Geschreven door Jef Bonneux
Binderveld is het kleinste dorpje van de fusiegemeente Nieuwerkerken, maar ook het oudste van de vier kernen waaruit de gemeente bestaat. Want in het jaar 1135 maakt men in oude geschriften reeds melding van Olderick, Heer van Binderveld.
Binderveld is 378 ha groot en telde voor de fusie ongeveer een 500-tal inwoners. Het bezat reeds zeer vroeg een kasteel met paenhuis en op de Melsterbeek een watermolen. Ook was er een cijnshof, genoemd het Chijnshof van Binderveld, dat hoorde onder de zaal van Kuringen. Tevens was er ook een schuttersgilde. De kapel van het kasteel deed dienst als parochiekerk, want de huidige kerk werd pas in 1872 opgetrokken ter vervanging van de kapel van het kasteel. In 1816 telde Binderveld 291 inwoners, om in 1830 bij de onafhankelijkheid van België op te lopen tot 320 inwoners.
Ten tijde van de Ferrariskaart 1777 telde Binderveld 38 gebouwen, waaronder het kasteel en de molen, 13 pachthoven en 23 huizen, bijna alle nog in hout en leem en de daken met stro bedekt.
In de Atlas van de buurtwegen gemaakt rond 1845 vindt men in Binderveld 59 huizen en 7 gebouwen en in het eerste bevolkingsregister dat begint in 1867 werden juist 60 huisgezinnen ingeschreven.
Het kasteel van Binderveld was van in het begin een versterkt kasteel en een plaats van verdediging. De ingang van het kasteel was een ophaalbrug, het was geheel omringd met brede grachten, gevuld met water. In het paenhuis werd het bier gebrouwen voor de gemeenschap, waar de Heren het alleenrecht over bezaten.
Ook hadden ze het recht om al het nodige water uit de molenbeek te betrekken.
Het kasteel van Binderveld heeft tijdens zijn lang bestaan allerlei lotgevallen moeten ondergaan, waardoor het meerdere malen met de ondergang bedreigd werd. Maar de kasteelheren weerden zich en gaven de moed niet op, waardoor het kasteel tot op de dag van heden bewaard is gebleven.
De oorspronkelijke ophaalbrug werd door de famine de Schrijnmakers vervangen door een vaste bakstenen brug in het jaar 1865. Alleen het poorthuis van 1661 en het herenhuis van 1772 zijn bewaard gebleven.
De oude Ridders van Binderveld behoorden tot de voomaamste Vazallen van de vermaarde Hertogen van Brabant en Loon. Ze volgden deze Hertogen in al hun oorlogsondernemingen. Jan van Montenaken, Heer van Binderveld, was aanwezig bij de vermaarde slag van Woeringen in 1288, waar hij de Hertog van Gelderen van een gewisse dood kon redden. Ook bij de bloedige oorlogen der Awansen, die gevoerd werden tussen de jaren 1290 en 1335, lieten zij van zich horen waar in al die jaren meer dan 30.000 Ridders van Haspengouw de dood vonden. In het jaar 1320 werden de Heren van Binderveld vrij verklaard van alle schattingen en lasten, door de Hertogen van Loon en Diest, voor aan hen bewezen diensten. Het moeten in de werkelijke zin van het woord echte vechtjassen geweest zijn.
De eerste Heer van Binderveld van wie de geschiedenis melding maakt, was Olderick van Binderveld, die als getuige optrad en aanwezig was bij de stichting van de Abdij van Averbode door de Graven van het land van Loon in het jaar 1135.
Later treffen we Willem, burggraaf van Montenaken, aan als Heer van Binderveld. In 1251 ontving hij in het bijzijn van zijn zoon Henri en zijn dochter Catharina het bezoek van de Abt van Sint-Truiden. Hij was gehuwd met Christina van Montferrant. Toen hij weduwnaar werd trok hij zich terug in de Abdij van Sint-Truiden. Zijn dochter Catharina zal hem te Binderveld opvolgen.
Van Catharina weten we alleen dat ze huwde, dat haar man door zijn huwelijk de titel kreeg van Burggraaf van Montenaken en dat ze samen een zoon hadden, met de naam Jan, die zijn moeder zal opvolgen.
Jan, zoon van Catharina, was schildknaap in 1280-1281 en vanaf 1283 Ridder. Hij nam deel aan de veldslag van Woeringen in 1288 en streed aan de zijde van de Graven van Brabant en Loon. Op zeker ogenblik verkeerde de Graaf van Gelderen die een familielid was van de Graaf van Loon in groot gevaar. Men kon hem redden en de Graaf van Loon vertrouwde hem toe aan zijn getrouwste ridder, Jan Edele Heer van Binderveld. In hetjaar 1300 werd Jan Maarschalk van het land van Luik. Hij was gehuwd met Elisabeth van Neufchateau. Jan, Heer van Binderveld, sneuvelde in de aanval op het kasteel van Worms op 18 juni 1313. Hij had twee zonen: Jan en Willem, deze laatste volgde zijn vader op te Binderveld.
