcht situeren?
Landmeter Lambrecht Warnouts tekende verschillende plattegronden van het gebied rond de stad. Een kaart van de Atlas van de goederen van de Abdij (1697) situeert een burcht op de plaats waar een thans niet meer bestaande weg de Cicindria snijdt. Die weg liep van de Barak recht naar de hoeve Engelbos en is nog duidelijk merkbaar als renen tussen twee landerijen. De in kaart gebrachte burcht is met een gracht in hoefijzervorm omgeven.
In 1694 tekende L. Warnouts de bondergeldkaarten. Kaart nr. 17 duide op dezelfde plaats Spiegel-borch aan, hier enkel weergegeven door een klein vierkant. De opgegeven plaats menen we terug te vinden in de Dries. weide, toebehorend aan de heer Engelbos. In deze weide valt een vierkante verhevenheid van ca 40 x 40 m. duidelijk op. Resten van bouwwerken zijn niet meer te bespeuren. Blijkbaar werd haast alles genivelleerd.
Kaart Villaret 1674 met andere getekende structuur op de plaats van de Spiegelborch
2. Klooster
Waar was Sint-Trudodal te Straeten gelegen? De volksoverlevering lokaliseert het klooster op de oude muren van de Mot. Deze oude muren bevinden zich op een 100 m van het huis van dhr. Peeters, nabij een nu verdwenen weg die liep van aan de Barak recht naar de winning Engelbos. We staan hier voor een terrein van 40 m op 40 m. Het is onmogelijk op te maken welke omvang de gebouwen precies hadden. Sporen van de oude gebouwen menen we te ontdekken op een oude kaart van 1670, die berust op het Rijksarchief te Hasselt. Bij de thans verdwenen weg zijn er nog andere gebouwen aangeduid, o.a. een gebouw in hoefijzervorm, meer naar de beek toe gelegen, en in dezelfde omheining vlak bij de beek een gebouw, waarvan voor enige jaren een stuk kelder openviel, waar het water van de beek doorspoelde. De volksmond noemt deze bouw een soort weverij en beweert dat de kelder een wolwasserij was. Waar hebben we nu te doen met het puin van het klooster? Zijn het de oude muren of de gebouwen bij de beek? Onder aan de beek ploegen de boeren bakstenen boven. De oude muren integendeel zijn uit mergelsteen. Deze laatste fundamenten zijn stellig ouder en kunnen eventueel terug gaan tot de Gallo-Romeinse tijd. Persoonlijk zijn we geneigd de plaats van het oude klooster te zoeken bij de beek, omdat het dan korter ligt bij de middeleeuwse Borch van de heren van Straeten. Deze borch of burcht was gelegen vlakbij aan de overzijde van de beek, bij de Driesweide. De oude kasteelhoeve van Engelbos was een laathof van deze burcht.
3. Molen en Benedictessenabdij
Straeten blijkt dus de eerste nederzetting der Romeinen in onze streek te zijn. Maar ook in de middeleeuwen bleef het een voorname rol spelen ten opzichte van Sint-Truiden. We vinden te Straeten overblijfsels van zeer oude instellingen. Een der vroegste is de molen van Straeten, betwist tussen de graven van Loon en de Abdij van Sint-Truiden. De molen lag immers op de Cicindria, scheidingslijn tussen de gebieden van de graven van Loon en de Abdij. De molen te Straeten was opgericht door de Abdij en wijst er op dat toen reeds te Straeten graan verbouwd werd.
Is de aanwezigheid van deze molen de aanleiding geweest tot de vestiging van de Benedictinessenabdij Vallis Sancti Trudonis? De stichtingsdatum van deze abdij is niet gekend. Het verblijf van de benedictinessen te Straeten blijkt van korte duur geweest te zijn, want in 1221 wordt de abdij door brand verwoest. Is deze brand voor de zusters de aanleiding geweest, hun huis te verplaatsen? En bracht deze verplaatsing eveneens de overgang mee naar de regel van Citeaux? In ieder geval verbleven de zusters in 1238 te Terbeek (Metsteren).
voor meer info: klik op de link hieronder.
We denken dit te moeten corrigeren: op de foto zien we de Romeinseweg met op het einde de vroegere plaats van de Vautkapel met daarachter het "buske".
Fragment uit artikel van Pater Célestinus Lamens
MOLEN VAN STRAETEN 29 maart 2018
Vandaag gesproken met laatst levende bewoner van deze molen (Paul Claes, geboren in 1933) die in de periode 1933-1951 met zijn ouders (Pierre Claes) in het molengebouw woonde en waarvan de ouders nadien verhuisden naar de nabijgelegen boerderij. Hierna synthese gesprek.
• Vóór die periode was o.a. de familie Saenen-Renson eigenaar van het molengebouw (dat tevens een boerderij was).
• In 1933 was de moleninstallatie reeds lang ontmanteld want de activiteiten waren veel eerder (omstreeks 1900) beëindigd. Reden van beëindiging: in winterperiode was de molen moeilijk bereikbaar (met paard & kar) gezien deze was gelegen onderaan een steile zijweg van de Naamsesteenweg en er was concurrentie van omliggende molens (Kerkom en Velm)
• In ‘een boek over de geschiedenis van Sint-Truiden’ is er sprake van deze molen die omstreeks 1700 in het bezit was van ene Willem Jammaer.
