BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS VAN DE HEERLIJKHEID BINDERVELD
Binderveld is een Limburgse gemeente, gelegen tussen Herk-de-Stad en Sint-Truiden op ongeveer 2 km ten westen van Nieuwerkerken. In de middeleeuwen was Binderveld geen zelfstandige parochie, maar hing op kerkelijk gebied af van Wilderen. Binderveld bezat een kapel, die, volgens de tekening van Saumery, vast tegen de buitenzijde van de vestinggracht van het kasteel stond en bijgevolg tot het domein van de heerlijkheid behoorde.
De heerlijkheid Binderveld was een leen van de graven van Loon. Van de 12de eeuw af bevond er zich een versterkt kasteel. De eerste heer van Binderveld, die in de geschiedenis vermeld wordt, is Olderic van Binderveld. Hij trad op als getuige bij de stichting van de abdij van Averbode door Arnold, graaf van Loon, in het jaar 1135 (1).
I. Later treffen we Willem, burggraaf van Montenaken, aan als heer van Binderveld, Dormaal, Zundert, enz. In 1251 ontving hij, in 't bijzijn van zijn zoon Henricus en van zijn dochter Catharina, het bezoek van de abt van Sint-Truiden (2). Hij was gehuwd met Christina van Montferrant. Weduwnaar geworden, trok hij zich terug in de abdij van Sint-Truiden. Willem was een der edele leenmannen van graaf Jan II van Brabant, die regeerde van 1294 tot 1312 (3).
II. Catharina, dochter van Willem, huwde met een persoon, van wie de naam niet bekend is, doch die door dat huwelijk de titel: burggraaf van Montenaken verwierf.
III. Joannes, zoon van Catharina, was schildknaap in 1280-1281 en van 1283 af ridder. Hij nam deel aan de veldslag bij Woeringen (1288), waar hem een vertrouwelijke taak werd opgedragen. De graaf van Loon, die in de rangen van de hertog van Brabant streed, bemerkte op een bepaald ogenblik dat de graaf van Gelre, die aan de zijde van de vijand streed, in groot gevaar verkeerde. Daar hij met hem verwant was, redde hij hem uit zijn netelige toestand en vertrouwde hem toe aan zijn getrouwste ridder, Joannes, burggraaf van Montenaken. Dat wordt verhaald in de « Kronijk van Jan van Helu » (4). In 1300 was Joannes maarschalk van het land van Luik. Hij was gehuwd met Elisabeth van Neufchateau. Hij sneuvelde in de slag van Borgworm (18 juni 1313).
Joannes had twee zonen:
Willem (zie IV).
Joannes, ridder, was gehuwd met Joanna van Kessenich. Hij was een van de ondertekenaars van de vrede van Fexhe (1316).
IV. Willem, burggraaf van Montenaken, heer van Binderveld en Grazen, was gehuwd met Elisabeth van Attenhoven, dochter van Gilis, heer van Dormaal.
V. Joannes van Montenaken, zoon van de vorige, was minderjarig in 1312. Hij huwde een vrouw van wie de naam niet bekend is. Hij had een zoon en een dochter (zie VIa en b).
VI a. Willem, burggraaf van Montenaken, heer van Binderveld en Grazen, minderjarig in 1329, ridder in 1349-1360. Hij werd te Luik vermoord tussen 1360 en 1363. Hij was gehuwd met Cunigondis (familienaam onbekend) en had twee zonen (zie VIIa en b).
b. Agnes van Binderveld was gehuwd met Raes van Schönau, ridder. Agnes overleed op 12-12-1349; Raes van Schönau in 1365.
VII a. Jan van Montenaken, heer van Binderveld, stond de heerlijkheid Grazen af aan zijn broeder Godfried, hetgeen goedgekeurd werd door de Prins-Bisschop in dato 27-3-1388. De lenen Binderveld en Grazen werden voordien bestuurd door één schout en zeven schepenen. In deze akte van deling wordt bepaald dat na de scheiding Binderveld zal bestuurd worden door één schout en drie schepenen; Grazen door één schout en vier schepenen.
In de registers van de leenzaal van Kuringen hebben we niet gevonden dat het leen Binderveld verheven werd door een lid van de familie van Montenaken, maar wel dat op 2 september 1366 Robertus van Rijnswald een rente van 25 duplices verheft, die gevestigd was op de eigendom van Johannes van Montenaken, heer van Binderveld (5).