Willem, Burggraaf van Montenaken, Heer van Binderveld en Graezen, was gehuwd met Elisabeth van Attenhoven, dochter van de Heer van Dormaal. Zij hadden samen een zoon, Jan die zijn vader opvolgde.
Van Jan weten we alleen dat hij in 1312 nog minderjarig was. Hij huwde en had een zoon en een dochter, Willem en Agnes. Zijn dochter Agnes huwde, maar overleed vroegtijdig op 12-12-1349. Willem volgde zijn vader op.
Willem, burggraaf van Montenaken, Heer van Binderveld en Graezen, was nog minderjarig in 1329, ridder tussen 1349-1360. Hij werd vermoord te Luik tussen 1360 en 1363. Hij was waarschijnlijk gehuwd met Margareta van Meldert en had twee zonen, Jan en Godfried. Jan volgde zijn vader op.
Deze Margareta van Meldert hierboven vermeld heb ik al eerder ontmoet in een ander verhaal over het kasteel van Wijer. Want daar schreef ik : Arnold van Wesemael was gehuwd met Margareta van Meldert en samen hadden ze een zoon Arnold die zijn vader opvolgde als Heer van Kozen. Waarschijnlijk was deze vrouw tweemaal gehuwd en had van beide mannen kinderen, waarvan een zoon de Edele Heer van Kozen werd en een andere zoon de Edele Heer van Binderveld. Deze gebeurtenissen hier vermeld over Kozen hadden plaats tussen dejaren 1331-1348, hetgeen klopt met de bierboven vermelde jaartallen.
Jan van Montenaken, Heer van Binderveld, stond de Heerlijkheid van Graezen af aan zijn broeder Godfried, hetgeen goedgekeurd werd door de Prins-Bisschop van Luik op 27-3-1388. De lenen Binderveld en Graezen hoorden voordien samen en werden bestuurd door een Schout en zeven Schepenen. In de akt van deling werd bepaald dat na de scheiding Binderveld zou bestuurd worden door een Schout en drie Schepenen. Jan van Montenaken, Heer van Binderveld, was ridder in 1368.
Er werd verteld dat Jan samen met zijn broer Godfried deeigenomen had aan een strafexpeditie onder leiding van de Hertog van Brabant en dit tegen de Hertog van Gulik. Deze krijgsondememing liep op een grote mislukking uit in de bloedige slag bij Basweiler op 22-8-1371, waar de Hertog van bijgestaan door de Hertog van Gelderen, de overwinning behaalde en ongeveer 200 vijanden gevangen nam waaronder de twee gebroeders, Jan en Godfried.
Ook werd nog verteld dat Jan van Montenaken, Heer van Binderveld, al zijn goederen zou verloren hebben als straf uit de hemel, omdat hij erin toegestemd zou hebben om zijn vader te vermoorden. We hebben reeds gezien dat die man te Luik vermoord werd. Toen hij nog rijk was huwde hij met Agnes van Diest, later huwde hij nog eens voor de tweede maal, maar nergens werd er over zijn kinderen gesproken.
Wie na Jan van Montenaken Heer van Binderveld werd, is niet zeer duidelijk, maar ik tracht er toch een antwoord op te geven.
Godfried, een broer van Jan hierboven vermeld, was na de dood van hun vader Heer van Graezen geworden, maar tevens was hij ook Heer van Vrolingen. Zijn zoon Antonius had vier kinderen, van wie zijn jongste dochter Maria van Montenaken Dame van Vrolingen werd ; ze was gehuwd met Willem van Oyenbrugge van Duras. Maar Antonius, de zoon van Godfried, volgde zijn oom Jan te Binderveld op.
Ook hier te Graezen vinden we de Edele Heren van Kozen, want men schreef: Godfried van Montenaken verkoopt de Heerlijkheid van Graezen op 29 maart 1373 aan de Edele Heer van Kozen. Adam de Kerckhem, Heer van Graezen, was ook de eigenaar van het Leen de Nachtegaal op Kortenbos. Hij verkocht de hoeve van Kortenbos in 1411 en overleed op 13-7-1441.
Zijn zoon Adam die huwde in het jaar 1438, werd door aankoop van het kasteel van Wijer de Edele Heer van Kozen. Meer dan honderd jaar later noemden zij zich nog steeds de Heren van Graezen.
Godfried, de broer van Jan, was gehuwd met Maria van Reves. Samen hadden ze vier kinderen waaronder Antonius, die in het huwelijk trad met Catharina van Romerswalle. Antonius zijn naam werd vermeld, toen zijn dochter Maria van Montenaken in het huwelijk trad, als de dochter van Antonius, Heer van Binderveld. Hoe hij aan de titel Heer van Binderveld kwam is niet duidelijk ; hij stamde immers af van de tak van Graezen. Waarschijnhjk was zijn oom Jan zonder erfgenamen gestorven en daardoor zal hij de goederen van Binderveld geërfd hebben.