• De foto’s die ik ontving dateren van de periode 1933-1943 en zijn weinig of niet relevant. Ze tonen enkel een deel van het boerderijgebouw waarin deze molen was ondergebracht. Op één foto (nr.1, daterend van de zeer harde winter van 1942) staat de laatste eigenaar (Pierre Claes) van de boerderij met zijn zoon Paul, naast de bevroren Cicindriabeek die indertijd het molenrad bevoorraadde. Op foto nr. 4 kan je zien dat de molenstenen (van de toen al lang afgebroken moleninstallatie) gerecupereerd werden als dorpel van de woningingang.
• Het molengebouw en boerderij werden na 1951 afgebroken. Zoals eerder werd gemeld, werd de bedding van de Cicindria enkele tientallen jaren geleden verlegd (wegens asfaltering van weg en constructie brug) waardoor de oorspronkelijke plaats van de molen verborgen kwam te liggen in een moeilijk toegankelijke wildernis (waarin nog een deel van de oude Cicindriabedding te zien is).
Ivo Breesch
PS Er zou ooit een tweede watermolen gestaan hebben dichter bij (of in) de dorpskern. Hopelijk lezen we daarover meer in het boek over de watermolens in Sint-Truiden dat binnenkort op de markt komt.
De Romeinse weg loopt op de bovenstaande kaart horizontaal, onderaan, onder de rode pijl. Er was toen nog niets van de vliegplein te zien.
Straeten lag op de Romeinse weg tussen Tongeren en Tienen.
Romeinse aanwezigheid in de regio Sint-Truiden door Herman Doucet
O.L.E. 57, 21-38 (samenvatting: Georges Wemans, bestuurslid)
Op ongeveer 3,5 km ten zuidoosten van Sint-Truiden ligt het Bevingense gehucht Straeten. De naam Straeten is afgeleid van het Latijn strata, hetgeen "geplaveide weg" betekent. Het ligt aan de heirbaan Keulen - Bologne, aan het gedeelte dat Tongeren met Tienen verbond.
Archeologische vondsten in Straeten
H.Doucet ontdekte in 1986 de fundamenten van een Romeinse grafkamer van ca. 2,50 m lang en ca 1,80 m breed. De grafkamer is oost-west gericht en rechthoekig van vorm. Te oordelen naar de vele fragmenten moesten de grafgiften talrijk zijn geweest. Na restauratie bekam men een vaas, een bolvormige urne, drinkbeker met deuken, een kruikamfoor, een kookpot, mortaria, drinkbekers, vaasjes, een kookpot, bolvormige vaas, de voet van vier aarden kookpotten in bruine klei, de kopstukken van twee kruiken in witte klei, een volledig deksel, veel fragmenten van Romeinse dakpannen, glaswerk en munten. Men kwam tot de conclusie dat de site in Straeten de resten waren van een verstoord Romeins graf onder een tumulus, een graf dat in vroegere tijden geplunderd werd omwille van de overvloedige grafgiften die de Gallo-Romeinen aan hun doden meegaven. Boven het graf werd de aarde opgehoopt tot een tumulus. Na een tijd stortte het graf in en werd veel aardewerk verbrijzeld. Door het latere afgraven van de tumulus is men terecht gekomen op het vroegere niveau van het terrein en uiteraard het graf. Het graf werd gedateerd op basis van de kerfbandversieringen op het aardewerk en de vondst van een Romeins geldstuk (sestertius met de beeltenis van de keizerin Faustina, echtgenote van keizer Marcus Aurelius (161-180 n.C.): einde 2e of begin 3e eeuw.
In het gehucht Straeten ligt op ongeveer 200 m van de heirbaan een historische laathoeve. Op het perceel gelegen tussen de hoeve en de Cicindria komen nu nog gesteenteblokken naar boven. Ligt op deze plaats een Romeinse villa ?
Straeten een pleisterplaats, een mansio?
Wanneer men op een topografische kaart de omgeving van Straeten overschouwt valt de grote densiteit van wegen op, alsmede bepaalde specifieke topografische kenmerken, zo ook de lokale knik in de heirbaan. Straeten ligt aan het gedeelte van de heirbaan Keulen - Boulogne halverwege tussen Tongeren (oost) en Tienen (west), die zelf op een afstand van 40 km (of circa 20 leugae of Gallische mijlen ; 1 Gallische mijl stemt ongeveer overeen met 2.200 m) liggen. Hieruit zou men kunnen afleiden dat Straeten een pleisterplaats geweest is, waar na een halve dagreis mens en dier konden bevoorraad worden. Straeten ligt eveneens aan het kruispunt tussen de eerstgenoemde heirbaan en het diverticulum dat vertrekkende in het Herk- en Demergebied doorliep tot in de Maasvallei (Hoei). Deze landelijke weg (prehistorisch ?) kruiste daarbij Zerkingen (Wijngaardenweg), sneed de heirbaan Tongeren-Tienen in Straeten om in Braives de hoofdweg Keulen-Bavai te kruisen. Straeten had omwille van deze verkeersgeografische situatie waarschijnlijk militaire bescherming nodig zodat het als een mansio te beschouwen is.
Of was Straeten een vicus?
R.Brulet stelt dat een vicus dikwijls ontstond aan een rivier of verkeersknooppunt, ofwel als baandorp langs een diverticulum. De diverticula vormen nooit een rechte hoek met de heirweg, maar zijn schuin afslaande wegen. Ook de concentratie van wegen in de omgeving van Straeten kunnen de hypothese ondersteunen. Op de topografische kaart merkt men duidelijk dat zowel noordelijk, als zuidelijk van de heirbaan Tongeren-Tienen te Straeten de afslag van het noord-zuid verlopende diverticulum verloopt via twee schuine wegen. De V-vormige splitsing van de wegen naar de heirbaan toe heeft te maken met het feit dat de vierwielige wagens geen molendraaistel hadden en geen rechte hoeken konden nemen.
