Hij schreef een reeks artikelen in het weekblad "De Stem van Haspengouw" in het jaar 1906. Deze artikelen, alsook de ingetypte teksten, werden mij bezorgd door Etienne Vanoirbeek.
Heeft iemand een idee wie die Ivo kan geweest zijn?
Het gaat over de plannen voor een TRAMLIJN die door Binderveld zou komen.
Bezorgd door Etienne Vanoirbeek.
De stem van haspengouw
Zaterdag 13 januari 1906
Wanneer komt hij ?
Zalig Nieuwjaar, Mijnheer Djef, en geluk en voorspoed met De Stem van Haspengouw!
Maar, sakkerlotes aperlipopette, kunt ge me toch niet zeggen wanneer hij komt?
— Wie dat, hoor ik u zeggen?
— Wel, onze tram, waarvan hier te Binderveld, te Nieuwerkerken, te Schelfheide alleman spreekt bij dage en droomt des nachts. Voor arme lieden, die sedert de wereld bestaat in modder en slijk vergaan en zich nu, dat alle dorpen bijna ijzeren wegen hebben, nog anderhalf uur van alle statiën van den spoorweg verwijderd
zien, voor zulke arme lieden is het toch droevig van maar altijd om den tuin geleid te worden.
Dat de brave lui van Bevingen en Kerkom eenen tram weigeren, dat is hunne zaak, indien zij liever in den modder verzinken
dan per spoorweg te rijden. Maar wij, wij zijn dat moede te Binderveld en in de omstreken.
Sapperlote ! bij de kiezing heeft men ons den duivel met zijn moêr beloofd ; wij stemmen hier bijna allén voor de katholieken.
En nauwelijks is de kiezing voorbij, of men zendt ons naar de maan; ja, zelfs de mannen welke wij hebben helpen kiezen, werken ons tegen! Dat is te bont, zulle, Djef, en wij gaan nu schreeuwen, maar schreeuwen, dat het davert tot op het oogenbiik dat wij onzen tram zullen hebben, en om noch feller te kunnen schreeuwen moet gij ons uwe Stem geven. Gaat dat! Eh wel, wij beginnen te schreeuwen :
Wanneer komt hij, onze Trrram van Herck op Sint-Truiden?
Tot aanstaande week. Ik zal uwe Stem nogmaals gebruiken. Dag Djef. De complimenten van Marianne.
Ivo, van Binderveld.
PS. De Stem van Haspengouw staat ten dienste van alle billijke belangen, dus ook voor u, vriend Ivo.l
De stem van Haspengouw
Zaterdag 20 januari 1906
Wanneer komt hij?
Mijnheer de Uitgever en vriend,
Wa's da! Wa’s da! riepen ze hier allemaal Zondag, te Binderveld! Ivo schrijft!
Hij heeft geschreven! Hij zal nog schrijven, men zegt reeds, dat hij binnen kort eene Gazette van Binderveld en omstreken gaat oprichten, uitsluitend bestemd om het bekomen van den tram St-Truiden-Binderveld te bewerken!!!
Ja, ja! Ivo schrijft en schreeuwt, en zal nog dikwijls schrijven en schreeuwen, indien het noodig is! Hoe! onze katholieke volksvertegenwoordigers (van den blauwen willen wij hier niet weten) bougeeren niet voor onzen tram! onze katholieke gekozenen van den Provincieraad trekken er zich weinig, niets of minder dan niets van aan, en onze burgemeesters, schepenen, garde-champetters en andere overheden bekommeren er zich niet eens om! En Ivo zou zwijgen! Neen, zoolang hij zijne stem en De Stem van Haspengouw zal hebben, roept hij trrrram!
't Is waar. Als ik 's Zaterdags of’ s Zondags in de stad kom en de boerinnekens van genen kant van Haspengouw met den tram of met de treinen zie afkomen, netjes, proper en fraai van onder tot boven, gelijk zij uit moeders schoot kwamen, dan ben ik altijd jaloersch en zelfs fel kwaad, als ik ze met onze dochterkens van Binderveld, Nieuwerkerken en Schelfheide vergelijk. Als deze 's Zondags hier naar de mis komen van den Boterberg, van de Kruisstraat, van den Nachtegaal! van de Biesemstraat, van Schoonbeek! van Terbemelen of van Groot- of Klein-Tichelrij, of van uit Roosenbosch, of Kraienbosch of andere bosschen, dan moest ge eens zien hoe puik, hoe netjes zij ook uitgedost zijn, en wat schoone hoedjes zij dragen, zoodanig dat de kerk als aan een bloemenhof gelijkt. En als diezelfde lieve popjes 's Zaterdags of' s Zondags naar de stad gaan en een of twee uren door den modder geplonst hebben, door regen of zonneschijn, dan gelijken zij aan dezelfde niet meer, en dan moeten zij zich schamen, omdat zij zoo vermoeid, afgemat, afgeregend, afgesneeuwd, of half bevrozen, of verbrand van de zon in de stad aanlanden.
Op zekeren Zaterdag heb ik aan Guvelingen en aan de Gorssumpoort eens willen tellen hoeveel lieden langs deze kanten naar de markt gingen; ik telde er over de 2000, inbegrepen bovengemelde doestige meisjes, natuurlijk!