Jan van Montenaken was ridder in 1368. Hij is ook meier van Leuven geweest. Er wordt verteld dat hij gevangene geweest is in Basweiler. Daaruit besluiten we dat Jan van Montenaken deel genomen heeft aan de strafexpeditie, die onder de leiding van Wenzel, hertog van Brabant, ondernomen werd tegen Willem VI, hertog van Gulik, die de baanstropers beschermde. De krijgsonderneming liep uit op een bloedige veldslag bij Basweiler op 22-8-1371, waar Willem VI, bijgestaan door de hertog van Gelre, de overwinning behaalde en ongeveer 200 vijanden gevangen nam.
Er wordt verhaald dat Jan van Montenaken al zijn goederen zou verloren hebben als straf uit de hemel, omdat hij erin toegestemd had, dat zijn vader vermoord werd. Toen hij nog rijk was, huwde hij Agnes van Diest. Later trad hij voor de tweede maal in 't huwelijk met Margaretha Brant, een dochter van Johan Brant, die een natuurlijke broeder was van de vrouwe van Brabant.
b. Godfried van Montenaken, heer van Grazen, was schildknaap in 1368. Ook hij werd in Basweiler gevangen genomen.
De familie van Montenaken voerde als wapen: van keel met een rechterschuinbalk van zilver (zie tekening hiernaast). Wie na Jan van Montenaken, de heren van Binderveld geweest zijn tot in 't begin van de 15de eeuw, hebben we nog niet kunnen achterhalen. De Herckenrode maakt wel gewag van het huwelijk van Willem van Oijenbrugge met Maria van Montenaken, dochter van Antonius, heer van Binderveld (6). Als we de stamboom voortzetten via Godfried van Montenaken, kunnen we die persoon wel identificeren.
Willem, zoon van Godfried, was gehuwd met Margaretha van Meldert. Godfried van het vorige echtpaar, was gehuwd met Maria van Reves. Hij had 4 kinderen, o.a. Antonius, die in 't huwelijk trad met Catharina van Romerswalle (7). Maar er blijft een onopgeloste moeilijkheid over. Op welke wijze bekwam Antonius de titel: heer van Binderveld? Hij stamde immers uit de tak, die alleen Grazen in zijn bezit had.
In de 15de eeuw komt de heerlijkheid Binderveld in 't bezit van de familie van Hamal. Die familie ontleent haar naam aan het kasteel Hamal, dat gelegen was te Rutten nabij Tongeren en dat in 1346 door de Luikenaren ingenomen en verwoest werd.
I. Jan van Hamel was toen heer van Hamal en van Grevenbroek. Hij was gehuwd met Maria van Oerle, genaamd van Rummen, dochter van Willem van Oerle, heer van Rummen, en van Joanna van Loon. Maria was de zuster van Arnold van Rummen, de laatste die aanspraak maakte op de grafelijke kroon van Loon.
II. Willem van Hamal, zoon van de vorige, ridder, heer van Elderen en later ook van Herne en Schalkhoven. Hij steunde zijn oom Arnold van Rummen in diens strijd tegen de prins-bisschop van Luik om de kroon van het graafschap Loon. De strijd eindigde met de inneming en de verwoesting van het kasteel van Rummen (14-10-1365) en het teloorgaan van de onafhankelijkheid van het graafschap Loon. Nadat de Prins-Bisschop het pleit gewonnen had, schonk hij aan Arnold van Oerle en aan Willem van Hamal een lijfrente, op voorwaarde dat zij verzaakten aan hun aanspraak op de kroon van het graafschap. Willem van Hamal was gehuwd met Catharina van Mulken, dochter van Gilis van Mulken, ridder. Willem van Hamal sneuvelde in de veldslag bij Basweiler.
III. Gilis van Hamal, zoon van de vorige, heer van Elderen, Herne en Schalkhoven, stierf op 24-9-1354 en werd in de kerk van Elderen begraven. Hij was gehuwd met Margaretha van Kersbeek.