Al deze Edele Heren hier opgesomd, tien in aantal, droegen de titel van Burggraaf van Montenaken. Waren ze misschien afkomstig van een oude burcht uit Montenaken of was dit simpelweg hun naam? In elk geval bleven ze tot in de beginjaren van 1400 de Edele Heren van Binderveld, meestal van vader op zoon overgeërfd.
Ze werden te Binderveld opgevolgd door de familie van Hamal.
De familie van Hamal ontleent haar naam aan het kasteel van Hamal gelegen te Rutten bij Tongeren. Jan van Hamal was gehuwd met Maria van Oerle uit Rummen. Zijn vrouw was de dochter van Willem, Heer van Rummen, en van Maria van Loon. Deze Maria van Loon, was de zuster van Arnold, de laatste Edele Heer van het kasteel van Rummen, die aanspraak kon maken op de grafelijke kroon van Loon.
Het was de zoon Willem die zijn vader opvolgde.
Willem van Hamal, de zoon uit dit huwelijk, steunde zijn oom Amold in zijn strijd tegen de Prins-Bisschop van Luik om die grafelijke kroon. Maar die strijd eindigde met de inname en de verwoesting van het kasteel van Rummen op 14-10-1365. Nadat de Prins-Bisschop het pleit gewonnen had, schonk hij aan Arnold van Loon en Willem van Hamal een lijfrente, op voorwaarde dat ze verzaakten aan die kroon.
Achteraf zou Willem van Hamal sneuvelen in de slag van Basweiler in het jaar 1371. Een kleinzoon van hem, ook Willem genoemd, huwde met Catatharina de Corswarem,
deze Willem overleed op 2-2-1400. Vroeger bevond zijn grafsteen zich in de kerk van Zepperen, met het volgende opschrift : "Hier ligt begraven de Edele en Welgeborene Heer, Willem van Hamal, Ridder en Heer van Elderen, die sterft op Lichtmisdag 1400". Het was zijn zoon Arnold die de nieuwe Heer van Binderveld zou worden. Tot zover een kleine toelichting over de familie Hamal.
Waarschijnlijk door toedoen van Jan van Beieren, Prins-Bisschop van Luik 1397-1425, werd Amold van Hamal, zoon van de heer van Elderen, de nieuwe Heer van de Heerlijkheid van Binderveld.
Hij was gehuwd met adelijke dame uit het Walenland, Anne de Trasegnies-Silly. Samen hadden ze niet minder dan negen kinderen, die allen met naam vernoemd werden. Het was een zoon uit dit huwehik, ook met de naam Amold, die zijn vader zou opvolgen.
Amold van Hamal was doctor in de rechten, Kanunnik en zanger in de St-Lambertus Kathedraal te Luik. Hij verhief de goederen van het domein van Binderveld op 13-9-1456 met de hoge en lage justitie, met de molen, de cijnsen, de weiden, en de bossen. Hij overleed in 1480, waarschijnlijk zonder rechtstreekse erfgenamen want het was zijn broer Willem die hem zal opvolgen.
Willem van Hamal verhief op 11-3-1480 na de dood van zijn broer Arnold, de Heerlijkheid van Binderveld. Hij verhief de goederen van Binderveld opnieuw na de troonbestijging van Jan van Horne, de nieuwe Prins-Bisschop van Luik en dit op 19-11-1484. Willem overleed in 1486, waarschijnlijk ook zonder erfgenamen, want het was de familie van Grevenbroek die hem opvolgde.
De familie van Hamal voerden als lijfspreuk in hun banier: "dapper en trouw."
Hoe en wanneer de familie van Grevenbroek in het bezit van Binderveld kwam, is niet zeer duidelijk. Maar we vinden ene Jan van Grevenbroek, die gehuwd was met Christina van den Cruys. Dit echtpaar had twee zonen, Raes en Hendrik. Hun vader overleed op 18 juni 1486. We hebben reeds gezien dat de laatste heer van Hamal ook overleed in het jaar 1486. Door een deling tussen de twee broers Raes en Hendrik, kwam de Heerlijkheid van Binderveld in handen van Hendrik, maar pas op 2-10-1525.
Hendrik van Grevenbroek was gehuwd met Everardina de Surlet Clockier. Ze hadden samen maar een dochter met de naam Maria. Maar de vader stierf waarschijnlijk al op 30 maart 1526 en werd in de kapel van Binderveld begraven. Op zijn grafsteen, die volgens oude geschriften in 1845 nog bestond, stond het volgende opschrift : “Hier ligt begraven Hendrik van Grevenbroek, Heer van Berleveld, die sterft op XV-XXXVI-XXX maart = 1536? Deze steen lag in de voortuin van de Pastorie. Hier klopt dus iets niet! Want de sterfdatum van die Heer verschilt hier in die oude geschriften maar eventjes tien jaar, 1526 tot 1536. Maar leest verder.
