Tot voor een tiental jaren rees op de grens van Rummen, vlak bij de Raasbeek, nog een motte op. In de volksmond heet de plek trouwens nog De Mot.
Men vindt er nu een ietwat hogere akker,Nieuwerkerken, Binderveld, De Mot
Tot voor een tiental jaren rees op de grens van Rummen, vlak bij de Raasbeek, nog een motte op. In de volksmond heet de plek trouwens nog De Mot.
Men vindt er nu een ietwat hogere akker, bezaaid met scherven en stukken van leipannen bedekt met loodglazuur. Deze resten wijzen naar de jaren 1400. Er liggen ook grote brokken Diesterse zandsteen hetgeen er op duidt dat hier een sterk bouwwerk heeft gestaan. De afrastering van het veld, dat ongeveer 1 ha groot is, vormt een halve cirkel en schijnt de boord van een oude ringgracht te volgen. Deze is trouwens op meerdere plaatsen nog merkbaar in het terrein.
Volgens oude zegslieden was deze gracht vroeger ruim 10m breed en werd het veld ruim 2 m af gelaagd. Merkwaardig is, dat zij beweren dat binnen de gracht drie grote heuvels oprezen, een centrale van alleszins 25 m diameter en twee kleinere. We stellen ons de vraag of deze sterkte drie torens geteld heeft binnen de omwalling, zoals het geval was met het slot van Wijnendale bij Torhout, waarvan een afbeelding bij M. Van Hemelrijck, De Vlaamse Krijgsbouwkunde, blz. 84.
Van Mottoren tot Kasteel, Publicatie 14 van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum van Tongeren, A. Claassen, 1970, blz. 33-34 (de hogere tekst is hieruit over genomen)
En in Binderveld, practisch in Nieuwerkerken is nog iets dat op een veel oudere woonkern wijst… daar waar de drie gemeenten Rummen, Binderveld en Nieuwerkerken elkaar raken. De Raasbeekstraat vormt de grens tussen Nieuwerkerken en Binderveld . De beek vormt de grens met Rummen.
Op ongeveer 200 m van de Raasbeekstraat, gebied Binderveld, bevindt zich een perceel dat in de volksmond “De Mot” heet. Volgens mijn zegsman De heer Gustaaf Vanaken thans wonende Leemstraat Binderveld maar die vroeger er vlak bij woonde was “De Mot” ongeveer één ha groot, ovaalvormig en van grachten omringd. Het perceel was bebost. Het waren drie zogezegde kunstmatige ophopingen waar tussen de grond zo diep was uitgehaald als de omliggende grachten. Hoogste punt ongeveer 7 m boven de onliggende gronden en gelegen op +- 25 m van de grensbeek met Rummen. Ongeveer 20 jaar geleden werd "De Mot” met de graafmachine gelijk gemaakt. Er kwamen enkele geel-witte onbewerkte stenen te voorschijn.
Volgens genoemde zegsman was “De mot” het overblijfsel van een vroeger kasteel. Hij had met horen zeggen van pastoor Schoofs van Binderveld. Pastoor Schoofs zaliger was inderdaad geschiedkundige. Nu is het zo dat in meerdere streken van deze kunstmatige ophogingen bestaan. Deze zonder grachten rond, dragen verschillende benamingen o.a. De Tom (Brustem), De Asberg(Stevoort) ook wel Kattenberg, Heksenheuvel en zo meer.
Katten en heksen waren in de oudheid nauw verwant. Maar allen, hoe ze ook heten duiden op een begraafplaats soms teruggaande tot de Romeinen.
De ophogingen met grachten rond heten overal "De Mot" en zijn praktisch altijd overblijfselen van een vroegere versterking. "De Mot" waarmee we hier te doen hebben bevatten niets meer dan nog enkele stenen, wat er op wijst dat de versterking van hout was. Het hout is vergaan maar de stenen die als grondvesten dienden zijn bewaard gebleven. Volgens bevoegde personen zou de oorsprong van "De Mot” teruggaan tot in de 8° of 9° eeuw.
Van belang voor verdere opzoekingen: op 200 m van de oudste baan die we kennen (St-Truiden-Herk) op +- 1000 m (vogelvlucht) van het kapelletje (in de volksmond het kapelletje van Strauven genoemd) waar volgens de overlevering onze eerste kerk zou gestaan hebben. En op 25 m van de grensbeek, dus tegen Rummen gericht, want men bouwt een versterking vóór de beek, niet er achter en het te verwachten gevaar zou dus van Rummen afkomen. Dat bewijst meteen dat er hier rond de 8° of 9° eeuw een woonkern bestond. Tenzij dat de beek in de loop der eeuwen haar bedding verlegd heeft, maar dat is bijna uitgesloten.
Moest het nu eens waar zijn dat Nieuwerkerken een gemeenschap was van vogelvrij verklaarden (dit ook weer volgens een gezegde) dan leefde die toch op goede voet met Binderveld want “De Mot" was niet tegen ons gericht.
Mathieu Vanbergen (december 1971)