IV. Willem van Hamal, zoon van de vorige, ridder, heer van Elderen, Herne en Schalkhoven, was gehuwd met Catharina van Corswarem, dochter van Arnold van Corswarem en van Catharina van Argenteau. Hij overleed op 2-2-1400. Weleer bevond zijn grafsteen zich in de kerk van Zepperen en droeg het volgende inschrift: « Hier lieget edel en wael gheboren Heere Willem van Hamal, ridder, heer tzer Elderen, sterft int jaer ons Heren MCCC op onser vrouwen Kertsemys dach ».
V. Arnold van Hamal, zoon van de vorige, heer van Elderen, Binderveld, Zuurbemd en Heinsberg. Hij kocht de heerlijkheid Binderveld van W. d'Athin en verhief ze onder prins-bisschop Jan van Beieren (8). Hij was gehuwd met Anna van Trasegnies en van Sully, erfvrouwe van Rognon, Otreppe, Heppignies, Hacquenies, Masny en Racourt, dochter van Anselmus, baron van Trasegnies en van Sully en van Mathilda van Lalaing.
Kinderen:
Willem (zie VIb).
Anselmus, die de naam en de wapens van zijn moeder (Trasegnies) aannam. Hij huwde Maria van Arnemuiden, burggravin van Zeeland.
Arnold (zie VIa).
Walter, huwde in 1459 Elisabeth van Berchem, vrouwe van Westmalle.
Joanna.
Margaretha.
Catharina.
Anna, huwde Frederik van Renesse.
Cecilia.
VI a. Arnold van Hamal, heer van Binderveld en Warfusee, doctor in de rechten, kanunnik en zanger in de Sint-Lambertuskathedraal te Luik. Hij verhief op 13-9-1456 de hoge en lage justitie en het domein van Binderveld met de molen, de cijnsen, de weiden en bossen (9). Hij overleed in 1480.
VI b. Willem van Hamal, heer van Elderen, Masny, Rocourt, Vasnes, Herne en Schalkhoven, was eerst kanunnik te Luik. Later huwde hij Margaretha van Merode, vrouwe van Rummen.
Willem van Hamal verhief op 11-3-1480, na de dood van zijn broeder Arnold (VIa) de heerlijkheid Binderveld (10) en nogmaals op 19-11-1484 na de troonsbestijging van de nieuwe prins-bisschop, Jan van Horne (11). Hij overleed in 1486.
De familie van Hamal voerde als wapen: van zilver met 5 spitsruiten van keel (zie tekening hiernaast). Ze had als lijfspreuk: Fortiter et fideliter (dapper en trouw).
Midden de 16de eeuw kwam Binderveld in 't bezit van de familie van Grevenbroek. Door een deling met zijn broer Raes van Grevenbroek bekwam Hendrik van Grevenbroek op 2-10-1525 de heerlijkheid Binderveld (12).
De familie van Grevenbroek stamt uit de familie van Arckel.
I. Robrecht van Arckel, heer van Sint-Huibrechts-Lille, Rijnswoude, enz., droeg als bijnaam van Grevenbroek. Hij was gehuwd met Elisabeth de la Saule en stierf in 1396 (13).
II. Jan van Arckel, zoon van de vorige, heer van Grevenbroek, huwde E. Dickbier.
III. Jan van Grevenbroek, zoon van de vorige, was gehuwd met Christina van den Cruijs. Hij overleed op 18 juni 1486. Hij had minstens 2 zonen.
IVa. Raes van Grevenbroek, van wie we niets anders weten dan dat hij, zoals we het hierboven schreven, met zijn broeder deelde.
IV b. Hendrik van Grevenbroek was gehuwd met Everardina (Surlet) van Chockier. Hij overleed op 30-3-1536 en werd met zijn echtgenote begraven in de oude kerk van Binderveld. In 1845 was zijn grafsteen daar nog te zien. Hij droeg de wapens van de twee families en het volgende inschrift: Hier liet begraeven ......... van Grevenbroek, heere van Berleveld die sterft A° XV c XXXVI den XXX dagh Merte ......... van Clockier die sterft XV c ......... (14).
Op 14 april 1526 verhief Everardine Surlet, weduwe van Hendrik van Grevenbroek, bijgestaan door haar voogd, de heerlijkheid Binderveld (15).
Op 19 januari 1534 stelde Everardine Surlet, na het overlijden van haar eerste voogd, Willem van Horion als voogd aan (16). Het betreft hier Willem van Horion van Rummen, die gehuwd was met Margaretha of Joanna, dochter van Arnold van Duras.
