ST Begijnhof kadaster 1682.
Villaret 1745
Ferraris 1777
Vandermaelen 1846
Foto genomen door Frieda Schlusmans, 1978
paardenconcours 1965
Antoine
Jean
varkenstal
hondenhok
rechter zijkant
In 1944, nadat een munitieopslagplaats van de Duitsers getroffen werd bij een luchtaanval. De luchtafweergranaten van deze getroffen opslagplaats ontploften op hun beurt. Van de honderden weggeslingerde granaatkoppen raakte er een achttal de hoeve Engelbos en veroorzaakten een hevige brand. Deze brand verwoeste het volledig gebouw.
huidige zicht cfr Visit Limburg
Zogenaamd "Hoeve Engelbos", voormalig laathof; gesloten hoeve met kern uit de 16de eeuw, in verschillende perioden aangepast. De hoeve werd door een brand na een bombardement in 1944 zwaar beschadigd; bij de herstelling werden vrijwel alle daken verlaagd.
De hoeve is gelegen te midden van de velden, en vormt een belangrijk element in het landschap; ten oosten, de boomgaard, ten zuiden, achter het woonhuis, en aan de straatzijde door een haag afgezoomd, de moestuin. Bakstenen gebouwen, gegroepeerd rondom een rechthoekig, gekasseid erf.
Ten westen, poortgebouw, thans onder lessenaarsdak (golfplaten); aan de straatzijde een rondboogvormige inrijpoort met een boog van twee rollagen en een platte laag, en posten van kalksteen met negblokken; boven de poort een getoogde nis, en een gedicht, kalkstenen venster. Rechthoekige poort onder houten latei en ontlastingsboog aan de erfzijdegevel; rechthoekig, kalkstenen venster.
Ten zuiden, woonhuis van vijf traveeën en (thans) twee bouwlagen onder verlaagd zadeldak (nok loodrecht op straat, golfplaten), door middel van muurankers op de westelijke zijgevel gedateerd 1559. Op de benedenverdieping, twee kalkstenen kloosterkozijnen, met geprofileerde posten en duimen aan het benedengedeelte en afgeronde hoeken aan de latei; twee kalkstenen kelderopeningen; een rechthoekige deur in een vlakke kalkstenen omlijsting met neuten, met erboven een blind gevelvlak afgelijnd met kalkstenen posten, waarboven een rechthoekig, getralied bovenlicht. De bovenverdieping is gewijzigd. In de achtergevel, twee vensters zoals hoger beschreven, een rechthoekige kalkstenen deur met getralied bovenlicht en kalkstenen tussendorpel, en enkele kleine rechthoekige venstertjes van kalksteen. De westelijke zijgevel is voorzien van een lage, zandstenen plint en twee getraliede kloosterkozijnen van het hoger beschreven type, doch waarvan de tussendorpel een druiplijst heeft. Haaks op de achtergevel, in het verlengde van de westgevel, een laag gebouwtje onder zadeldak (Vlaamse pannen), dat door een duidelijke bouwnaad van het woonhuis gescheiden is; in de westgevel bevindt zich een verankerd kalkstenen rondboogdeurtje (?), hoger gelegen dan de begane grond en voorzien van negblokken en sluitsteen.
In het verlengde van het woonhuis, stal van vier (?) traveeën onder plat dak (golfplaten); gewijzigde vensters doch twee oorspronkelijke deuren: links een rondboogdeur in een verankerde, rechthoekige omlijsting van kalksteen; rechts een verankerde kalkstenen rondboogdeur met een ontlastingsboog van een platte laag, een rollaag en een platte laag. Het oostelijk gedeelte van deze vleugel heeft zijn oorspronkelijk steil zadeldak (mechanische pannen) behouden; oostelijke zijgevel met aandak, vlechtingen en uilengat. Recent aanbouwsel tegen de achtergevel. Karrenhuis onder lessenaarsdak tegen de oostelijke zijgevel. Tussen dit gedeelte en de oostelijk gelegen stal bevindt zich de doorgang naar de velden; de buitenzijde wordt gevormd door een verankerde rondboogpoort in een fraai geprofileerde kalkstenen omlijsting met negblokken aan de posten, en dateren 1675 op de sluitsteen. Ten noorden hiervan, de oostelijk gelegen stal onder zadeldak (Vlaamse pannen en golfplaten), naar de oostzijde toe vergroot; de erfzijdegevel telt drie rechthoekige deurtjes met afgeronde hoeken in een kalkstenen omlijsting op neuten. Een tweede stal beslaat de noordwestelijke hoek van het erf; zes en drie traveeën onder lessenaarsdaken (Vlaamse pannen); gewijzigde bovenverdieping en vensters; twee deuren van het hoger beschreven type en een gelijkaardige, verankerde deur. De dwarsschuur, ten noorden van het erf, ging bij de brand van 1944 volledig verloren.