Plaatselijke bocht in de heirbaan
Op de kaart van Ferraris (1771-1778) zijn op de kruising van de heirbanen drie vierhoekige schansen aangeduid met de vermelding Clle Vautbrugh. De meest noordelijke schans is aangegeven op de plaats waar de Romeinse grafkamer ontdekt werd en de oorspronkelijke tumulus gelegen was. De twee overige liggen naast de heirbaan Tongeren-Tienen. H.Doucet veronderstelt dat we hier te maken hebben met de overblijfselen van een burgus die in de 18e eeuw nog duidelijk zichtbaar was. In de Laat-Romeinse tijd heeft men waarschijnlijk de oostelijke helling van de Cicindria afgegraven en ook de drie tumuli gebruikt om de drie schansen op te werpen. De weg die er nu nog loopt en schijnbaar geen functie meer heeft is blijkbaar het overblijfsel van zo een gracht. De bouw van deze burgus geeft ook een verklaring voor de bocht in de heirbaan. Uit nagelaten geschriften van E.P. Lamens (O.F.M.) blijkt dat de schansen vorige eeuw met paard en kar werden afgevoerd. Dit gebeurde in 1850 bij de aanleg van de Naamse Steenweg, die in Bevingen meer dan 1 meter boven het oorspronkelijke niveau ligt. De overstromingen van 1998 in Bevingen in de lager gelegen gedeelten naast de weg laten geen twijfel bestaan omtrent de bedoeling van de ophoging. Volgens de mondelinge overlevering van de oudste inwoners hadden hun voorouders het over drie kruisen die de schansen sierden (cfr. Vautbrughkapel). Heden ten dage wordt Vautbrugh ook de brug genoemd die over de Cicindriabeek ligt. De benaming Vautbrugh of brug aan de vaut verwijst naar de verbrede bedding om een ideale oversteek, een wed te bekomen.
Locatie van het Gallo-Romeinse graf
Gallo-Romeins tumulusgraf
In het tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring van Landen (1 juni 2005) concluderen Elke Wesemael, Gudrun Hensen en Herman Doucet uiteindelijk dat de gevonden artefacten onvoldoende informatie boden om een sluitende verklaring te formuleren over de functie van de opgravingsplek. Betrof het een grafkamer in een tumulus, een kelderruimte bij een halteplaats met voorraden, of ging het om een rituele constructie? Hoe dan ook, de vondsten onderstrepen het archeologisch belang van Straeten als Romeinse site langs de weg van Kassel (Frankrijk) naar Keulen.
Paul Claes vertelt hoe hij in de jaren negentig samen met meester Doucet de Romeinse vondsten had ontdekt. (Met achtergrondlawaai van de toeristenkar)
In verband met de burgus (burgi in het meervoud)
hebben we een interessante verduidelijking gevonden bij de Geschied- en Heemkundige Kring Pepijn van Landen.
Germaanse raids
In het midden van de 3de eeuw na Chr. begint het tij te keren. Tussen 250 en 275 braken de Germaanse stammen diverse malen door de Rijnverdediging en ondernamen zij plundertochten in het rijke binnenland dat, verstoken van enige verdedigingslijn in de diepte, een gemakkelijke prooi vormde. Vooral tijdens de jaren 257-259 en 270-276 kreeg de bevolking het hier zwaar te verduren. We kunnen aannemen dat in deze periode zowat alle villadomeinen in Midden-België geplunderd en vernietigd werden. Ook in Haspengouw gebeurde dit. Eens alle buit verzameld, trokken de invallers zich terug over de Rijn en kon het land weer tijdelijk herademen en de defensie geherorganiseerd worden.
Versterkte baanposten
Om te verhinderen dat de invallers een gemakkelijke toegang hadden langs het goed uitgebouwde Romeinse wegennet, werden er nu versterkte baanposten opgericht. Vooral langs de baan Tongeren - Bavai kennen we dergelijke burgi, maar kunnen we gelijkaardige posten ook veronderstellen langs de baan van Tongeren naar Tienen. In die tijd werd beroep gedaan op de Barbaren (d.i. niet-Romeinen), die binnen de grenzen van het keizerrijk werden gevestigd om de verdediging ervan te verzekeren.
Lichte heropbloei einde 3de begin 4de eeuw na Chr.
Het versterken van de verdediging en het rustiger politiek klimaat hebben een positieve invloed. De keramiek toont aan dat vele villa's terug bewoond waren. Bouwactiviteiten, versterkingen uitgezonderd, blijven echter achterwege. Door de dreiging gaat het economisch leven eerder in mineur verder en de streek verarmt. In deze onzekere periode kent ook het christendom haar eerste aanhangers in de streek.
Uit artikel “Merkwaardig Gallo-Romeins vondst-complex te Straeten” Ons Landens erfdeel jaargang 28 nr 67; 1 juni 2005
Verspringing in het traject van de Romeinse weg treffen we op oude topografische kaarten ook aan te Neerlanden, waar de weg de Molenbeek kruist, te Panbrugge en te Neerhespen, waar de weg de Kleine Gete oversteekt. Traditioneel worden deze buigingen in de weg verklaard als plaatsen waar castella, burgi en/of wachttorens werden gebouwd in het begin van de vierde eeuw.' In het geval van Straten bevindt de bocht in de weg zich midden op de oostelijke flank van de Cicindriavallei. Dit lijkt inderdaad een gunstige locatie om een versterking te plaatsen, aangezien men van op deze plaats het wad en het beekdal kon beveiligen.