Op 14 april 1526 na de dood van Hendrik van Grevenbroek, verhief zijn weduwe Everardina de Surlet, bijgestaan door haar voogd, de Heerlijkheid van Binderveld. En op 19 januari 1534 stelde Everardina de Surlet, na het overlijden van haar eerste voogd, Willem de Horion Heer van Rummen aan, als haar nieuwe voogd. Dit is de eerste maal dat we een overlijden van een Edele Heer van Binderveld vinden die er begraven werd. Ook de weduwe werd achteraf bijgezet in het graf van haar man. Waarschijnlijk werden ze begraven in de kapel van het kasteel. Maria, hun enige dochter, trad in het jaar 1534 in het huwelijk met Karel van Copis. Deze was de zoon van Karel de Copis chevalier, en Elisabeth van Hamal. Heel waarschijnlijk was deze Elisabeth van Hamal een verwante van het kasteel. Zo kwam de Heerlijkheid Binderveld in het bezit van de familie Copis.
Uit het huwelijk van Maria van Grevenbroek met Karel van Copis zijn twee zonen gekend, te weten: Jan en Hendrik. Het is Jan die de nieuwe Heer van Binderveld wordt.
Jan,van Copis, de zoon van het hierboven vermelde echtpaar, hoofdman van zijn keizerlijke hoogheid, verhief de Heerlijkheid van Binderveld op 18 september 1537 en nog een tweede maal op 23 juni 1538 na de troonbestijging van de nieuwe Prins-Bisschop van Luik. Zo staat het in oude geschriften beschreven, maar hier klopt volgens mij iets niet. Zijn ouders waren pas in 1534 gehuwd, dus was onze Jan op dit tijdstip nog maar twee of drie jaar oud. Of waren zijn ouders zo fier over hun eerste zoon, dat ze niet anders wilden dan dat Jan van jongsaf, Heer van Binderveld werd. Maar onze Jan die toch gehuwd was met Maria van Elderen, weduwe van Jan van Ryckel moet niet zeer lang geleefd hebben, want er waren geen nakomelingen.
Zijn broer Hendrik huwde met Gertrudis van Mombeek en ze hadden samen drie kinderen waaronder Richard, die zijn oom Jan opvolgde als Heer van Binderveld.
Richard van Copis verhief de Heerlijkheid van Binderveld op 24 September 1554 na de dood van zijn oom Jan. Hij was gehuwd met Emerentia Scroots en hadden een zoon Hieronymus die zijn ouders opvolgde.
De ouders van Hieronymus moeten zeer lang geleefd hebben, want pas op 22 mei 1635 deed hij de verheffing van de Heerlijkheid Binderveld. Toen Hieronymus eigenaar werd van het kasteel van Binderveld, was het zeer bouwvallig, maar hij liet het het helemaal herbouwen. Het was amper hersteld toen een leger Kroatische huurlingen, onder het bevel van Jan van Weert, in 1636 onze streken binnenviel en het kasteel compleet verwoest werd. In 1637 werd het kasteel opnieuw verwoest door Hollandse troepen en de kasteelheer werd gevankelijk naar Maastricht overgebracht.
Hieronymus was gehuwd met Gertrudis van den Edelbampt en zij hadden samen een zoon Christophe, die zijn vader opvolgde. Hieronymus overleed op 25 februari 1653 en werd te Wilderen begraven. Zljn vrouw Gertrudis van den Edelbampt was reeds in 1628 gestorven en in Sint-Truiden begraven.
Christophe deed de leenverheffing van de Heerlijkheid van Binderveld op 8 -3-1653. Maar in het jaar 1654 werd het kasteel ingenomen door een bende soldaten van de Hertog van Lotharingen. Zij maakten er een wapenopslagplaats van en schuimden van hieruit drie maanden lang onze streken af.
Christophe was gehuwd met Catharina van den Edelbampt en zij hadden negen kinderen, waarvan hun zoon Diederik hen opvolgt.
De verdelinng van hun goederen gebeurde na hun dood op 23 december 1684.
Diederik deed de leenverheffing van de heerlijkheid Binderveld op 13 maart 1679. Hij huwde op 20 juni 1683 met Fernanda della Faille, maar dit huwelijk bleef kinderloos. In 1699 werd het kasteel geplunderd door vreemde troepen. Diederik trad voor de tweede maal in het huwelijk met Joanna Isabella de Coloma. Diederik, Baron de Copis, Heer van Binderveld, overleed in 1721 zonder nakomelingen. Joanna Isabella de Coloma erfde van haar man de Heerlijkheid Binderveld.
Joanna Isabella de Coloma hertrouwde al vlug met Baron Joseph Benedictus Le Roy. Deze man verhief de Heerlijkheid Binderveld in naam van zijn vrouw op 21-1-1722. Boven de ingangsdeur van het kasteel werd een steen ingemetseld, met de wapens van de familie "Le Roy en de Coloma" met het jaartal 1722. Maar in 1728 brandde het kasteel helemaal uit ten gevolge van de zorgeloosheid van de huisbewaarder. Baron Le Roy deed het onmiddellijk weer heropbouwen, en zo staat het er nu nog steeds. Joanna Isabella de Coloma, Vrouwe van Binderveld overleed te Brussel op 4 mei 1741 en werd op 6 mei te Binderveld begraven in het koor van de kapel op het kasteel. Haar man Baron Le Roy erfde haar kasteel.
