Stierf na dertien maanden folterend celleven
Vóór enkele dagen werd met zekerheid in het Missiehuis te Scheut het afsterven van pater Toon Renson in China. Op 24 oktober zou hij in de communistische gevangenis van Tingpien, na dertien maanden onmenselijk lijden, bezweken zijn. Nogmaals viel een Vlaams Scheutist als slachtoffer van de communistische vervolging in China. Terwijl heel de wereld praat over het afsterven van «een groot staatsman», bidt men te Scheut voor de zielerust van één zijner slachtoffers.
Die goeie pater Renson, een edele missionarisfiguur. Na drie en dertig jaar missieleven, bemind door zijn Mongoolse christenen als een heilige, werd hij door zijn beulen doodgefolterd.
Op 3 februari 1890 werd hij te Zaffelare geboren, en deed schitterende humaniorastudies te Dendermonde. Zijn geestdriftig idealisme bracht hem te Scheut. Het ruwe offerleven van de missionaris in China lokte hem aan. Zijn oversten wisten zijn rijke geestesgaven te waarderen en stuurden hem naar Rome voor zijn priesterstudies.
Onder de oorlog zien we hem als aalmoezenier aan de IJzer met de eeuwige lach en een gezonde kwinkslag heeft hij er velen in de slijkgrachten een hart onder de riem gestoken.
Maar pas had hij zijn aalmoezenierspak afgelegd, of hij reisde af naar het land zijner dromen, het harde weerbarstige China, waar sedert vijftig jaar zoveel schone Vlaamse missionarissen hun leven hadden gegeven. Mgr Bermijn, P. Verlinden, mgr Devos, P. Steenackers, P. Braam, P. Claeys en zovele anderen waren voorgegaan. Pater Renson zou hun voetspoor volgen, in houwe trouwe, en uitgroeien tot een nieuwe reus van het apostolaat, tot een martelaar van liefde in missieplicht.
HONGERSNOOD
Pas drie jaren was hij aan het werk, toen hij kennis maakte met de grote gesel van China: de hongersnood. Gedurende drie jaren moest hij met ware leeuwenmoed worstelen tegen het grinnikende spook van de honger, dat zijn missiepost bedreigde.
Hij deelde zijn eten met de hongerigen, maar weldra stond hij machteloos tegenover deze verschrikkelijke natuurramp. Zijn christenen verlieten de streek en dreigden in het heidendom te hervallen. Van de 1700 parochianen bleven hem na drie jaren hongersnood nog 97 over.
Maar deze beproeving heeft zijn moed niet ontzenuwd. Zijn Christenheid herleefde en pater Renson mocht ook de schone romantische zijde van het missionarisleven kennen. Jarenlang doorkruiste hij, op zijn vlug Mongools paardje, de onmetelijke duinen van Zuid-Ordos. Na 5 jaren hardnekkige kamp, had hij opnieuw zijn missie tot hoge bloei opgevoerd en werd hij districtoverste van Zuid-Ordos benoemd.
IK BLIJF OP MIJN POST
Toen dreigde de communistische dolk. De ganse missie werd met ontreddering geslagen. Vluchten betekende nu de bezetting van de missie door de communisten en de vernieling van 50 jaar noeste arbeid.
Pater Renson aanvaardde zijn verantwoordelijkheid en bleef op zijn post. Met de wapens in de vuist, verdedigde hij een eerste maal zijn post tegen
een aanval van de communisten in oktober 1935. Het jaar daarop zou hij nogmaals, en dit maal tegen een veel sterkere vijand, zegevierend uit de slag komen.
Maar hij zag hoe de toestand fataal evolueerde naar een algehele
communistische overwinning. De repressie van de communisten tegen hem en zijn Christenen zou verschrikkelijk zijn. Dat wist hij voldoende.
In 1947 was hij te Scheut voor het algemeen Kapittel van de Congregatie van Scheut. Dadelijk daarna keert hij terug naar zijn missie, die ondertussen
reeds bezet was door de communisten.
Hij schreef naar zijn overste: "Ik verlang in China te blijven en er te sterven. De dood schrikt mij niet af; wel de opsluiting in een gevangenis. Maar kom, zoals Hij het wil, is het goed."
DE COMMINISTISCHE REPRESSIE
In Zuid-Ordos werd de repressie een ware kerkvervolging. Op 22 september werd pater Renson aangehouden. Te voet moest hij 35 km afleggen naar de gevangenis van Tingpien.