C.O.V.-STUDIEKRING SINT-TRUIDEN
LOKALE EN REGIONALE ELEMENTEN IN ONZE NATIONALE GESCHIEDENIS.
Naslagwerk bij het onderwijs in de Vaderlandse Geschiedenis samengesteld door de Heron Gerard Jamart, Jan Knaepen, Jan Poolmans, Albert Swartenbrouckx, Philemon Vanmarsenille en E.Br. Raymond De Naeyer uit nota's, ingeleverd door leden en niet-leden van de Studiekring.
1 PRIJS 40 fr (dubbele syllabus) -te storten op P.C.R. 48 15.10 van Edgar Louris, Sint-Truiden uiterlijk één maand na aflevering.
(Na die datum zal het bedrag, verhoogd met de onkosten, door de post geïnd worden.).
pag -35- leesbare tekst van bovenstaande foto
HOE WERDEN DE OUDE POORTEN VERNIELD? Dit vinden we in het historisch werk van de geschiedschrijver Piot, 2de deel:
Het gebeurde in het jaar 1675. Lodewijk XIV, koning van Frankrijk, was in oorlog met Holland en zijn veroverende legers trokken in de richting van Tongeren en Sint-Truiden, steden die weldra in zijn macht vielen. Enkele historische bijzonderheden:
Op 25 Juni 1675 kwamen twee officieren naar St-Truiden om toelating te bekomen de koning te laten logeren.
Op 25 Juni kwam Lodewijk te Straten aan, waar hij zijn intrek nam bij Herman Ouwerckx. 's Morgens stapte de Louvois, eerste minister des konings, naar het stadhuis en legde er een heel epistel klachten neer, waaronder deze: Waarom men de 6.000 patagons, die het geëiste rantsoen uitmaakten, niet betaald had aan de intendant van Maastricht... en vooral, waarom men voor twee jaar de poorten van de stad gesloten had gehouden voor de Franse koning? - Veel antwoorden hielp niet en de koning eiste de 6.000 patacons op, gaf bovendien bevel alle hoornbeesten en schapen van de stad op de markt te brengen; verder moesten al de wapens, in de stad aanwezig, op het stadhuis worden ingeleverd.
Dan begon een tragische periode voor de arme St-Truienaars: Het paardenvolk logeerde zichzelf naar eigen lust, zij speelden de baas en deden wijn en geld aanbrengen. Het regende klachten. Veel mannen en vrouwen konden hun eer en hun leven redden met een koopje, vier hespen of zijden spek; velen werden ge slaan en mishandeld. De moestuinen werden vernield, zo binnen als buiten de stad. Geen graan noch vee mocht de stad verlaten; de burgers zelf konden geen brood krijgen, alles moest naar het leger.
De koning had Straten een paar dagen moeten verlaten onder de druk van Hollanders en Spanjaarden, maar de 1ste Juli was hij weer terug! Toen zag men rond de stad niets dan tenten van St-Truiden tot Mielen; alle granen, zo winter- als zomergranen werden gezicht als veevoeder... alles werd afgemaaid.
En toen gebeurde het zwaarste wat een stad treffen kon: De poorten en wallen werden ondermijnd. Zo werden vernietigd, de prachtige torens aan de Brustempoort en de twee torens aan Nieuwpoort. Op 4 Juli slachtte men voort; te 11 uur sprong de toren en de Stapelpoort met nog twee andere torens daarnaast. Op 5 Juli moest de eigenlijke Brustempoort springen, maar de muren waren te dik; men mijnde, ontstak het vuur en al wat brandbaar was ging in de vlammen op. De volgende dag werd de rest ondermijnd; bleef alleen nog de Clockempoort als enige in- en uitgang. De koning ging, zo schrijft de historicus, voor zijn plezier de gesprongen poorten en vestingen bezichtigen.
Op 7 Juli begon alle bagage te marcheren uit de stad. De gouverneur ging de koning smeken de Clockhempoort te sparen, maar kreeg een ontkennend antwoord; een gedeelte ervan werd eveneens opgeblazen en alleen de ophaalbrug bleef gespaard. De kolonel-gouverneur Stouppa had grote moeite om die nacht de muitende soldaten in bedwang te houden, teneinde wanorde en plundering te voorkomen. Het hele leger is dan 's morgens vertrokken in de richting van 'Waremme. De stad had nog overgrote schulden moeten betalen. De landbouw lag stil, de pachters weigerden de gronden te bewerken.
Pagina 39 leesbare tekst
ALGEMENE GEGEVENS
STRIJD TUSSEN FRANKRIJK EN HOLLAND:
Wanneer Lodewijk XIV in 1672 in oorlog geraakte met Holland, was België gedurende verscheidene jaren het toneel der vijandelijkheden. Een Frans leger, aangevoerd door de hertog van Orleans en veldheer Turenne, trok door Haspengouw, plunderde alles op zijn doortocht en nam in 1672 SINT-TRUIDEN en TONGEREN in. De burgers van St-Truiden boden geen tegenstand.
Na drie jaar wilde de heer van Duras St-Truiden weer innemen en gebruikte daarvoor 7 à 900 man voetvolk en enkele ruiters. Fusiliers en kruisboogschutters hadden alarm gegeven en burgers schoten van op de muren op de Fransen, die moesten terugwijken.
In 1675 kwam Lodewijk zelf tot aan Kerkom (Straten) en deed de hertog de la Feuillade St-Truiden een tweede maal innemen, dat zijn wallen en omheiningen zag vernielen. St-Truiden was van toen af geen versterkte stad meer. (Cfr. Bouwwerken - Vernieling der poorten.)
