Oorspronkelijke tekst
1503, 9 juillet.
Jean van Steynenhuys, arbitre entre l'écuyer Guillaume d'Oyenbrugghe, seigneur de Budingen et de Duras d'une part; Jean van Heelen, bourgmestre; Conrard van der Stockt, tant comme mandataire de Henri Warniers, bourgmestre, qu'en sa qualité de doyen des maréchaux; Franco Spruyten, alias vander Zieckeren, conseiller du métier des drapiers, représentant la ville de St-Trond, d'autre part, fait connaître les clauses de la paix intervenue entre parties au sujet de la prise de la maison de Duras par Josse Beckers (v. p. 243).
1° Tous les procès qui ont été débattus devant les cours de Bindervelt, de Vliermael et de Curange sont nuls et aplanis, et il y a paix entre Guillaume d'Oyenbrugge et la ville de St-Trond. 2° en deans du mois courant, la ville paiera à la partie adverse une somme de quatre cent florins de Hornes, non pas à titre de réparation judiciaire, mais à titre de bienvenue, l'écuyer devant venir habiter St-Trond avec sa future épouse.
3° Guillaume de Duras sera exempt de payer les accises sur la bière et sur le pain, jusqu'à la prochaine fête de l'Epiphanie.
4° Guillaume devra en retour aide et protection aux bourgmestres et au conseil de St-Trond, partout où ils en auront besoin, soit auprès de l'évêque, soit ailleurs.
5° l'écuyer et Jean van Steynenhuys termineront les différends qui ont surgis entre l'évêque et George van Weseren, au sujet de l'affaire de Duras.
6° la partie qui n'observera point les clauses de cette paix encourra une peine de 50 roozen nobele d'or, payables pour une moitié à l'évêque de Liége et pour l'autre moitié à la partie plaignante.
L'acte est reçu par le notaire André Drolyn, en présence des témoins Jean Wiemen, greffier des échevins de St-Trond, Jean van Sulps, drapier et Gérard van Laere.
(Guillaume de Coellem était alors sur le point convoler avec Marie de Montenaken, dame de Grasen et de Wilderen, fille d'Antoine et de Cornille de Rommerswalle; ses conventions de marriage avaient été stipulées le 29 juin précédent. (V. KEMPENEERS, De oude vrijheid Montenaken, t. II, p. 31.)
In den name ons Heeren, amen.
Bij deesen tegewoirdeghen openbaeren instrumente sij condt ende kenlijck eenen ijegelijcken diet sullen sien oft hooren leesen, dat in den jaere der geboerten desselffs ons heeren Jesu Christi doen men screeff duijsent vijff hondert ende drije, ter vijffster indictien, den negensten dach van der hoeijmaent, tusschen acht ende neghen oeren voer middach, der pontificatien ons alderheijlichste vaders ende heeren in Gode, heeren Alexandri, bij der godlijcker voirsienicheijt des sesden paeus van deenen name, in sijnen elffden jaere, in tegenwoirdicheijt van mich notarijs ende der getuijghen hier onder gescreven, soe heeft hem lijfflijck in sijnen properen persoon verscheenen eerbaer, wijs ende discreet persoon Jannes Steynenhuys, als arbitreur oft minnelijck peijsmaeckere tusschen den edelen ende wijsen Joncker Willem van Oeyenbrugghe, heere tot Buedinghen ende Duras, etc., ter eenre, ende den eerbaeren wijsen ende discreeten Jan Van Heelen, borgemeester nu ter tijt der stadt van Sintruijen, Coenraert Vander Stockt, als gelaeten borgemeester voer Henrick Waerniers, ende als deeken van den smee ambacht, ende Vrancke Spruyten, anders Vander Zieckeren, als raeijman van den laekenmaecker ambacht, voer hon selven ende oeck in den name van all der geheelder stadt van Sintruijen, ter ander sijden, ende heeft openlijcke bekant, in presentien van den partijen voirscreve, dat hij, vuijt raede, beveele ende bij toedoene van onsen genedighen heere van Ludick, soe verre tusschen beijde de partijen voirscreve gesproken ende hon te beijde sijden onderweesen heeft, als dat sijs te beijde zijden hem geloeft ende hem overgegeven hebben ende all noch geloeven ende overgheven, niet segenstaende de manscap oft de submissie die tusschen de selve partijen voertijts tot Ludick voer Jannes Roveri, als notarijs van den hove van Ludick geschiet ende gedaen was, aengaende den huijse van Duras met sijnder toebehoerten ende allen den gedinghen, stooten, discensien ende tweedrachticheijt daer vuijt gesproten.
