Acte in het latijn. Vermelding Arnold van Binderveld op de 3de laatste lijn.
Vertaling
In de naam van de heilige en ondeelbare Drie-eenheid.
Ik, Gerardus, graaf van Loon, maak aan allen, zowel aan de tegenwoordigen als aan de toekomenden, bekend dat twee edelen uit Herent, Walter en Cono, broers, een bepaald goed, dat zij van mijn vader van zaliger nagedachtenis, Lodewijk, in leen hielden en dat tot het hof van Bruchem behoorde, hebben afgestaan.
Van dit goed bezat de kerk van de heilige Michaël te Antwerpen twee hoeven, die van Herzonius en Balduinus waren, in erfelijk recht, waarvoor zij jaarlijks een dubbele cijns betaalden.
Maar nadat de heer Emelinus, abt van dezelfde plaats, daarom had verzocht, en met tussenkomst van goede mannen, hebben de genoemde broers, met instemming en bevestiging van mijn vader zelf, tot heil van hun zielen, de lagere cijns volledig kwijtgescholden, evenals alle rechten van het hof, de rechten van de meierij, elke aanspraak op bewoning en verzoeken, en alles wat aan recht of heffing zou kunnen bestaan, en dit alles voor altijd als aalmoes aan dezelfde kerk overgedragen, met dien verstande echter dat zij de hogere cijns jaarlijks zouden blijven betalen.
Deze hogere cijns bedroeg vier solidi en vier denarii op het feest van Allerzielen, en twaalf denarii in Antwerpse munt of twee rammen midden mei.
Opdat deze regeling vast en onwankelbaar zou blijven, heb ik haar bekrachtigd door het aanbrengen van mijn zegel en door de ondertekening van getuigen, namelijk:
het teken van Steppo, de abt;
het teken van Elbert, priester;
het teken van Theodericus van Pitseem;
het teken van Lodewijk van Diepenbeek en van Wiricus, zijn broer;
het teken van Arnold van Bilrevelt;
het teken van Razo van Curtem;
en vele anderen uit mijn huis.
Opgesteld in het jaar van de menswording van de Heer 1180.