Om een denkbeeld van die droeve tijden te hebben, plaatsen wij hier een getuigschrift, wegens BORLO en de omliggende dorpen, door Joris Van Marsenille en Jan Stas-Odeurs (beide ingezetenen van Borlo), gegeven en ondertekend: "Eerst - verklaren zij heeft het Hollands leger, gekampeerd op die Nohagne, het meesten deel dezer dorpen gefoerageerd in September en in datzelfde jaar is Buffelaer komen plunderen zoals meubels, granen en dieren. In 1693 is door het Frans leger geheel het veld verwoest, vermits het leger gekampeerd was aan de Stenen windmolen (dat is tussen Borlo, Corswarem, Jeuk, Montenaken en Roost). In 1694 is de dolfijn met zijn leger gekampeerd geweest van St-Truiden tot in in het dorp van Borlo; er is toen geen enkel huis gespaard gebleven en het veld werd totaal verwoest. In de winter werden voor de Franse contributie al de paarden weggenomen, zodat daar in het geheel dorp maar twee overbleven, met het droevig gevolg dat alles is blijven braak liggen. Toen heeft de heer prelaat van Sint-Truiden zijn landen, nadat zij twee of drie jaar braak gelegen hebben, voor niets gegeven en naderhand tot 1708 in conditie 5 of 6 vaten koren gevraagd."
Alken. BRAND: Na de dood van prins bisschop Albert I, vochten de Hollanders hier tegen de Spanjaarden en de kerk van St.Aldegonde werd gedeeltelijk afgebrand in de Beeldenstorm. In 1900 droeg de kerk nog sporen van die brand.
Groot-Gelmen. Achtereenvolgens kampeerden hier de PRINS VI ORANJE en zijn tegenstrever de HERTOG VAN ALVA.
Loon. WILLEM DE ZWIJGER IN HET GRAAFSCHAP LOON:
In 1568 trok Willem de Zwijger door het graafschap Loon, om, zoals hij zegde, de hertog van Alva te verdrijven en de Nederlanden te bevrijden van de dwingelandij van de Spaanse koning. Hij legerde te Loon, deed de Hervorming prediken en op de markt de heiligenbeelden verbranden; hij ontheiligde eveneens de kerken door ze in stallen om te vormen en deed zware belastingen betalen in eetwaar en in geld. De pastoor Van Entbroeck werd gedood en even zo verschillende burgers. De prins bisschop protesteerde en de generale Staten verontschuldigen zich.
In 1591 werd Loon door de Spanjaarden ingenomen.
Die gruwelijke en harde tijden nog meer toegespitst op Bevingen en Straeten,
met de woorden van pater Jos Vanderheyden:
Zoals we reeds vertelden, werd E.H. Denis Cartuyvels op 29 december 1667 pastoor van Bevingen. Hij was bij zijn benoeming een jonge priester van zevenentwintig jaar. Te Bevingen trof hij een verarmde parochie aan. Ten gevolge van onlusten en oorlogen. hongersnood en ziekten, waardoor ook het aantal parochianen sterk daalde.
Op 7 februari 1654 werd Bevingen en Straeten in de as gelegd door de Lotharingers. Velen sneuvelden. Volgens de kronieken van de abdij was op talrijke plekken de sneeuw rood gekleurd van het bloed.
Het waren tijden van ellende en miserie die pastoor Cartuyvels met zijn parochianen meemaakte. Nu eens had Bevingen en Straeten te lijden van de Fransen, dan weer van de Hollanders, en niet minder hadden ze te verdragen van de Spanjaarden, die allen op hun doortochten brand stichtten, vee, voedsel, geld en allerhande materieel opeisten, ook mankracht. Veel dorpsgenoten lieten herhaaldelijk hun huizen in de steek en zochten hun toevlucht in de stad.
De Franse Zonnekoning" Lodewijk XIV, sloeg met zijn leger enkele malen zijn kamp op te Straeten. In 1673 en 1675 verbleef hij in de hoeve Ouwerix (de huidige hoeve Bastijns of Debien?) terwijl de soldaten hun tenten opsloegen in de velden rondom. Op 25- juni 1675 werden “tot Kerckom, Bevinghen en Aelst alle huijsingen affgebroecken tot die tenten in 't velt te maecken". Het verdrag van Nijmegen bracht in 1678 tijdelijk wat rust.
locatie kapel Bruine Lieve Vrouw
Kapel Bruine Lieve Vrouw
In de Montenakenweg, die nu Kapelstraat genoemd wordt, stond een oude eik, niet zonder reden de "Wonderbare Eik" geheten, want daar is het wonderbeeld van de Bruine Lieve Vrouw verschenen. Men weet niets zeker over de ware oorsprong van dit beeld; de enen zeggen dat het in de takken van de eik is uitgewassen, anderen dat het aan de stam is uitgesproten. Zeker is het, dat er lange jaren een beeld van O.L.V., "de Bruine Lieve Vrouw" genaamd, om zijn donkerbruine kleur, aan die eik gehangen heeft en dat men van ver in de ronde naar deze plaats ter bedevaart kwam. De overlevering verhaalt nog, dat op zekere dag mensen van Niel het beeld hadden meegenomen en geplaatst in hun parochiekerk, maar dat 's nachts O.L.Vrouw alleen naar de eik was teruggekeerd. De toeloop der bedevaarders groeide steeds aan, zodat men het goed vond er een kapel te bouwen.