Baron Le Roy hertrouwde het jaar nadien op 2 juli 1742 met Elisabeth Maria Arazola de Onate, weduwe van Antonius de Succa, gedoopt te Brussel op 17-11-1703. Baron Le Roy, Heer van Binderveld, overleed op zijn kasteel op 24-8-1766 en daar hun huwelijk kinderloos bleef, erfde zijn echtgenote het domein van Binderveld. Op 19-11-1765 werd er te Binderveld een kind geboren, waarvan Elisabeth Maria Arazola de Onate meter was, Leonard Arazola de Onate, Kannunnik te Aken was Peter.
Vrouwe Arazola de Onate, 74 jaar oud, huwde voor de derde maal te Binderveld op 11 juni 1777 met Franciscus Robert, Baron van Nicolaerts. Hij was voorheen kapitein bij de grenadiers van hare majesteit Elisabeth Keizerin van Oostennjk. Elisabeth Maria Arazola de Onate, stierf te Binderveld op 18-2-1788 in de ouderdom van 85 jaar. Haar man Franciscus Robert, Baron van Nicolaerts, Heer van Binderveld, overleed te Brussel op 2-1-1795 en werd op 5 januari te Binderveld begraven in het koor van de kapel op het kasteel. Het goed van Binderveld werd geërfd door een nicht van Elisabeth, Maria Arazola de Onate.
Zij waren beiden de laatste Edele Heer en Vrouwe van Binderveld, want door de komst van de Franse Revolutie werd het staatsbestel grondig veranderd en was het met de macht van al die Edele Heren gedaan. Vanaf toen werd er een gemeentebestuur aangeduid, met als hoofd een Burgemeester die de gemeente moest leiden.
Joanna Isabella die te Lier geboren was op 2-9-1766, trad te Tienen in het huwelijk op 24 augustus 1791 met Hubert Norbert Joseph Cajetan de Succa.
De families Arazola en de Succa, waren al eerder met mekaar verwant, want in de kapel van Binderveld werd een vrouw begraven die te Tienen gestorven was op 16 maart 1792. Het was Carola d'Ysenbart d’Antour, die gehuwd was met Robert Joseph de Succa. Robert Joseph de Succa overleed te Sint-Joost-ten-Node op 11-3-1804. Zij waren de ouders van Hubert Norbert Joseph Catejan de Succa. Ook werd er te Binderveld het huwelijk voltrokken van Genoveva Romana de Succa, op 22-1-1797 met de heer Ferrare Albert uit Namen. het was hun dochter.
Maar de kasteelvrouw van Binderveld, kende niet veel geluk want ze overleed reeds te Binderveld op 30 September 1795 ten gevolge van een kraambed. Haar lijk werd wegens kentekens van besmetting dezelfde dag begraven in de kapel van Binderveld. Haar man Hubert de Succa huwde opnieuw op 8 juni 1802 met Brouckmans Catharina van Kerkom en hij stierf op het kasteel van Binderveld op 17 maart 1819.
Zijn zoon zal hem te Binderveld opvolgen.
Joseph de Succa werd geboren op het kasteel van Binderveld op 26 augustus 1795, maar hij heeft zijn moeder nooit gekend, want ze stierf twee dagen later ten gevolge van dit kraambed. Heel zeker werd hij liefdevol verzorgd, want hij groeide op tot een flinke man. Hij huwde met Elisabeth Carolina de Fraiture, geboren te Rummen op 25 mei 1797.
Nr. 6 M. Louisa was de dochter van "Joseph de Succa en Ghijssens Theresia” dienstmeid en 23 jaar oud.
Op 10 januari 1826 verkocht Ludovicus de Succa het kasteel van Binderveld, alsook de kapel en de gronden die hij bezat aan het echtpaar Joseph de Schrijnmakers en Maria Lijnen. Het is niet geweten wanneer het echtpaar de Succa de Fraiture het kasteel verliet. Na de verkoop van het kasteel is toch zijn laatste dochter nog te Binderveld geboren en hij zelf stierf toch ook te Binderveld in 1833, wat erop wijst dat hij na de verkoop van het kasteel toch in Binderveld bleef wonen. Pas na de dood van haar man heeft de weduwe Binderveld verlaten en ze ging opnieuw te Rumnen wonen, waar ze stierf in het jaar 1860.
In de atlas van de buurtwegen 1845 vind ik dat de familie de Succa rond dit tijdstip toch nog heel wat goederen te Binderveld bezat waaronder nog vier huizen en 36 percelen grond. De jongste dochter de Succa Louisa geboren te Binderveld op 14 april 1826 woonde tussen de jaren 1880 en 1890 nog op de Krommenhof Nr. 8. Zij stierf te Binderveld op 14 november 1906 als jonge dochter in de ouderdom van 80 jaar. Haar vader de Succa Joseph was ook te Binderveld gestorven op de Daalstraat waar bij woonde, op 22 februari 1833, pas 38 jaren oud.