De familie van Grevenbroek voerde als wapen: van zilver met twee tegenstaande gekantelde dwarsbalken (zie afbeelding hiernaast).
I. Hendrik van Grevenbroek had maar één dochter, met name Maria, die in 1534 in 't huwelijk trad met Karel van Copis. Zo kwam de heerlijkheid Binderveld in 't bezit van de familie van Copis.
II a. De zoon van dat echtpaar, Joannes van Copis, hoofdman van zijn keizerlijke hoogheid, verhief de heerlijkheid Binderveld op 18 september 1537, na de dood van zijn grootvader Hendrik van Grevenbroek (17). Dezelfde Joannes van Copis verhief de heerlijkheid Binderveld op 23 juni 1538, na de troonsbestijging van de nieuwe prins-bisschop, Cornelius van Berghes (18).
II b. Hendrik van Copis, een andere zoon van Karel van Copis en van Maria van Grevenbroek, huwde voor de eerste maal Gertrudis van Mombeek en had 3 kinderen o.a.
III. Richardus van Copis, die de heerlijkheid Binderveld verhief op 24 september 1554 na de dood van zijn oom Joannes van Copis (19). Hij huwde Emerentia Scroots, dochter van Michel Scroots en van Ida van Aalst.
IV. Hieronymus van Copis, heer van Binderveld, Rillaar, Rommele, zoon van de vorige, verhief de heerlijkheid Binderveld op 22 mei 1635 (20). Hij overleed op 25 februari 1653. Hij was driemaal gehuwd geweest: 1) met Gertrudis van den Edelbampt, dochter van Chrystoforus van Edelbampt; ze stierf op 25 oktober 1628 en werd te Sint-Truiden begraven; 2) in dato 8 juli 1648 met Maria Van der Hofstad, weduwe van Philips van Ophem; 3) met Anna Smidts, die na de dood van Hieronymus hertrouwde met kolonel Jacobus van Crijttij.
Hieronymus van Copis verhief op 8 oktober 1638, na de dood van zijn schoonvader, bepaalde goederen onder Herk-de-Stad (21).
Toen Hieronymus van Copis eigenaar werd van het kasteel van Binderveld, was dit heel bouwvallig. Hieronymus deed het helemaal herbouwen.
Pas heropgebouwd werd het kasteel verwoest door de Kroaten, een leger huurlingen, dat onder het bevel stond van Jan van Weert en dat de hele Kempen te vuur en te zwaard zette. In 1636 deed het een inval in het prins-bisdom Luik.
In 1637 werd het kasteel opnieuw verwoest door Hollandse troepen en de kasteelheer werd gevankelijk naar Maastricht gevoerd.
Uit het eerste huwelijk van Hieronymus van Copis werd geboren:
V. Christophorus van Copis, die de heerlijkheid Binderveld verhief op 8 maart 1653 (22).
In 1654 werd het kasteel ingenomen door de soldaten van de hertog van Lotharingen. Ze maakten er een wapenbewaarplaats van en van daaruit schuimden ze meer dan drie maanden lang de omstreken af.
Op 27-10-1669 verkocht Christophorus van Copis een rente, die gevestigd was op een huis toebehorende aan de erfgenamen van Isaak Roelands te Herk-de-Stad. De aangrenzende percelen van dat huis waren: de vestingwal aan de eerste zijde; de eigendom van de erfgenamen van Cornelius Wendelen aan de tweede zijde en 's Herenstraat aan de derde zijde. Uit die beschrijving kunnen we afleiden dat het ging om het huis, geheten « Het Hof » (23).
Cristophorus van Copis was gehuwd met Catharina van den Edelbampt, dochter van Joannes van den Edelbampt en van Catharina van Meldert.
Kinderen:
Anna Louisa van Copis;
Maria Christina van Copis. Ze huwde Lambertus van Herckenrode, heer van Mulken, die in 1702 sneuvelde bij het beleg van Cremona.
Hieronymus Diederik van Copis (zie VI).
Joannes Philippus, baron van Copis, overleden op 17-8-1737. Hij was gehuwd met Anna Fredegonde van Baedberg, burggravin van Bavay, vrouwe van Gors-Opleeuw en van Grote-Spouwen.