Toen de kapel (zie hier- boven) voltrokken was, plaatste men het O.L.V.-beeld boven het altaar, doch, o wonder, het keerde alleen terug naar de eik. Niemand durfde het beeld nog aan te raken, maar er werd vastgesteld het op O.L.V.- Hemelvaartdag plechtig van de eik in de kapel te verplaatsen.
Op die dag dan vertrok men uit de parochiekerk met het Allerheiligste naar Maria's heiligdom; men plaatste het beeld boven het altaar en het is dan niet meer teruggekeerd naar de eik. Tot gedachtenis dezer wonderbare gebeurtenis, gaat jaarlijks op O.L.V.-Halfoogst, de processie naar de kapel van de Bruine Lieve Vrouw.
De overlevering verhaalt dat men het beeld ooit wit geverfd heeft, maar dat het dadelijk weer bruin geworden is.
Wonderbare gunsten door de Lieve Vrouw uitgedeeld:
Een doodgeboren kind kwam in deze kapel tot leven en stierf na het H. Doopsel te hebben ontvangen (20 Maart 1721).
Een kind, op driejarige leeftijd lam geworden, werd te paard naar de kapel gebracht; na vurig bidden liep het weer net als vroeger.
Drukke bedevaartplaats op Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart
De kapel van de Bruine Lieve-Vrouw ligt op een kruispunt in de Bruine Lieve-Vrouwstraat. De achthoekige kapel van de Bruine Lieve-Vrouw dateert van 1714 en werd gebouwd door pastoor Dionysius van Schoor. Volgens de overlevering wordt het witgeverfde beeld in de kapel telkens opnieuw bruin, vandaar de naam.
'De Lievevrouw hier is machtig, ze vertellen dat er eens een vrouw van Velm kwam met haar kind dat gestorven was nog voor het gedoopt was. En die begon O.L.Vrouw te aanroepen en toen werd het kind weer 'leeftig'. En in Montenaken was eens een verschrikkelijke ziekte, de typhus, en die van Montenaken hadden onze Bruine Lievevrouw gehaald, maar toen de typhus gedaan was, wilden ze het beeld niet meer terugbrengen. Maar op een morgen stond het hier terug in Kerkom, de Lievevrouw was alleen teruggekomen.'
Uit Erfgoud Sint-Truiden (https://www.erfgoud.be/nl/lees/1425)
Mariabeeld met kindje Jezus vooraan in de kapel
Altijd brandende kaarsjes in de kapel
Linkerwand van de kapel bezet met dankplaatjes voor bekomen genezingen
De Bruine-Lieve-Vrouw
aangehaalde teksten komen uit de persoonlijke nota’s van pater Celestinus Lamens.
Wanneer je van de drukke Naamsesteenweg naar de kapel wandelt, kom je terecht in ‘Le Désert du Silence’ of de Woestijn der Stilte.Je wordt bij het betreden van het heiligdom als het ware dadelijk omarmd en meegezogen in deze oase van rust en nederigheid. Een zomereik, een linde en beuken verwelkomen je om plaats te nemen in het minuscuul kapelletje, dat zó veel mensen al soelaas geschonken heeft in moeilijke levenstijden. Leed, smart, hoop op geluk en boetedoening overweldigen je door de talloze gedenkplaatjes aan de muur. Een gebedje wordt gepreveld, een magische stilte overheerst deze kleine gebedsruimte. Inderdaad, zo’n oorden van ingetogenheid en vroomheid bestaan dus nog!
Deze kapel werd in 1715 door de toenmalige pastoor van Kerkom, EH. Denijs Vanschoor, gebouwd. Hij kocht van het Armen Bestuur van Sint-Truiden, dit lapje grond van 3 roeden. Hendrik Vanschoor, zijn broer en kasteelheer te Sint-Truiden, stichtte een fondatie voor een priester, die er elke zondag van Allerheiligen tot Pasen en verder op alle Mariale dagen van het jaar, de H. Mis zou opdragen.
Halfoogst, OLV Hemelvaartsdag was van ouds de grote jaarlijkse bedevaart dag, dat van heel den omtrek processies kwamen om OLV te komen vereren en haar bescherming over de streek af te smeken.”
De processies uit de nabijgelegen parochies zijn nog een rariteit geworden. Toch wordt dit kapelletje nog dagelijks bezocht. Godvruchtige bedevaarders komen langs om de zegen af te smeken over hun families en geliefden, hun vee, hun oogst. De geburen houden een oogje in het zeil en zorgen ervoor dat alles netjes blijft.
Het beeldje van de Bruine Lieve Vrouw, zo genoemd omdat het beeldje bruin van kleur is, wordt ook als één der rare miraculeuze beelden van de streek genoemd.”
Het schilderij boven het altaar, hersteld door de zorgen van de pastoor, stelt een doodgeboren kind voor op de bedevaart ,de christelijke ouders, die treurden omdat het kindje gestorven was zonder het doopsel te kunnen ontvangen, maar terug levend werd, kon gedoopt worden en daarna weer stierf. Het werd door de Kerk erkend als miraculeus.
In Montenaken was de tyfus uitgebroken en men had het beeld in Kerkom geleend om deze epidemie te bestrijden. Na afloop van deze vreselijke aandoening, weigerden ze het beeldje terug te brengen naar Kerkom. Op een morgen stond het beeldje terug in het kapelletje van Kerkom. Het was op eigen kracht teruggekomen. Aldus de legende.
