Oorkonde van de schepenen van Binderveld van het jaar 1556
Oorkonde van de schepenbank van Binderveld. Behoort tot de oorkondenverzameling van de abdij van Sint-Truiden. Wordt bewaard in het Rijksarchief te Hasselt.
Tawmos Crijkils bood zich op 17 maart 1556 aan bij de schepenbank van Binderveld om een borg te stellen voor de schulden die hij nog had uitstaan bij de abt van Sint-Truiden. De Schepenbank bestond uit zeven schepenen: Antonus vande Laer, Ghiert Menten, Goris van Stapel, Jacop Bosman, Matijs Tijs, Peter van Ottenborch en Bartolomivis Otten. Haar voorzitter was schout Jan van Lamijns. Namens de abt was Hendrick Smets aanwezig.
De schulden van Tawmos waren achterstallig pachtbetalingen voor een winning in Kerkom die hij van de abt gepacht had. Voor het jaar 1554 was hij nog 29 Rijnsgulden en 11 stuivers achterstallige pacht verschuldigd, en voor het jaar 1555 43 mud en 6 en 7/8 vat koren. Naar geld omgerekend bedroeg zijn volledige schuld bij de abt 175 gulden, 8 stuiver en 1 blank. Dat bedrag moest hij tegen Sintjansmes naest comende (24 juni) aanzuiveren. De abt en zijn rentmeester hadden blijkbaar weinig vertrouwen in de capaciteit van Crijkils om zijn schulden tijdig af te lossen. Dat blijkt uit het feit dat van hem geëist werd dat hij alvast een jaarlijkse rente van 12 Rijnsgulden als borg stelde, waarvoor hij zijn huis en hof in Binderveld als onderpand gesteld werd.
Mocht Crijkils zijn schuld tegen Sint-Jansmis niet hebben afgelost, dan trad de abt in volle bezit van de rente, en moest zijn scdhuldenaar hem jaarlijks 12 Rijnsgulden betalen. Mocht ook betaling van rente achterblijven, dan kon de abt aan de schepenen verzoeken hem in bezit te stellen van het huis in kwestie. Het huis werd dus eigenlijk met een hypotheek belast. Aangezien er destijds geen kadastrale nummers bestonden waarmee het huis precies kon aangeduid worden, werden hier de reengenoten, of aangrenzende bezitters opgesomd: Henrick Vogils ter eender, Peter van Kelbeck ijerven ter tweeder zijen, Peter Crykils ter derder sijen ende des Heren strate ter vierder zijen.
De schepenen rondden de tekst van de akte af door te vermelden dat bij de overdracht van deze rente aan Henrick Smets die de abt vertegenwoordigde, alle vormvereisten - de usansien ende solemnityten van recht - in acht genomen waren, en dat zij de oorkonde met hun persoonlijke of properen zegels bezegeld hadden. Misschien is dit nog het meest bijzondere aan deze oorkonde: de zegesl van de zeven schepene zitten er nog onbeschadigd aan vast.