De familie van Copis voerde als wapen: van zilver met 14 koekjes van keel, geplaatst vier, vier, drie, twee en een, in het schildhoofd een barensteel met 5 hangers van keel (zie afbeelding hiernaast).
De nalatenschap van Christophorus van Copis, heer van Binderveld, en van Catharina van den Edelbampt werd op 10-7-1684 verheven door: 1) baron Theodoricus van Copis, heer van Binderveld (= V, 3); 2) Joannes van Copis, zijn broer (= V, 4); en 3) juffrouw zijn zuster (= V, 1 of 2). De nalatenschap bedroeg o.a. een rente van 55 gulden, gevestigd op een huis en hof, die toebehoord hadden aan Isaak Roelands en geheten waren « Het Hof » (24).
VI. Hieronymus Diederik, baron van Copis, verhief de heerlijkheid Binderveld op 13 maart 1679 (25). Hij was tevens heer van Rillaar, Rommele, enz. Hij trad op 20-6-1683 voor de eerste maal in 't huwelijk met Sibilla Fernanda della Faille, dochter van Joannes Baptist della Faille, heer van Ninove, en van Barbara Triest. Het echtpaar bleef kinderloos.
In 1699 werd het kasteel geplunderd door vreemde legerbenden.
Hieronymus Diederik, baron van Copis trad voor de tweede maal in 't huwelijk met Joanna Isabella Clara de Coloma, dochter van Petrus de Coloma, baron van Moriensart en van Seroude, en van Anna Elisabeth de Bejar, vrouwe van Westakker.
Hieronymus Diederik, baron van Copis overleed in 1721 zonder nakomelingen.
Na zijn dood hertrouwde Joanna Isabella Clara de Coloma met Josephus Benedictus Casimir Le Roy. Deze verhief de heerlijkheid Binderveld in naam van zijn echtgenote op 27-1-1722 (26).
In 1728 brandde het kasteel helemaal uit ten gevolge van de zorgeloosheid van de huisbewaarder. Baron Le Roy deed het onmiddellijk heropbouwen. Zo staat het er nu nog. Boven de deur is een steen ingemetseld met de wapens van Le Roy en van de Coloma.
Het schild van Le Roy is gevierendeeld: 1 en 4 van zilver met een rechter schuinbalk van keel; 2 en 3 van keel met een vijfpuntige ster van goud en een wassenaar insgelijks van goud; schildhoofd van zilver met twee breedarmige kruisen van keel (familie Hoff in Nederland).
Het schild van Coloma: van azuur met een rechter schuinbalk van goud met twee duiven van zilver, gebekt en gepoot van keel; op de gouden rand van het schild acht Sint-Antoniuskrukken van azuur.
Een gelijkaardige steen, gedagtekend 1722, waarschijnlijk afkomstig van het afgebrande kasteel, is thans in mijn bezit (zie afbeelding hiernaast).
Joanna Isabella Clara de Coloma, barones van Binderveld, overleed te Brussel op 4 mei 1741 en werd de 6de mei te Binderveld begraven in het koor van de kapel.
Baron Josephus Benedictus Casimir Le Roy hertrouwde op 2-7-1742 met Elisabeth Maria Arazola de Onate, gedoopt te Brussel op 17-11-1703 in de kerk van O.L.Vrouw van Finisterae (zie stamboom III, 4), weduwe van Josephus Franciscus Antonius de Succa (zie verder familie de Succa II).
De familie Arazola was van Spaanse afkomst. De stamvader van de familietak, die in onze gewesten wortel schoot, was Joannes Arazola de Onate. Men meent dat zijn vader te Arazola, een stad in de Spaanse provincie Guipuzcoa, geboren werd. Vandaar het tweede gedeelte van de familienaam (27).
I. Joannes Arazola de Onate kwam met de aartshertogen Albrecht en Isabella naar de Nederlanden. Hij huwde Beatrix Heath, die geboren werd op het kasteel van Antwerpen. Zij was een dochter van Hieronymus Heath en van Elvira Ramiles.
Joannes Arazola de Onate overleed op 3-12-1653; Beatrix Heath op 4-7-1659. Ze werden beiden begraven in de Sint-Goedelekerk te Brussel.