THIJS A., Doorheen het aloude Sint-Truiden, I-XXI, Sint-Truiden, 1963, p. 57.
Bron : SCHLUSMANS F. met medewerking van GYSELINCK J., LINTERS A., WISSELS R., BUYLE M. & DE GRAEVE M.-C. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6n2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs : Schlusmans, Frieda
Datum : 1981
Leonie Renson en Joannes Engelbos
gezin Engelbos-Renson
gezin Engelbos-Renson
Paul
Camille
Henriette
Antoine
Djang
Leonie
Maria
Flore
Hélène
Djang Engelbos en Leonie Renson
Djang en Leonie
Antoine
Leontine Smolders
Jean en zijn moeder Leontine
Antoine, Leontine met dochter en kleinkinderen aan tafel
Antoine, Leontine en Jean Engelbos, op weg naar de receptie ten huize van Roger Sanen ter gelegenheid van het huwelijk (1977) van zijn dochter Mieke Sanen
Op de achtergrond het zangkoor: ook altijd welkom op de receptie
Familie Smolders n.a.v. 50 priester Fons Smolders. Josephine (2de vrouw van Pierre Claes) kijkt recht in de camera.. Leontine zit rechts op de foto.
zussen Engelbos : Hélène (getrouwd met Camille Festraets, de man van het uurwerk op het Begijnhof), Maria, Flore en Henriette
Marthe (De Awans, getrouwd met Paul, ouders van tandarts Marc Engelbos) en Maria Engelbos (getrouwd met Jos Debruyn (apotheek op de Groenmarkt)
Alice Janssens (1ste vrouw en zus van Constant Jansens)
Antoine en Alice
Antoine en Alice
Antoine en Leontine (2de vrouw en zus van Fin, de 2de vrouw van Pierre Claes)
Leontine Smolders en Antoine Engelbos
In Erfgoud Sint-Truiden lezen we het volgende over Camille Engelbos :
Tweelingsbroer van zus. Zoon van landbouwer Joannes uit Velm, voorzitter Kerkfabriek Bevingen-Halmaal, en van Léonie Renson.
Oude herenhoeve Straeten. Ll. Broeders Sint-Truiden. Priester 1938. Kapelaan Chênée. Aalmoezenier Kadettenschool Saffraanberg. Na veldtocht 1940 te Gent ontsnapt als krijgsgevangene. Lid Geheim Leger, groep CT IX februari 1942. Verstopte dienstplichtigen uit de Oostkantons. Overval op Duitse vrachtwagen voor voedsel. Verzetsman ‘Maurice van Loon’, ondergedoken o.a. als mijnwerker en pater augustijn. Directeur opvangcentrum (Joodse) kinderen ‘La Cure des Enfants Anémiés’ abdij Leffe vanaf Pasen 1944. Adoptie drie Joodse kinderen, één werd priester. Pastoor nieuwe Sint-Lutgardisparochie Tongeren 1946 met bouw kerk, school en parochiegebouwen. Pastoor Zonhoven 1963 met bouwwerken en rector Sint-Gangulfus Sint-Truiden 1980. Op rust 1993.
Links langs priester Camille Engelbos, pater Fulgentius Renson, rechts pater Thomas Renson, nog verder rechts pater Lamens en de latere priester Eduard Haijen.
Camille Engelbos tussen zijn ouders
priester Camille Engelbos met zijn moeder Leonie Renson
bouw van de kerk in Tongeren
Sint-Lutgardiskerk Tongeren
Camille met tweelingzus Hélène
Camille met Maria
Laten wij nu Pastoor C. Engelbos aan het woord.
In 1939 werd ik gemobiliseerd als dienstdoende legeraalmoezenier in de Kadettenschool van Sint-Truiden. Eveneens in dienst van het Geneeskundig Korps heb ik de veertigdagen-vlucht meegemaakt. Ik werd door de Duitse soldaten in Loppem in West-Vlaanderen gevangen genomen maar op 29 mei 1940 vluchtte ik te
Gent uit de rangen van de gevangenen.
Ik kwam terecht bij een brave familie. Deze mensen beschermden mij en wilden zelfs mijn priestertoog afhalen bij mijn Heeroom, Zeer Eerwaarde Pater Fulgens Renson, pastoor van de Sint-Stephanusparochie te Gent.
