Muurankers worden vaak voorzien van beschermende apotropaeïsche tekens (gekrast in de uiteinden van het anker en/of centraal). In de meeste gevallen gaat het ommaalkruisen (ook Andrieskruisen genoemd) met één of twee strepen erboven en/of eronder (voor te stellen als IIXII of IXI of XII). Eerder uitzonderlijk komen andere tekens voor zoals een donderbezem (Hagalrune) als specifieker afweerteken tegen bliksem (Kortessem, hoeve Dessener Diest, begijnhof en Neeroeteren, Neermolen). In Opheers komen er op de ankers van de Herkenrodehoeve 3 schuine strepen voor. Eén schuine streep wordt soms aangegeven als een protestants symbool, in tegenstelling tot het katholieke andrieskruis.
Deze tekens vinden hun oorsprong in een diepgeworteld volksgeloof en het gebruik ervan lijkt vrij algemeen verspreid. In de loop van de 19de eeuw geraken deze beschermende tekens in onbruik en verdwijnen ze. Maar dat het gaat om apotropaeïsche tekens wordt bevestigd door oudere (boeren-)mensen en smeden.
Muurankers met maalkruisen
Muurankers met donderbezems
Muurankers met andere tekens.
Foto's: Diest, begijnhof - Geel, St-Dympnakerk - Diest, begijnhof - Kortessen, hoeve Dessener
Diezelfde tekens werden reeds uitgebreid besproken in het onderdeel metseltekens: bezwerend/beschermend, maalkruisen.
Naast de apotropaeïsche tekens zijn sommige metalen werktuigen of voorwerpen ook voorzien van een huismerk: een handteken van de uitvoerder. In opdracht van de Vlaamse overheid (het MOT, Grimbergen) wordt getracht dit te inventariseren. Deze huismerken lijken toch wel hoofdzakelijk voor te komen op werktuigen die eerder industrieel of op grotere schaal werden vervaardigd.