Joseph de Schijnmakers was de telg van een oude familie uit Sint-Truiden, hij werd geboren te Halle-Boeienhoven op 19-3-1797. De pastoor schreef hem in als een natuurlijke zoon, omdat hij het burgerlijk huwelijk van de ouders, voltrokken tijdens de Franse Revolutie, niet erkende. Na het herstel van de eredienst lieten de ouders hun huwelijk kerkelijk inzegenen en alzo werd hun kind voor de kerk een wettige zoon. Joseph Schrijnmakers trad te Rummen in het huwelijk met Francisca Lijnen in 1825.
Joseph de Schrijnmakers stierf vroegtijdig op zijn kasteel in 1835. Zijn weduwe zou hem meer dan 50 jaar overleven. Ze had haar broer bij zich in huis genomen en samen zorgden ze voor de kinderen. Zoals we zien was de vader van dit gezin vroegtijdig gestorven, maar de moeder leefde lang. Het was tijdens haar leven dat de kapel van het kasteel werd afgebroken en alles wat nog dienstbaar was, werd samen met de meubelen van de kapel geschonken, om een nieuwe kerk te bouwen. De grond waarop de kerk gebouwd werd in 1872 is eveneens geschonken door de familie de Schrijnmakers-Lijnen.
Theodore de Schrijnmakers was Luitenant bij het leger. Toen de troebelen in Mexico uitbraken, waar Prinses Charlotte, dochter van onze koning Leopold I, Keizerin was geworden, vroeg hij toelating om daar dienst te nemen in het leger en werd dadelijk tot Kapitein benoemd. Hij nam deel aan de veldtochten van 1864-1866 en werd er gewond. Hij werd tot Ridder van Guadaloupe geslagen en keerde terug huiswaarts. Hij trad te Mechelen in het huwelijk op 12-12-1870 met Adela Blanc, geboren te leperen op 4-9-1848, als dochter van August Blanc en Caroline Meunier. Later keerde hij samen met zijn schoonouders terug naar Binderveld, waar hij tussen 1896 en 1903 Burgemeester van zijn dorp was.
Na de dood van hun moeder in 1888 werd de deling gedaan en het goed van Binderveld kwam terecht in handen van twee personen voor ieder een deel. Het was de zoon Jan, Kolonel bij het leger en de vader van Adela Blanc, ook Luitenant-Kolonel bij het leger. Achteraf zou Jan zijn deel verkopen aan de vader van Adela Blanc, de vader stierf te Binderveld op 2 mei 1899 en zijn dochter Adela die gehuwd was met Theodore de Schrijnmakers, erfde alles van haar vader en werd alzo de nieuwe eigenares van het kasteel van Binderveld.
De vader van Adela Blanc was in het jaar 1899 te Binderveld gestorven en daar ten grave gedragen. Toen haar moeder Caroline Meunier in 1900 te Schaarbeek stierf, werd haar lichaam overgebracht naar Binderveld en daar eveneens naast haar man begraven. Adela Blanc het voor de nagedachtenis van haar ouders een grond en mooie graftombe oprichten op het kerkhof van Binderveld naast de kerk gelegen.
Het is toch wel vreemd om vast te stellen dat twee onbekende mensen, bijna totaal vreemd aan Binderveld, de vergane glans en glorie van het kasteel moeten belichamen. Want hun graftombe is sedert jaren en jaren niet meer onderhouden, het brokkelt stillekensaan af en, als er binnenkort niets aan gebeurt zal alleen nog wat puin achterblijven. Voorzeker geen mooi zicht zo vlak naast de kerk.
Ici Repose
August Blanc Luitenant Kolonel
°Luxemburg 8-9-1812
+Binderveld 21-5-1899
en
Dame Caroline Meunier Wed van August Blanc
°Luxemburg 18-6-1825
+Schaarbeek 25-11-1900
Adela Blanc bleef niet lang meer eigenares van het kasteel van Binderveld, want op 21-3-1903 verkocht ze alles aan drie kloosterzusters die uit Frankrijk waren verdreven. Ze was reeds op 16 maart 1903 uit Binderveld naar Schaarbeek vertrokken. Haar man Theodore de Schrijnmakers zou in mei 1916 in Engeland overleden zijn. Ze waren voorzeker bij het uitbreken van de oorlog naar Engeland gevlucht. Nochtans had dit koppel samen een zoon, het was Jan Baptiste, geboren te Doonik op 18 april 1876 en te Binderveld ingeschreven in het bevolkingsregister 1880-1890.