II. Joannes Arazola de Onate, zoon van de vorige, heer van Gomont, kommissaris der domeinen en der financiën van de koning in de Nederlanden en hoofdbeheerder van de provincie Henegouwen. Hij overleed op 15-9-1688 in de ouderdom van 73 jaar en werd insgelijks begraven in de Sint-Goedelekerk te Brussel.
Hij huwde een eerste maal met Joanna Angelica de Marselaer, dochter van Frederik de Marselaer, ridder, baron van Park, heer van Opdorp, en van Margaretha de Bernage, vrouwe van Park, van Elewijt, van Herseaux, van Oike en van Loksem. Ze hadden twee kinderen.
Joannes Arazola de Onate trad voor de tweede maal in 't huwelijk met Anna Isabella de Morialme, genaamd de Cordes, dochter van Joannes Carolus, heer van Wichelen, van Cherscamp, van Reet en van Waarloos, die in 1607 en 1615 de naam en de wapens van Cordes aannam en die op 18-8-1641 overleed, en van Isabella de Rabiano. Het echtpaar had acht kinderen, o.a.
III. Matthias Augustinus Arazola de Onate, heer van Peutegem. Hij huwde Ernestina de Real of de Reael. Ze hadden elf kinderen, o.a.
Elisabeth Maria, °Brussel, 17-11-1703.
Emmanuel Franciscus Josephus (zie IV).
IV. Emmanuel Franciscus Josephus Arazola de Onate, heer van Peutegem, schout van de stad Lier in 1764.
Hij huwde een eerste maal N. Gauvernils, dochter van een brouwer in de Hoogstraat te Brussel; een tweede maal Petronilla d'Alwich, van wie de moeder Cansord heette.
Uit een van die twee huwelijken ontsproot o.a.
Joanna Isabella Arazola de Onate, °Lier, 2-9-1766.
De familie Arazola voerde als wapen: van zilver met een uitgerukte boom van sinopel, vergezeld van twee boven elkaar geplaatste wolven van sabel, de onderste vóór, de bovenste achter de boom geplaatst (zie figuur hiernaast).
Helmteken: 5 struisvogelveren, naast elkaar geplaatst. Te beginnen aan de rechterzijde: van zilver, van sinopel, van sabel en van zilver.
Elisabeth Maria Arazola de Onate was meter van het kind Leonardus Abbas, °Binderveld, 19-11-1765. Als peter trad op: Leonardus Arazola de Onate, kanunnik te Aken.
De goederen of ten minste de heerlijke rechten van Binderveld waren slechts gedeeltelijk in 't bezit van het echtpaar Le Roy-Arazola. Voor een ander deel waren ze in 't bezit van Nicolaas Joannes Eugenius van der Dilft, heer van Ten Broeck, in 1737 amman te Brussel, die op 8-4-1744 in 't huwelijk trad met Rosa Alexandrina de Coloma, °Mechelen, 1710, dochter van Joannes Petrus de Coloma, baron van Moriensart, en van Maria Philippina de Romsee.
Rosa Alexandrina was een nicht van Joanna Isabella de Coloma; ze heeft waarschijnlijk van haar een gedeelte van Binderveld geërfd.
De heer Guy Willems te Tongeren bezit een zinken plaat waarop de wapenschilden van van der Dilft en van de Coloma geschilderd zijn. Het wapen van van der Dilft is van zilver met drie schuinkruisen van keel, geplaatst 2-1 (zie afbeelding hiernaast).
Josephus Benedictus Le Roy overleed te Binderveld op 24-8-1766. Elisabeth Maria Arazola de Onate hertrouwde te Binderveld op 11-6-1777 met Franciscus Robertus, baron van Nicolaerts, voorheen kapitein bij de grenadiers van hare majesteit de Koningin en Keizerin (Maria Elisabeth van Oostenrijk).
Elisabeth Maria Arazola de Onate overleed te Binderveld op 18-2-1788.
Franciscus Robertus, baron van Nicolaerts, heer van Binderveld en van Libertange, majoor-kapitein van het keizerlijke leger te Brussel, overleed te Brussel in de parochie van Sint-Goedele op 2-1-1795 en werd de 5de januari te Binderveld begraven in het koor van de kapel aan de linkerzijde van het hoogaltaar.