“Het is niet uitgesloten dat vóór deze kapel uit 1715,er al een andere kapel gestaan heeft of zelfs dat op deze plaats destijds heidense taferelen gebeurden. De plaats situeert zich op een merkwaardig punt. De Montenaekenweg is een oude Romeinse heirbaan(de Naamsesteenweg dateert uit 1860),die liep van het noorden van de Kempen over Rummen en Nieuwerkerken via Zerkingen en hier voorbij kwam. In het leven van de H.Trudo(†693) staat er geschreven dat de stichter van Sint-Truiden op een nacht op bedevaart ging naar Velm, Brustem en Zepperen en hier voorbij kwam. Zelfs toen hij in Metz studeerde, volgde hij meermaals dezelfde route. Op deze route voor bedevaarders naar Santiago de Compostella, werden dikwijls dergelijke kapelletjes opgericht.”
Door toedoen van de pastoor van Kerkom werd over een tijdspanne van een 5-tal jaren, de kapel hersteld, opgeverfd, van elektrisch licht voorzien en sommige traditionele plechtigheden hersteld.
Annexe: Pater Kris Lambrechts vertelde me ooit dat er in het offerblok van de Bruine Lieve Vrouw, meer aangetroffen werd dan in de 4 parochiekerken uit de omgeving samen ! Het heiligdom lijkt verlaten….Blijkbaar toch niet!.
Tekst en fotomateriaal: JP Broos
Oude foto achterzijde Engelbos hoeve
Voormalig laathof, gesloten hoeve met kern uit de 16de eeuw, in verschillende perioden aangepast. De hoeve werd door een brand na een bombardement in 1944 zwaar beschadigd. Bij de herstelling werden vrijwel alle daken verlaagd
De hoeve is gelegen te midden van de velden en vormt een belangrijk element in het landschap; ten oosten de boomgaard, ten zuiden achter het woonhuis en aan de straatzijde door een haag afgezoomd, de moestuin. Bakstenen gebouwen, gegroepeerd rondom een rechthoekig, gekasseid erf.
Ten westen het poortgebouw, thans onder lessenaarsdak (golfplaten); aan de straatzijde een rondboogvormige inrijpoort met een boog van twee rollagen en een platte laag, en posten van kalksteen met negblokken; boven de poort een getoogde nis en een gedicht, kalkstenen venster. Rechthoekige poort onder houten latei en ontlastingsboog aan de erfzijdegevel; rechthoekig, kalkstenen venster.
Ten zuiden woonhuis van vijf traveeën en (thans) twee bouwlagen onder verlaagd zadeldak (nok loodrecht op straat, golfplaten), door middel van muurankers op de westelijke zijgevel gedateerd 1559. Op de benedenverdieping, twee kalkstenen kloosterkozijnen, met geprofileerde posten en duimen aan het benedengedeelte en afgeronde hoeken aan de latei; twee kalkstenen kelderopeningen; een rechthoekige deur in een vlakke kalkstenen omlijsting met neuten, met erboven een blind gevelvlak afgelijnd met kalkstenen posten, waarboven een rechthoekig, getralied bovenlicht. De bovenverdieping is gewijzigd. In de achtergevel, twee vensters zoals hoger beschreven, een rechthoekige kalkstenen deur met getralied bovenlicht en kalkstenen tussendorpel en enkele kleine rechthoekige venstertjes van kalksteen. De westelijke zijgevel is voorzien van een lage, zandstenen plint en twee getraliede kloosterkozijnen van het hoger beschreven type, doch waarvan de tussendorpel een druiplijst heeft. Haaks op de achtergevel, in het verlengde van de westgevel, een laag gebouwtje onder zadeldak (Vlaamse pannen), dat door een duidelijke bouwnaad van het woonhuis gescheiden is; in de westgevel bevindt zich een verankerd kalkstenen rondboogdeurtje (?), hoger gelegen dan de begane grond en voorzien van negblokken en sluitsteen.
In het verlengde van het woonhuis, stal van vier (?) traveeën onder plat dak (golfplaten); gewijzigde vensters doch twee oorspronkelijke deuren: links een rondboogdeur in een verankerde, rechthoekige omlijsting van kalksteen; rechts een verankerde kalkstenen rondboogdeur met een ontlastingsboog van een platte laag, een rollaag en een platte laag. Het oostelijk gedeelte van deze vleugel heeft zijn oorspronkelijk steil zadeldak (mechanische pannen) behouden; oostelijke zijgevel met aandak, vlechtingen en uilengat. Recent aanbouwsel tegen de achtergevel. Karrenhuis onder lessenaarsdak tegen de oostelijke zijgevel. Tussen dit gedeelte en de oostelijk gelegen stal bevindt zich de doorgang naar de velden; de buitenzijde wordt gevormd door een verankerde rondboogpoort in een fraai geprofileerde kalkstenen omlijsting met negblokken aan de posten en dateren 1675 op de sluitsteen. Ten noorden hiervan, de oostelijk gelegen stal onder zadeldak (Vlaamse pannen en golfplaten), naar de oostzijde toe vergroot; de erfzijdegevel telt drie rechthoekige deurtjes met afgeronde hoeken in een kalkstenen omlijsting op neuten. Een tweede stal beslaat de noordwestelijke hoek van het erf; zes en drie traveeën onder lessenaarsdaken (Vlaamse pannen); gewijzigde bovenverdieping en vensters; twee deuren van het hoger beschreven type en een gelijkaardige, verankerde deur. De dwarsschuur, ten noorden van het erf, ging bij de brand van 1944 volledig verloren.
Zie ook stamhuis Engelbos Renson voor meer foto's.