Ende want sijs dan te beijde sijden hem geloeft ende overgegeven hebben, soe heeft de selve Jannes Steynenhuys sijn vuijtspraeke tusschen de partijen voirscreve vuijtgesproken, geseet ende gedaen, in alder manieren alzoe hier nae volgt, te wetene: dat alle twisten, stooten, discoerden ende gedinghen die tusschen de partijen voirscreve geweest sijn, het sij te Bielrevelt, te Vliermale, te Cueringhen ende elders, die sullen gedoot, geaboleert, gecasseert ende te nieuten sijn ende allen 't geene dat daer aen cleeven mach oft vuijt spruijten mochte, het sij van den dieneers van mijnen jonckere voirscreve oft oeck ijemende van der stadt van Sintruijen voirscreve, ende sij seelen voortaene minne, vrientscap ende eendrechticheijt houwen.
Ende de stadt van Sintruijen voirscreve sal gheven mijnen jonckere voirgenoemd, niet van rechts wegen, maer vuijt gracien ende om eewige vrientscap met hem te houwenne, ende voir sijnen willecomme, om dat de selve Joncker bij hon binnen der selver stadt soude dael slaen ende daer sijn woeninghe met sijnder toecomender huijsvrouwen nemen, binnen deeser loopender maent, vier hondert hoerns guldenen oft de weerde daer van in anderen gelde, oft sijnen moet daer van werven.
Ende mijn joncker voirscreve sal vrij sijn binnen sijnen huijse Sintruijen van assijsen van biere ende broo, tot dertienmisse toe neestcomende.
Dies sall mijn Jonckere voirgenoemd gehouden sijn der stadt voirscreve oft den borgemeesteren ende raedt der selver stadt te helpenen ende bijstant te doene, met woerden ende wercken, waar dat te doene sal sijn, het sij aen onsen genedighen heere van Ludick oft aen yemant anders.
Ende alle anderen saken oft tweedachticheijt die vuijt den saeken oft gedinghen voirscreven gesproeten oft gereesen sijn, te wetene van meester Goerijs Van Weeseren ende van allen anderen, te beijde sijden, die seelen oeck doet, geaboleert ende te nieuten sijn, ende die sal mijn joncker ende Jannes Steynenhuys voirscreve aen onsen genedigen heere beslichten ende aff stellen op hon beste. Wellige uijtspraeke voirscreve de voirscreve partijen te beijde sijden hebben hoeren doen ende luijen, ende hebben se metten selven gelaudeert, geapprobeert ende geratificeert, lauderen, approbeeren ende ratificeeren, mit eesen.
Ende hebben geloeft op hon trouwe ende op hon eere ende opte peene van vijfſtich gouwen roosen nobell, halff onsen genedigen heere voirscreve ende dander hellicht der clagender partijen, alzoe verre als sij verbuert weerdt, te appliceerenne; in de hant van mich notarijs daer van stipulacie hoochlijck ontfangende, de selve vuijtspraeke goet, vaste, stentachtich ende van weerden te haldenne ende daer segen nemmermeer te doene oft te doen doene, bij hon selven oft bij ijement anders, bij eijnigen rechte geestelijck oft weerelijck; renuncierende ende verthijende hier op te beijden sijden allen exceptien, privilegien, clerckscap manscap ende allen loosvonden, daer met dat ijement van den partijen voirscreven de voirscreve vuijtspraeke souden moeghen broeken oft te nieute bringhen.
Van welker vuijtspraeken ende geloefften voirscreve, de voirscreve partijen, te wetene mijn joncker van Duras, voir hem selven, ende de voirscreve borgemeesteren ende raet, vuijten name van der gansser stadt Sintruijen, hieschen hon van mich notarijs ondergescreven een ofte meer openbaer instrument oft instrumenten.
Deese dingen geschiet ende geschieden Sintruijen, in den grooten Hooren, beneden opten Neeren, in den jaere, indictien, maende, dage, oere ende pontificatien als boven, daer bij over ende aen waeren, met mich notarijs onderscreven, eerbaere ende discreete persoonen Jannes Wiemen, der scepenen clerck van Sintruijen, Jan van Sulps, lakenmaeckere, ende Gheert Van Laere, als getuigen, des creesdomps van Ludick, bij de dinghen voirscreven geroepen ende sunderlinghe gebeeden.
Et ego Andreas Drolyn, clericus Cameracensis dyocesis, publica sacra imperiali auctoritate et venerabilis curie Leodiensis notarius juratus, quia pronunciationi laudi prenarrati ac recognitioni, ratificationi et renunciationi suprascriptis aliisque prenarratis dum sic ut premittitur fierent et agerentur, unacum prenominatis testibus presens interfui, eaque sic fieri vidi, scivi et audivi, idcirco hoc presens publicum instrumentum manu mea propria conscriptum exinde confeci et in hanc publicam formam redegi, signoque et nomine meis solitis et consuetis signavi et corroboravi, in fidem et testimonium omnium et singulorum premissorum rogatus et requisitus.