Dertien maanden zal hij daar, volledig afgesloten van de buitenwereld, gefolterd worden door honger en koude, gepraamd om zichzelf en anderen, leugenachtig te beschuldigen.
Tenslotte is hij aan uitputting gestorven. De troost van het laatste H. Sacrament werd hem geweigerd. Zijn confrater, pater Remi Van Hyfte, die heel de tijd in de naburige cel opgesloten zat, mocht er maar bijkomen, wanneer pater Renson reeds overleden was.
Vlaanderen gedenkt vandaag weer één zijner beste zonen, die zijn leven gegeven heeft voor het heilig geloof.
J. VAN HECKEN Oud-proviciaal van Ningsia, China
Begrafenis van missionaris van Scheut in China verwekt opstootjes.
Vele christenen en zelfs heidenen kwamen bidden voor de "heilige man' In verband met het overlijden van pater Renson van de missionarissen van Scheut in een Chinese gevangenis verneemt men in het Missiehuis van Scheut nog volgende bijzonderheden:
Op 24 oktober werd pater Remi Van Hyfte in de gevangenis van Tingpien (bisdom Ningsia) door de bewakers verwittigd dat pater Renson erg ziek was. Hij verkreeg de toelating om hem te gaan bezoeken, doch wanneer hij bij zijn confrater kwam, was deze laatste reeds overleden.
Na vele onderhandelingen verkreeg pater Van Hyfte de gunst, dat het stoffelijk overschot zou ter aarde besteld worden in zijn missiepost van Peinitsingstee. Zij kwamen het stoffelijk overschot van de missionaris met een ossenkar afhalen, doch onderweg, te Tongtang, waar pater Renson vroeger pastoor was geweest, eisten de christenen dat hij bij hen zou begraven worden. Dit gebeurde op Allerzielen van
verleden jaar.
De begrafenis zelf was een ware volksmanifestatie. Van overal waren verschillende christenen en zelfs heidenen afgekomen om voor de "heilige man" te bidden. Na de mis joegen de soldaten het volk uiteen, omdat zij het lijk wilden volgen naar het kerkhof. Sedertdien wordt het graf voortdurend bewaakt door de soldaten om het volk te beletten er te komen bidden.
Thans blijft er bij de Mongolen van Ningsia maar één Scheutist over, pater Van Hyfte, die eveneens ziek is en in de gevangenis verblijft. In tegenstrijd echter met het Fides-bericht van vorige week kan de pers-attaché van Scheut ons verzekeren, dat zijn toestand niet alarmerend is.
uit Het Volk, donderdag 12 maart 1953
Verduidelijking van de tekst hier rechts boven
Tijdens de omwenteling in 1940-50 Scheutisten
gevangen, mishandeld, verbannen
Elf Schutisten sterven in Noord China tijdens de omwenteling in de jaren 1940-50.
In het Noorden van China, vooral in de bisdommen lehol en Ningxia, waren al sinds de jaren 1946-47 meerdere missieposten bezet door de communisten. De Kerk was er geconfronteerd met zware problemen. Toen Generaal Overste J. Vande putte in 1948 tijdens zijn bezoek aan de missie in China zag dat de situatie van kwaad naar erger ging, vroeg hij aan zijn jonge Scheutisten die net gearriveerd waren en aan zijn oude en zieke confrators om terug te keren naar Belgie.
Op dat moment zaten er al Scheutisten gevangen en waren er al omgekomen tijdens hun gevangenschap. Op 1 oktober 1949 werd de oprichting van de Chinese Volksrepubliek afgekondigd. Het jaar daarop begon de vervolging van de kerk en de missionarissen. Nog meer missionrissen werden gevangen genomen.
Ze werden door het volk aangeklaagd en veroordeeld, en uitgedreven uit China.
Tussen 1948 en 1955 verlieten 250 Scheutisten het land.
13 Scheutisten sterven in de gevangenis, of meteen na hun vrijlating:
Constant Dom (Broechem) †1947
Oscar Conard (Marchienne au Pont) †1947
Jozef Feeraert (Anderlecht) †1947
Piet van Esser (Sittard) †1948
Petrus Chang (Xiamiabergou)†1948
Kamiel Vandekerckhove Ingelmunster)†1949
Jozef Verhaert (Vorselaar) †1949
Jozef Vos (Herk-de-Stad) †1951
Mgr Leo De Smedt (St Niklaas) †1951
Antoon Renson (Zaffelare) †1952
Harrie Ullings (Budel NL) † 1953