Anna Basfet, Augustine Perfot en Maria Vandam waren de namen van de zusters die het kasteel van Binderveld in 1903 aankochten. Waarschijnlijk hebben ze nooit hun intrek in het kasteel genomen en daar nooit gewoond. Nochtans bleven zij de eigenaars tot 1912 toen zij het opnieuw verkochten. Of het kasteel tijdens deze periode bewoond werd, heb ik niet kunnen achterhalen.
Op 9 mei 1912 werden de goederen van het kasteel openbaar te koop gesteld en aangekocht door Ernest Emiel Joris geboren te Duras op 7-7-1885. Deze Ernest was groothandelaar in voedingswaren en invoerder van wijnen uit Frankrijk. Hij had drie, bedienden in dienst, dus had hij een goede zaak. Hij was gehuwd en had een dochter, maar zijn echtgenote stierf vroegtijdig in 1934, zodat hij alleen met zijn dochtertje achterbleef. Vanaf 1921 tot 1926 was hij gemeenteraadslid en in het jaar 1939 werd hij Burgemeester van Binderveld. Maar toen de Duitsers ons land binnengevallen waren, trok hij zich in het begin van 1941 terug, omdat hij die vreemde Heren niet langer wilde dienen…
Bij de bevrijding in September 1944 was hij echter present en nam zijn taak als Burgemeester weer op, het geen hij bleef tot op het einde van 1947. Hij moet een zeer verdienstelijk man geweest zijn, want op 10-2-1955 werd hij gelauwerd en ontving de Zilveren Palmen der Kroonorde.
Ernest woonde, al was hij maar een gewone burger, op een kasteel, maar hij had wel de allure van een echte kasteelheer aangenomen en daarom werd hij steeds als Mijnheer aangesproken. Hij stierf zeer eenzaam in zijn kasteel te Binderveld op 26-9-1964 en werd aldaar naamloos op het nieuwe kerkhof begraven.
Waarschijnhjk was hij een kleinzoon van Joris Gerard, onderwijzer te Nieuwerkerken, die geschriften over de geschiedenis van zijn dorp naliet.
Reeds voor zijn dood op 12 november 1956 had hij zijn kasteel verkocht aan de familie Ballet-Vanrusselt. Sedert toen werd het kasteel een landbouwbedrijf en het wordt heden nog steeds bewoond en uitgebaat door een zoon van dit echtpaar.
Maria Irma Vanrusselt de echtgenote van Ballet was een dochter uit de molen van Binderveld waar ze geboren werd op 8-1-1909. Het was misschien wel door haar toedoen dat haar man Ballet Joseph Robert die toch uit Sint-Lambrechts-Herk afstamde het kasteel in 1956 aankocht.
De molen gelegen op de Melsterbeek hoorde vroeger bij de goederen van het kasteel. Uit oude geschriften weten we dat ze reeds in 1456 bestond. Ze zal in de loop van al die jaren meerdere malen herbouwd zijn. De laatste grote verbouwing zou plaatsgehad hebben in het jaar 1910 en ze zou gedraaid hebben tot tussen de jaren 1950-1960 toen de meeste dorpsmolens stil vielen.
De weg van aan de kerk tot aan de molen was in vroegere jaren zeer kronkelachtig en liep langs de watergrachten van het kasteel en zo verder tot aan de molen.
Vanaf 1871 werd de molen uitgebaat door de familie Amauts Carolus - Streel Lambertin. Leden van deze familie zijn waarschijnlijk wel aangebleven tot de jaren 1950-1960.
Dit is dan een kleine geschiedenis over een klein kasteel gelegen in een klein dorpje. Maar dit kleine dorpje heeft een rijke geschiedenis, die begon in het jaar 1135 met de eerste Heer van dit oord, 'De Edele Heer Olderick van Binderveld". Dat hij een invloedrijk man was, bewees hij door aanwezig te zijn samen met de Graaf van Loon op de stichtingsvergadering van de Abdij van Averbode. Nooit zullen ze gedacht hebben dat deze abdij, die door hun tussenkomst tot stand kwam, later zou uitgroeien tot een van de machtigste Abdijen hier in de omtrek. Want in de jaren 1650-1680 bedienden ze hier in onze omgeving al meer dan 20 parochies waaronder Kortenbos en Kozen, ze bezaten talrijke boerderijen en meer dan 6.000 ha. grond.
Na de Edele Heer Olderick kwamen dan de heren van Montenaken aan de macht. Tien generaties lang bleven ze de Edele Heren van Binderveld. Daar ze op de grens van het Graafschap Loon en het Hertogelijke Brabant leefden, hielpen ze beurtelings de Graaf van Loon of de Hertog van Brabant in hun kleine plaatselijke oorlogen, die toch heel wat slachtoffers maakten onder de Ridders van die tijd. Maar ondanks dit alles hielden ze Binderveld in stand.