De foto genomen in 1944, nadat een munitieopslagplaats van de Duitsers getroffen werd bij een luchtaanval. De luchtafweergranaten van deze getroffen opslagplaats ontploften op hun beurt. Van de honderden weggeslingerde granaatkoppen raakte er een achttal de hoeve Engelbos en staken ze in brand. De brand verwoeste het volledig gebouw.
Voor de familie Engelbos – Djang en Leonie Renson – op de boerderij woonde, werd deze bewoond door Xavier Renson en zijn zus. Xavier was de grootvader van Leonie en had samen met Maria Preud'homme een groot gezin van twaalf kinderen. Mogelijk woonden ook hun ouders al op die boerderij, voor de tijd dat België ontstond en waren dat de Rensons of de Preud’hommes? Rensons waren het alleszins niet want Xavier Renson blijkt van regio Hannuit afkomstig te zijn.
Een boerderij met een spookverhaal (https://www.volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=239)
Uit de Vlaamse Volksverhalenbank met gelijkaardige verhalen over paarden en poorten zoals bv het verhaal in Ulbeek, Sint-Lambrechts-Herk, ...
De grote 'winning' van Engelbosch te Straten, daar spookte het. Dat is een oud 'geleeg' uit de jaren vijftienhonderd en het ligt tegen de Romeinse baan. Ze willen ook hebben dat dat ooit een klooster geweest is. Daar in de hof is een plaats, een ronde ring, waar in de winter de sneeuw direct weg is. Toen daar een zekere R. woonde, hadden die mensen toch zoveel ongelukken in hun stallen onder de beesten. Op een nacht vlogen de poorten open en toen reed daar een koets met twee witte paarden in en die reed van achter weer uit en toen gingen de poorten weer toe. Dat waren christelijke mensen en ze deden een pater komen van de 'Monnebruurs' uit de stad, en die heeft alles overlezen en overal wijwater gesprenkeld. Toen is dat verbeterd maar 't is nooit helemaal gedaan geweest. Daar zijn altijd meer ongelukken geweest 'als' ergens anders. Daar hebben verschillende boeren gewoond, maar 't was lang zo erg niet als toen die koets daar kwam. Dat was ene die na zijn dood terugkwam, vertelden ze. Nu, in de oorlog, zijn daar nog bommen gevallen en de 'winning' is uitgebrand, zo ligt ze daar nog altijd.
Vroeger waren mensen bang voor van alles en nog wat, gewoon omdat ze niet begrepen wat er aan de hand was en ze amper iets van wetenschap kenden. Paul Claes vertelt zo over een vreemde plek op de boerderij van Engelbos :
Bij hevig onweer las Maria, de vrouw van Xavier Renson, telkens een passage uit het evangelie voor aan het werkvolk van de boerderij.
Claeshoeve zicht vanuit de beekkant
Claeshoeve, de Sjanshoeve, frontzicht
De Claeshoeve
Het is een feit dat Straeten van ouds een soort toevluchtsoord was van vreemde leurders en landlopers die, van mensenheugenis, in de oude winning Sacré (de huidige hoeve van Paul Claes) mochten logeren. Vooral Duitsers en Bohemers hadden er hun geregelde rendezvous. Franske Van lierde, 92 jaar toe hij in 1947 stierf, die vanaf zijn 7 jaar als koeterke in de winning te Straeten -toen genoemd Sneyers- dat er daar iedere avond meerdere landlopers de nacht kwamen doorbrengen. Ze sliepen in de stallen en aten aan de tafel der knechten.
Twee typische feiten illustreren nog deze vervlogen tijd. Eens kwam een hele familie rondreizende Bohemers logere, vrouwen met zwartbiezen gelaatskleur en lange haren die hun kinderen op de heup droegen en mannen die rokken of pagnes (schaamschort) droegen.
Een ander maal, 't was winter, de sneeuw lag klompen dik - de logeurs konden niet weg zodat ze in aantal waren - toen kwam er het heilig paterke* van Sint-Truiden ook om te logeren. De meeste dagen preekte hij voor deze rondreizende die gretig toeluisterden. Maar hun verwondering steeg ten top toen het heilig paterke een grote Lieve Vrouw onder zijn mantel uithaalde en hen vertelde dat die Lieve Vrouw te Lourdes kwam te verschijnen (1858). De pachteres voelde zo een eerbied voor hem, zo vertelde Franske, dat hij van de haar een goed warm bed van een strozak moest gereed maken op de zolder. Deze laatste geschiedenis stelt ons van in de jaren 1854 1860. Deze traditie heeft zich gehandhaafd tot na de Tweede Wereld Oorlog. Door het vliegplein en de moderne wegen is dit gebruik verdwenen.
Pater Gentilis
*Wilhelmus Van Oppen, pater Gentilis, minderbroeder, werd geboren te Alken op 8 september 1820 en overleed te Hasselt op 25 februari 1875.
Uit de notities van de Bevingse minderbroeder pater Celestinus Lamens
Paul Claes vertelt over de zigeuners die op doortocht in die boerderij mochten blijven slapen en er 's morgens ook nog eten kregen. Verder verhaalt hij nog een anekdote over een zwerver met heel wat luizen.
De familie Sacré
heeft voor de familie Claes in de Sjanshoeve gewoond, zie bij de stamhuizen voor verdere info. De laatste bewoner van de familie Sacré was Robert Sacré.
Wandelingen vertrekkende in Straeten: 5,6 km info link: https://www.wandeleninlimburg.be/nl/routes/19581283/
wandeling 3,2 km : https://www.visitsinttruiden.be/wp-content/uploads/2018/12/ST-Cicindriawandeling.pdf
glasraam -bezienswaardigheden in Bevingen en Straeten.