(Collection de chartes, nº CI. - Original sur parchemin, muni du paraphe du notaire. Publié par PIOT, Cart., t. II, p. 495.)
Vertaling
Op 9 juli 1503 verschenen voor mij, notaris André Drolyn, en getuigen Jean Wiemen, secretaris van de schepenen van St-Truiden, Jean van Sulps, lakenmaker, en Gérard van Laere, de volgende personen:
Aan de ene kant: Jean van Steynenhuys, scheidsrechter tussen de schildknaap Guillaume d'Oyenbrugghe, heer van Budingen en Duras enerzijds, en Jean van Heelen, burgemeester; Conrard van der Stockt, zowel als gemachtigde van Henri Warniers, burgemeester, als deken van de smeden; Franco Spruyten, alias vander Zieckeren, raadsman van het gilde der lakenwevers, vertegenwoordiger van de stad St-Truiden anderzijds. Ze maakten de voorwaarden van de vrede bekend die gesloten was met betrekking tot de inname van het huis van Duras door Josse Beckers (zie p. 243).
De overeenkomst bevat de volgende clausules:
Alle processen die voor de rechtbanken van Bindervelt, Vliermael en Curange zijn gevoerd, zijn nietig en afgehandeld, en er is vrede tussen Guillaume d'Oyenbrugge en de stad St-Truiden.
Binnen de lopende maand zal de stad aan de tegenpartij een bedrag van vierhonderd florijnen van Hornes betalen, niet als gerechtelijke vergoeding, maar als welkom, aangezien de schildknaap van plan is om in St-Truiden te gaan wonen met zijn toekomstige echtgenote.
Guillaume de Duras is vrijgesteld van het betalen van accijnzen op bier en brood tot het feest van de Epifanie.
Guillaume moet op zijn beurt hulp en bescherming bieden aan de burgemeesters en de raad van St-Truiden, waar ze het nodig hebben, zowel bij de bisschop als elders.
De schildknaap en Jean van Steynenhuys zullen de geschillen tussen de bisschop en George van Weseren over de zaak van Duras oplossen.
De partij die de clausules van deze vrede niet naleeft, krijgt een boete van 50 gouden rozen, de helft te betalen aan de bisschop van Luik en de andere helft aan de eiser.
Dit document is opgesteld door notaris André Drolyn, in aanwezigheid van de getuigen Jean Wiemen, secretaris van de schepenen van St-Truiden, Jean van Sulps, lakenmaker, en Gérard van Laere.
In de naam van onze Heer, amen.
Bij dit openbare instrument zij bekend en bekend aan eenieder die het zal zien, horen of lezen dat in het jaar van de geboorte van onze Heer Jezus Christus, toen men schreef vijftienhonderd en drie, op de negende dag van de hooimaand, tussen acht en negen uur voor de middag, onder het pontificaat van onze allerheiligste vader en heer in God, heer Alexander, bij goddelijke voorzienigheid de zesde paus van die naam, in zijn elfde jaar, in aanwezigheid van mij, notaris, en de getuigen hieronder vermeld, verscheen de eerlijke, wijze en discrete persoon Jean Steynenhuys, als scheidsrechter of vredestichter tussen de edele en wijze heer Willem van Oeyenbrugghe, heer van Budingen en Duras, enz., enerzijds, en de eerlijke, wijze en discrete Jan Van Heelen, destijds burgemeester van de stad Sint-Truiden, Coenraert Vander Stockt, als waarnemend burgemeester voor Henrick Waerniers, en als deken van het smidsambacht, en Vrancke Spruyten, alias Vander Zieckeren, als raadsman van het lakenmakersambacht, voor henzelf en ook namens de hele stad Sint-Truiden anderzijds. Hij maakte openbaar bekend, in aanwezigheid van de betrokken partijen, dat hij, op advies en met toestemming van onze genadige heer van Luik, zowel met beide partijen had gesproken en hen had onderwezen als dat ze hem hadden beloofd en aan hem hadden overgedragen, en nog steeds beloofden en overgaven, ondanks het vazalschap of de onderwerping die tussen dezelfde partijen voorheen in Luik was gedaan met Jannes Roveri als notaris van het hof van Luik, met betrekking tot het huis van Duras met zijn toebehoren en alle geschillen, klachten en tweedracht die daaruit voortkwamen.