Rond de jaren 1400 werden dan de Heren van Hamal de Edele Heren van Binderveld. Het was een humeur voorvaders, Willem van Hamal, heer van Elderen, die zijn oom Arnold van Rummen, steunde in zijn strijd tegen de Prins-Bisschop van Luik, om de kroon van het Graafschap Loon. Maar na een wekenlange strijd moesten ze zich gewonnen geven en op 14 oktober 1365 werd het kasteel van Rummen ingenomen en grondig verwoest. Het was een van de mooiste kastelen hier in de omtrek. De Prins-Bisschop moet er toch enigszins schuldgevoel aan overgehouden hebben, want hij schonk aan beide heldhaftige krijgers een lijfrente, op voorwaarde dat ze verzaakten aan de grafelijke kroon. Jammer genoeg sneuvelde Willem van Hamal enkele jaren later in de slag van Basweiler.
We zijn begin 1500 en de familie Grevenbroeck neemt de taak in Binderveld over. Het is de dochter van Hendrik van Grevenbroeck, de eerste Heer van Binderveld die we met die naam kennen, die zal huwen in het jaar 1534 met Karel van Copis. Deze familie zal aanblijven tot 1721 toen de laatste Heer Copis stierf.
Daar de laatste Heer Copis kinderloos gestorven was, kwam het bezit van Binderveld in handen van zijn echtgenote Isabella de Coloma. Deze huwde terstonds opnieuw met Baron Casimir le Roy en de Baron liet al in 1722 het Kasteel herbouwen en plaatste er een steen met wapenschild van hen beiden boven de ingangsdeur met het jaartal 1722. Isabella de Coloma stierf te Brussel op 4 mei 1741, maar werd te Binderveld begraven. Maar haar man Casimir le Roy huwde opnieuw in 1742 met Maria Arazola de Onata.
De familie Arazola de Onata was een hoogstaande familie van Spaanse afkomst, het eerste deel van hun naam komt van de Spaanse stad Arazola waar hun familievader geboren was. Beiden stierven te Brussel in de jaren 1650 en werden in de St. Goedele kerk begraven, wat erop wijst dat ze van goede huize waren. Deze familie was samen met de aartshertog Albrecht en Isabella naar de Nederlanden gekomen.
Baron Casimir le Roy overleed te Binderveld op 24 augustus 1766 en zijn echtgenote Maria Arazola de Onata zou na elf jaren opnieuw in het huwelijk treden met Baron Robert van Nicolaerts en dit te Binderveld op 11 juni 1777, waar ze later ook overleed op 18 februari 1788. Haar laatste man overleed te Brussel in 1795, maar werd te Binderveld begraven. Haar nicht Isabella Arazola de Onata zal Binderveld erven.
Tot hier al de Edele Heren van Binderveld, die in werkelijkheid de opperheeren van Binderveld waren, want zij alleen hadden het voor het zeggen. De volgende eigenaars van het kasteel waren maar gewone kasteelheren.
Isabella Arazola de Onata die met Hubert de Succa gehuwd was overleed te Binderveld in het jaar 1795. Ze was de laatste van haar geslacht hier te Binderveld. Haar zoon Ludovicus of Joseph de Succa zal haar te Binderveld opvolgen. Waarschijnlijk ging er iets mis met zijn huwelijk en hij stierf vroegtijdig pas 38 jaar oud. Zijn jongste dochter bleef ongehuwd en sleet heel haar leven te Binderveld waar ze overleed in 1906. De familie de Succa was van Italiaanse oorsprong en was verwant met de familie Nicolaerts.
Theodore de Schrijnmakers, geboren op het kasteel van Binderveld in 1832, vertrok in het jaar 1864 op avontuur naar het verre Mexico. Hij ging er de Keizerlijke Kroon verdedigen van onze Koninklijke Prinses. Maar verslagen en gewond moest hij huiswaarts keren. Zelfs een Keizerlijke titel is geen kenteken van geluk, want onze Prinses, geknakt naar ziel en lichaam - haar echtgenoot stierf in het verre Mexico voor het vuurpeloton - kwam daarna als weduwe terug naar België en leidde er een lang maar droevig bestaan.
Deze kleine dorpsgeschiedenis die over een tijdperk gaat van meer dan 800 jaar, zal wel niet compleet zijn en talrijke hiaten en leemtes vertonen. Maar het is toch wel merkwaardig om vast te stellen dat er zovele namen en datums over Binderveld bewaard zijn gebleven. Ik heb dan ook getracht ze zo goed mogelijk in volgorde te rangschikken, met de jaartallen erbij van toen die mensen leefden. Misschien heb ik ook de wens vervuld, van een paar oude pastoors van Binderveld, een zekere Stasseyns Lambert en Em. Bousson Curé de Binderveld, die in het jaar 1898 in het " Oude land van Loon " de hoop koesterden dat de oude geschiedenis van Binderveld niet teloor zou gaan.
Aan allen die dit lezen en er nog meer van afweten, vragen we de leemtes op te vullen en bekend te maken waar we in gebreke bleven, want geschiedenis maakt men niet alleen, maar met zijn allen die nu leven.
Dank aan allen die mij behulpzaam waren met dit verhaal en mij informatie doorgaven.
Bonneux Jef, Zwarteinde 84, Kozen.
December 1997