De "Vaenwinning" in de Hoevestraat zou zo genoemd zijn omdat het "Varen kruid" uit de schouw groeide in de 17de eeuw, nadat de hoeve onbewoond was omdat bijna iedereen in Binderveld aan de pest was overleden.
Uit de notities van Henri Leonard Wouters (* 31/12/1788 Runkelen + 20/4/1860 Gorsem)
De winning wordt "Vaenwinning" genoemd omdat tijdens de pestziekte die in de hele parochie van Wilderen in de jaren 1666 tot 1668 heeft geheerst. De hele gemeente Binderveld is uitgestorven behalve drie arme mensen. Deze winning is toen onbewoond geweest, zodanig dat het varen kruid uit de schouw groeide.
Een van de overgebleven personen Jan Gilzen geheten is met zijn koe gevlucht in een weide, waar hij van de melk van zijn koe gedurende drie jaren geleefd heeft.
De winning word Vaenwinning genaemt om dat "Tempore pestus" tijdens de pestziekte die in de geheele parochie van Wilre in de jaren 1666 à 1668 heeft geregneerd. De geheele gemeynte Binderveld is uyt gestorven geweest behalve drij arme menschen. Deze winning is alstoen onbewoond geweest, zodanig dat het Vaenkruyd in de schouw uitwasschde.
Eenen van de overgeblevene personen geheten Jan Gilzen of Gilsen heeft zich gevlucht met zijne kooy in eene weyde genaemt Overmeer, waer hij van de melkerij zijne kooy gedurende drij jaeren heeft geleefd.
Henri Leonard Wouters was de overgrootvader van juffrouw Lutgarde Wouters (Preud'homs) die les gaf van 1931 tot 1961 in de gemeenteschool van Binderveld.
Tussen 1300 en 1750 spreekt men van 'enkele tientallen' pestgolven. Meestal betrof het builenpest, met de pijnlijke zwellingen van de lymfeklieren in lies en oksel, die na enkele dagen etterig doorbraken. Wie eenmaal besmet was had minder dan 50% kans op overleven. Bij sommige epidemieën was de sterfte zo massaal dat 1/3 of meer van de bevolking om het leven kwam. Dokters, notarissen, geestelijken en lijkdragers werden als gevaarlijke beroepen beschouwd. Met hoge beloningen trok men pestmeesters, pestdragers en pestdokters aan.
Na een grote epidemie bleef de infectie hier en daar hangen en gaf gedurende jaren kleine, vaak plaatselijke opstoten, vooral op het einde van de zomer. Pestepidemieën leidden tot migratie van grote bevolkingsgroepen om de kwaal te ontwijken, wat vaak tot een verdere verspreiding van de ziekte leidde. Meestal was er na een ernstige pestgolf een langere periode met weinig sterfte door pest, doch helemaal verdween de ziekte zelden.
Vanaf 1675 is de pest, in de Republiek der Verenigde Nederlanden verdwenen en niet meer teruggekomen. Wel zijn er nog enkele ernstige uitbraken geweest in het begin van de 18e eeuw in Zuid-Europa.
Villaret kaart (1745)
Ferraris kaart (1772)
Kaart van de buurtwegen (1840)
Vandermaelen kaart (1850)
Voor de renovatie