En omdat ze het aan beide zijden aan hem hadden beloofd en overgegeven, sprak dezelfde Jean Steynenhuys zijn uitspraak uit tussen de genoemde partijen, zoals hieronder volgt: dat alle twisten, geschillen, onenigheden en geschillen die tussen de genoemde partijen zijn geweest, hetzij in Bindervelt, Vliermael, Curange en elders, zullen worden vernietigd, geannuleerd en tenietgedaan, en alles wat daaraan kan kleven of daaruit voort kan komen, hetzij van de dienaren van mijn heer bovengenoemd of ook iemand van de stad Sint-Truiden bovengenoemd, en zij zullen voortaan minnelijkheid, vriendschap en eensgezindheid bewaren.
En de stad Sint-Truiden zal mijn voornoemde heer, niet uit hoofde van recht, maar uit genade en om eeuwige vriendschap met hem te behouden, en voor zijn welkom, omdat dezelfde heer binnen dezelfde stad wilde neerstrijken en daar zijn woning wilde betrekken met zijn toekomstige vrouw, binnen de lopende maand, vierhonderd gouden florijnen of de waarde daarvan in ander geld, of zijn geld daarvoor ontvangen.
En mijn voornoemde heer zal vrij zijn binnen zijn huis in Sint-Truiden van accijnzen op bier en brood, tot de eerstvolgende Dertiendag.
Mijn voornoemde heer is dan verplicht om de stad bovengenoemd of de burgemeesters en de raad van dezelfde stad bijstand en hulp te bieden, met woorden en daden, waar dat nodig zal zijn, hetzij bij de bisschop of elders.
En alle andere zaken of geschillen die uit de genoemde zaken of gedingen voortkomen of zijn gerezen, namelijk van meester Goerijs Van Weeseren en van alle anderen, aan beide zijden, zullen ook worden vernietigd en tenietgedaan, en mijn heer en Jean Steynenhuys zullen deze geschillen voorleggen aan onze genadige heer en oplossen op de beste manier. Deze uitspraak hebben de genoemde partijen aan beide zijden laten doen en luisteren, en ze hebben het ermee eens, goedgekeurd en bekrachtigd, goedkeuren, goedkeuren en bekrachtigen, met dit verzoek.
En ze hebben beloofd op hun trouw en eer en op straffe van vijftig gouden nobele rozen, de helft aan onze genadige heer bovengenoemd en de andere helft aan de klagers, voor zover ze het hebben verdiend, toe te passen; in de hand van mij, notaris, die stipulatie hoog ontvangende, om de uitspraak goed, vast, standvastig en van waarde te houden en het niet meer ter discussie te stellen of te laten bespreken, door henzelf of door iemand anders, op enig geestelijk of wereldlijk recht; en ze verwerpen en verzaken hierbij aan beide zijden alle uitzonderingen, privileges, geestelijke en wereldlijke jurisdictie, vazalschap en alle listen, waarmee iemand van de genoemde partijen de genoemde uitspraak zou kunnen betwisten of tenietdoen.
Van deze uitspraken en beloften hebben de genoemde partijen, namelijk mijn heer van Duras, voor zichzelf, en de genoemde burgemeesters en raad, namens de hele stad Sint-Truiden, van mij, notaris, een of meer openbare instrumenten geëist.
Deze handelingen zijn uitgevoerd en voltrokken in Sint-Truiden, in de Grote Hoorn, beneden op de Neeren, in het jaar, de indicaties, de maand, de dag, het uur en het pontificaat zoals hierboven vermeld, waarbij over en aanwezig waren, met mij, notaris, als getuigen, de eerlijke en discrete personen Jean Wiemen, de klerk van de schepenen van Sint-Truiden, Jan van Sulps, lakenmaker, en Gheert Van Laere, als getuigen, door het gerechtshof van Luik geroepen en bijzonder verzocht om de genoemde handelingen bij te wonen.
En ik, Andreas Drolyn, klerk van het bisdom van Kamerijk, openbare notaris van de keizerlijke autoriteit en het eerbiedwaardige hof van Luik, ben beëdigd, omdat ik aanwezig was bij het doen en handelen van de eerder genoemde uitspraken en beloften, samen met de bovengenoemde getuigen, terwijl ze op de genoemde manieren werden gedaan en afgehandeld, en ik heb ze zo gezien, geweten en gehoord. Daarom heb ik dit tegenwoordige openbare instrument met mijn eigen hand geschreven en in deze openbare vorm gebracht, en ik heb het ondertekend en verzegeld met mijn gebruikelijke handtekening en naam, als bewijs en getuigenis van alles wat hierboven is genoemd, op verzoek en verzoek.