Wel! eerst en vooral voor die talrijke schoone kindjes, en voor anderen ook, vraag ik onzen tram, uit compassie. Maar er zijn nog meer andere redenen om dewelke ik aan al de weerklanken van 't Roomenveld vraag:
Wanneer komt hij toch, onze tram?
Wanneer komt hij?
IVO, van Binderveld
De stem van Haspengouw
Zaterdag 27 januari
Wanneer komt hij (1)?
Mijnheer de Uitgever en vriend,
Er is nieuws, zulle! de plannen van onzen tram zijn afgekomen! 't Is al iet, maar toch weinig. Wij weten nu, dat hij zal loopen langs Gorssum, Slagmolen, Binderveld-kapel, Nieuwerkerken, enz.
Edoch wij zien hem nog niet loopen... indien er niet aan gestooten wordt. Tiens, ik was Zaterdag 20 dezer, op de Kurrenmarkt van Sint-Truiden, en kreeg zoo plotseling het gedacht eens naar Brussel te stievelen, om te weten, hoe het met onzen tram ging afloopen. Te 12 ure nam ik mijn kipon, en was te 2 ure te Brussel.
Saperlipepette! een uur of twee in den trein reizen met de voeten op de sofferette
is toch aangenamer dan twee uren te gaan met de voeten in modder en water.
En ik droomde, dat wij, lieden van Binderveld, welhaast aan dat tevoetgaan zouden vaarwel zeggen... Eensklaps klinkt het in 't Vlaamsch:
« Brissel! toulemondessan!
Ik verstond het wel niet, maar deed toch gelijk de anderen en geraakte eindelijk aan de schuurpoort van de Noordstatie, en trok vooruit, links en rechts vragende den weg naar den directeur van de tramwegen.
Jemenijesu! wat gewoel! Maar wat verschil toch ook met Binderveld, waar ik niets dan modder en water gelaten had. In Brussel is de aarde overal hard; die aardwegen noemt men er matadams, meen ik. Hadden wij zulke matadams in Binderveld, dan zouden wij daar zoozeer naar onzen tram niet snakken. En in Brussel loopen toch zooveel trams van alle kanten; dat ding moet toch zoo moeilijk niet te bekomen zijn, als men wil werken.
Enfin, na lang dwalen, kom ik waar ik moet zijn. Ik klop aan de deur en roep; «Kom eens veur! En daar stond voor mij een dikke vette menheer met koperen knoppen en geel streepjes op zijn jas!
« Mijnheer de directeur van de trams! stamelde ik gansch verbabbelizeerd door de verschijning van dien prachtigen man. »
« Eerste deur links, en dan den gang in rechts; nu de trap op links, tweede deur rechts en dan een bureau links. Daar is 't! »
Met deze klare inlichtingen trek ik op, en twee minuten later sta ik voor hem.
« Dag, menheer Directeur. Ik ben Ivo, van Binderveld! »
« Ha! ha! riep hij, zijt gij 't, Ivo, Gij komt eens naar uwen tram vragen? »
« Juist, Mijnheer! Wanneer komt hij? »
« Hij is juist vertrokken, Ivo; ten minste de plannen... Maar luister, en zeg het voort »
« De vergunning van de lijn St-Truiden-Herck is toegestaan: de studie van het ontwerp en de richting zijn een afgemaakt werk. Maar gezien den eerbied die men
aan de boomen verschuldigd is, en de aankoopen van gronden, te doen langs geheel de lengte der lijn, zal het vervaardigen van het werk niet vooruitgaan binnen een jaar. »
« Wat, nog een jaar wachten? »
« Ja, en nog langer, tenzij er dapper gewerkt worde door de belanghebbende gemeenteraden, en de volksvertegenwoordigers van de streek. »
« Hebben die dan niet gewerkt? »
« Ja, zeker! maar, wil men het aanleggen uwer tramlijn bespoedigen, wil men dit jaar er mede voor den dag komen, dan dienen er petitiën op petitiën opgemaakt te worden, stappen en pogingen aangewend te worden door de gemeenten aan de algemeene Directie; aangedrongen te worden bij de volksvertegenwoordigers, om eene interpellatie in de Kamer te doen, enz., enz. »
Ivo, uw burgemeester heeft invloed, en de burgemeester(2) van St-Truiden is machtig; indien zij willen, kunnen zij de zaken doen vooruitgaan... »
Dag, Ivo »
« Dank, Mijnheer Directeur. Ik zal het zeggen. Pardon, excuus! »
« Dus, wanneer komt hij nu, onze trrrram! »
« Als wij willen, nog dit jaar... »
« Dag, vriend Djef. »
IVO, van Binderveld.
(1) De tram is er uiteindelijk in 1913 gekomen! Zie artikel over de TRAM.
(2) Waarschijnlijk heeft de schrijver het hier over burgemeester Debruyn, die in Sint-Truiden een belangrijk man was.
Bedenkingen:
In het artikel van 20 januari 1906 verwijst hij naar Roomenveld. Moeten we dan in de Hoevestraat gaan zoeken? In het artikel van 13 januari doet hij de complimenten van Marianne... zijn vrouw? Marianne's waren er toen niet, maar wel Maria Anna of Anna Maria...
Het moet toch een man geweest zijn die in die tijd goed met de pen overweg kon!
Ivo = Johannes?
Wikipedia: Een volksetymologische wijsheid ten spijt, kan Ivo in Slavische talen, net zoals Iwan en Ivan, worden herleid tot een vorm van Johannes.