Parochie Binderveld
Oorlogshistorie
Binderveld is niet verbonden door steenweg met de kasseide St-truiden - Geet-Betz noch met de kasseide Runckelen - Zoutleeuw. Daarom zijn minder troepen door ons dorp gekomen.
Geen bijzonderheden.
Geene enkele vrijwillige diensneming.
Gedurende de eerste dagen van den oorlog waren de menschen met schrik bevangen. Velen verlieten hunne wooning en gingen in afgelegen bosschen eene schuilplaats zoeken. Daar het gerucht verspreid was dat de jonge mannen weggenomen wierden en vóór de troepen moesten marcheren liepen deze weg om bij de familie of elders in de naburige dorpen te gaan verblijven. Het grootste getal inwoners namen hunne toevlucht tot het gebed en naderden tot de H. Tafel.
Bij den inval der Duitschers (17 augustus 1914) was het dorp om zoo te zeggen verlaten. De menschen sloten zich op in de huizen: niemand durfde zich op straat vertoonen. De Duitschers drongen de huizen binnen en nemen hier en daar personen mede die zij voor hunne troepen plaatsten. Zij hadden het vooral op de Overheid gemunt, want de Heer Pastoor, de Gemeentesecretaris en de Oderwijzer werden op de eerste rij gezet, en dreigden het dorp af te branden zoo er geschoten wierd.
Na eenigen tijd met die menschen geleurd te hebben, mochten zij naar huis trekken behalve den Heer Pastoor die verplicht was hen te vergezellen tot het naburige dorp Runckelen. Daar werd hen eenen stoel aangeboden en mocht hij eene halve uur zitten totdat men eenen jongeling zijner parochie voor hem bracht om te weten of deze waarlijk eenen parochiaan was. Na dit onderzoek werden Pastoor en jongeling losgelaten.
De pikdraden die de weide omringden werden overgekapt; sommige huizen werden een weinig geplunderd en een weinig beschadigd. Plundering en schade zijn niet aanzienlijk.
0
0
-
De diensten werden niet opgeschorst.
De processie van het H. Sacrament alléén werd opgeschorst
De kerkelijke diensten werden goed bijgewoond en er werd veelvoudig gecommuniceerd. Op het einde werd eene verslapping in de godsvrucht waargenomen.
Zes jongelingen werden den 4 december 1916 als slaven weggevoerd om in verschillende kampen van Duitschland te gaan verblijven en desnoods te gaan arbeiden. Volgens verklaring van deze jongens heeben zij daar veel ontbering en armoede geleden, zelfs zouden zijaan mishandelingen blootgesteld zijn geweest. een van die jonge mannen is eenige tijd na zijn bevrijding schielijk gestorven en een andere is nog altijd ziekelijk.
Dank aan het Hulpkomiteit zijn de werkloozen altijd goed ondergesteund geworden en hebben bijgevolg kunnen wzigeren voor den vijand te werken.
Van de 11 soldaten die tijdens den oorlog onder de wapens waren is de genaamde Bangels Theophiel, gehuwd, vader van 2 kinderen in den nacht van 5-6 augustus 1914 te Wandre bij Luik gesneuveld en daar begraven op het Belgisch Kerkhof.
1913: geboorten 8, sterfgevallen 4
1914: 6 1
1915: 8 5
1916: 8 4
1917: 9 4
1918: 9 9
Bij den inval hebben de Duitschers de pastorij en de Kerk doorzocht om te zien of er geene wapens waren en of er geene Belgische soldaten verborgen waren. Twee Duitschers zijn op het oxaal gedrongen om de klokken op te nemen.
Verschillende troepjes van peerdenvolk hebben hier bij den terugtocht vernacht, kalm en rustig.
Een plechtige tedeum van dankbaarheid is hier gepredikt geworden. Op de vijf krijgsgevangenen zijn er drie die kunnen Pastoor komen groeten en bedanken voor de missen en gebeden en voor de verzending van de pakken.