Op 6 juni 1940 kocht ik met mijn enige bezit (600 frank) een nieuwe fiets in Gent en 's anderendaags, op 7 juni stond ik op de Grote Markt van Sint-Truiden. Dank U, Fulgens Renson
Vanaf 10 juni heb ik mijn apostolaat terug opgenomen als kapelaan en medestichter van een nieuwe parochie met als patroonheilige Saint-Jean Vianney. Ik deed er mee aan de bedeltochten in de parochies van Limburg. Ons doel was de bouw van scholen en jeugdlokalen, waarin wij tevens de vluchtelingen van de Duitse overheersing moesten opvangen en beschermen. Wij spreken over de periode 1938 - 1946.
Op bevel van Hitler, werden op 18 mei 1940, de kantons Eupen - Malmédy (les pays rédimés) ingelijfd bij Duitsland. Hierdoor moesten alle jongens uit de streek vanaf zestien jaar ten strijde trekken tegen het communisme. Tientallen jongeren vluchtten weg uit hun gemeente en zakten af naar Luik om daar onderdak en bescherming te vinden. Deze jongeren waren veelal eindejaarsstudenten aan de colleges van Malmédy, Saint-Vith en andere.
Vele jongeren kwamen terecht in onze parochie en als priester werden wij als eersten opgeroepen om deze jongeren te helpen verbergen met alle risico's daaraan verbonden. Aanvankelijk werden ze bij ons verstopt, later bij echte vrienden.
De taak om deze jongeren te plaatsen bij verschillende families en om hen van het nodige onderhoud te voorzien, bracht ons in contact met de weerstand. De CT XI LIEGE. Daar heb ik zelfs enkele diefstallen helpen organiseren om de nodige voedingsmiddelen bijeen te krijgen.
Met vier geestelijken namen we deel aan de weerstandsgroeperingen. We werden echter verraden door een jonge man, die aangesloten was bij de Gestapo. Mijn confrater Eerwaarde Heer Jef Brusten werd gevangen genomen. Hij werd naar de concentratiekampen van Gross Streelitz, Dora en Nordhausen gestuurd, om ten slotte volkomen uitgeput bij zijn ouders te komen sterven.
Op 3 november 1942 werd ik in extremis door een dame verwittigd van de komst van de Gestapo. Ze zei: "Monsieur le Vicaire, la Gestapo est arrivée et on a demandé votre adresse. Sauve-toi ! Je leur ai fait faire un détour. Vite vite.» Vanuit het venster bij de buren heb ik toen alles kunnen volgen. Twee auto's kwamen aangereden en stopten. Gewapende SS-ers stapten uit en drongen de pastorie binnen. Alles wat nog enigszins goed was, werd meegenomen.
Verkleed als mijnwerker ben ik dan die avond gevlucht richting Sint-Truiden. Het Bisdom raadde mij aan om zo vlug mogelijk de provincies Limburg en Luik te verlaten omdat ik overal gezocht werd. Vandaar de vele pogingen om in het bisdom Mechelen een job te krijgen in het onderwijs om zo aan de Gestapo te ontsnappen.
Ik vond tijdelijke bescherming bij de Paters Augustijnen. Ik werd aangesteld als leraar in hun college te Kontich en als hulp in hun Noviciaat. Het duurde niet lang, want reeds na enkele maanden moest ik weer op de vlucht.
In gebed in de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Banneux, ontmoette ik een verzetsman. Hij kwam uit de KAJ-centrale van Brussel en was op zoek naar helpers om Joodse kinderen te beschermen. Deze kinderen waren verborgen in de "Home des enfants anémiés" in Luik om zo te ontsnappen aan hun vernietiging in de Duitse concentratiekampen.
Na deze ontmoeting begint mijn apostolaat bij de Joodse kinderen, die overal werden opgespoord en opgepakt om te worden vergast in Warschau.
Na een contact met Monseigneur Kerkhofs, bisschop van Limburg en Luik, werd ik afgehaald aan de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw in Banneux. Ik vervoegde mij dan bij een kamp van Joodse kinderen, die werden samengebracht door de KAJ-werking van Brussel en die werden ondergebracht in de KAJ-centrale van Dworp.
Door de niet-aflatende opsporingen door de Duitsers, werd mijn verblijf aldaar ongunstig en vanaf Pasen 1944 werd ik aangeduid als directeur van "La Cure des Enfants Anémiés" van de abdij van Leffe bij Dinant. Ik kreeg daar tot het einde van de oorlog (tot 4 mei 1945) de verantwoordelijkheid over de Joodse kinderen. Het werk stond onder toezicht van de "JOC Nationale" rue d'Anderlecht, 4 in Brussel.
Ook hier ondervond ik de bescherming van de goddelijke Voorzienigheid en uit dankbaarheid heb ik drie flinke broers bij mij genomen om hen te laten studeren en om hun toekomst voor te bereiden. Dit alles gebeurde in een gezellige familiegeest. Een van hen werd later priester. Zijn naam : Camille Goldfarb.
Pastoor Camille en deze Joodse jongeren, gezocht door de Gestapo
We vermoeden Djang Engelbos met zijn ouders
Het ouderlijk gezin van Djang Engelbos (in Velm).
Met oma Gemis, de moeder van Djang Engelbos
vader en moeder van Djang Engelbos
Foto van rond de eeuwwisseling (1909), getrokken bij de overname van een smidse in Velm. De eerste man links zou de vroegere eigenaar zijn, een 'Gemis', de volgende persoon is de overnemer een 'Wiame', dan volgt nog een 'Gemis 'en de rechtse persoon werd niet herkend. Eén van die stoere mannen werd door een hengst dood gestampt, dat wist Jos Engelbos ons te vertellen. En verder wist hij dat de smidse haar naam zou gegeven hebben aan het huidig café “De Smis” in Velm.
Familie Renson, met Leonie in gele cirkel
We vermoeden Marie Benaets (vrouw van Eustachius Renson)
Antoine en Paul Engelbos
Antoine en Jean Engelbos
Leontine Smolders
medailles, prijzen voor het rundvee
Rozine, de vaste hulp
rechts Paul (de fruitteler) en dan Toine Engelbos
1952 Albert Stas (koopman) en Paul Engelbos
1952 Jos Engelbos
Koning Boudewijn met Antoine Engelbos
Albert Stas, Antoine Engelbos en Michel Decat
Antoine Engelbos, Michel Decat, Albert Stas
Antoine en Paul Engelbos, 5e en 6e van links Hector en Firmin Libens , Jef Debien (met hoed) en uiterst rechts Roger Sanen.
Jean Engelbos
de pachtheer is lid van de familie van de adellijke familie Mente de Horne
Verhaal over priesters, paters en concours, verteld door Jean Engelbos
Grap over Patrick Neven
Smid Kobe die gebeten werd door hengst
Drie mannen in Straeten die allen hun eerste vrouw verloren en opnieuw moesten beginnen....
Hélène Saenen :
“ Jos Engelbos is als kleine jongen heel lang door de zussen van papa (tante Lut en tante Maria) opgevangen omdat zijn moeder (Alice Jansens, de eerste vrouw van Toine Engelbos) vaak in Zwitserland in een sanatorium moest verblijven of hier in ziekenhuis – de vrouw leed aan tbc. Daardoor was Toine (is neef van papa) heel close thuis. Zij waren ook buren in Straeten. Hun beide (Toine en papa) moeders waren zussen. Marie-Jeanne Engelbos (onlangs overleden) en Jos waren van eerste vrouw en Jean Engelbos was kind van tweede vrouw, Leontine. Leontine was de zus van de tweede vrouw van Pierre Claes (vader van Paul Claes). Die zijn eerste vrouw was ook jong gestorven. (Doodgereden terwijl ze langs hem op de Steenweg wandelde... ook weer heel dramatisch). Mijn opa, heeft ook zijn eerste vrouw en kind in de brand van de molen verloren... Het leven was vroeger hard... op die vlakken toch.”
Dirk Massa heeft ons een beeld en informatie bezorgd over de man van Hélène Engelbos : Camile Festraets
Hélène, de zus van Toine Engelbos
Camile Festraets, haar man
Uit Wie was Wie in Sint-Truiden
Festraets, Julien Louis Kamiel, horlogemaker.
ST 17-02-1904 – ST 24-05-1974, x 1927 Hélène Engelbos
Zoon van horlogemaker Jacques Lambert Festraets en Marie Pauline Van Slype, Tienesestraat. Ll. Klein Seminarie tot en met vierde Latijnse. Dirigent kerkkoor Sint-Marten, regisseur De klokken van Corneville. Tenor operettegezelschap Cicindria. Ontwerper van gebrevetteerd elektrisch ontvangstuurwerk 1928. Oprichter leergang voor uurwerkmakers te Leuven 1932. Astronomische salonklok met erediploma en gouden medaille op Wereldtentoonstelling 1935 te Brussel. Herstelling belfortuurwerk. Astronomisch uurwerk in museumkerk op het Begijnhof 1942, met stoet van ambachten en Pietje de Dood. Uitgebreid met zonnewijzer, wateruurwerk, zandloper, slinger van Foucault 1950, beweging van aarde om de zon en een zeeschip tussen New-York en Antwerpen. Sinds 1968 in nieuwgebouwde Studio. Na dood Kamiel en juridisch geschil overgenomen door het stadsbestuur, samen met naastgelegen huisje. Jarenlang een toeristische topattractie. Er werd een straat naar hem genoemd : de Festraetsstraat, de verbinding tussen de Luikersteenweg en de Tongersesteenweg.