Door overerving ging de heerlijkheid Binderveld over van Maria Elisabeth Arazola de Onate naar haar nicht Joanna Isabella Arazola de Onate (zie stamboom IV, 1), die op 24-8-1791 te Tienen in 't huwelijk trad met Hubertus Norbertus Josephus Cajetan de Succa (zie stamboom de Succa IV).
De familie de Succa was afkomstig uit Piémont. Het oudste lid, waarvan er sprake is, was Guido de Succa, heer van Forelli in het graafschap Asti.
De familie de Succa voerde als wapen: van keel met een peer van goud. Schildhoofd van zilver met drie vijfpuntige sterren van azuur.
In 't begin van de 14de eeuw heeft de familie zich in twee takken gesplitst. De eerste is in Forelli gebleven; de tweede met Camillus aan 't hoofd heeft nakomelingen gegeven, die zich in Vlaanderen en later in het Luikerland gevestigd hebben (28).
I. Franciscus Wilhelmus Antonius de Succa, heer van Beauvais, kapitein van een waals infanterieregiment, geboren te Doornik op 21-11-1768, trad op 3-12-1703 in Sint-Goedele te Brussel in 't huwelijk met Petronilla Barbara van Nicolartz, dochter van Robertus Henricus, baron van Nicolartz, auditeur generaal van de keizerlijke legers in de Nederlanden, en van Anna Francisca van Esbeke, genaamd van der Haghen.
Franciscus Wilhelmus Antonius de Succa overleed te Brussel in de parochie van Sint-Goedele op 11-12-1707.
II. Josephus Franciscus Antonius de Succa, zoon van de vorige, gedoopt te Brussel in Sint-Goedele op 20-3-1706, huwde te Saint-Gery op 10-3-1727 Isabella Maria Arazola de Onate (zie familie Arazola III, 4).
Josephus Franciscus Antonius de Succa overleed te Brussel in de parochie van Sint-Goedele op 7-10-1729.
III. Robertus Josephus de Succa, heer van Bouverie, zoon van de vorige, gedoopt te Doornik in de Sint-Quintinuskerk op 13-1-1728, huwde in dezelfde kerk op 25-11-1753 Carola Bernista Josepha d'Ysenbart, gedoopt te Doornik in de Sint-Jacobskerk op 1-2-1727, dochter van Adrianus Franciscus d'Ysenbart, heer van Antour, en van Maria Magdalena Agnes Francisca Rose Rose.
Carola Bernista Josepha d'Ysenbart d'Antour overleed te Tienen op 16-3-1792 en werd in de kapel van Binderveld begraven.
Robertus Josephus de Succa overleed te Sint-Joost-ten-Node op 11-3-1804.
Kinderen van het echtpaar de Succa-d'Ysenbart:
Hubertus Norbertus Josephus Cajetan, gedoopt te Doornik in de Sint-Jacobskerk op 17-3-1759 (zie IV).
Wivina Genoveva Romana de Succa, gedoopt in de Sint-Jacobskerk te Doornik op 15-5-1764, huwde te Binderveld op 22-1-1797 Albertus Alexander Josephus Ghislenus de Ferrare de Rippeau uit Wierde (prov. Namen).
IV. Hubertus Norbertus Josephus Cajetan de Succa huwde voor de eerste maal te Tienen op 22-8-1791 Joanna Isabella Josepha Arazola de Onate (stamboom Arazola IV, 1), overleden ten gevolge van een kraambed te Binderveld op 30-9-1795. Haar lijk werd, wegens kentekens van besmetting, dezelfde dag begraven in de kapel van Binderveld.
Hubertus Norbertus Josephus Cajetan huwde voor de tweede maal op 8 juni 1802 Maria Lutgardis Catharina de Brouckmans, °Kerkom, 10-8-1746, dochter van Lodewijk de Brouckmans en van Maria Margaretha Theresia de Voet.
Hubertus Norbertus Josephus Cajetan de Succa overleed te Binderveld op 17-3-1819.
V. Ludovicus Leonardus Josephus de Succa, zoon van de vorige, °Binderveld, 26-8-1795, huwde Maria Elisabeth Carolina de Fraiture, °Rummen, 28-5-1797, dochter van Franciscus Wilhelmus de Fraiture en van Maria Elisabeth Genoveva Chapelle.
Kinderen:
Amelia Carolina Sophia, °Rummen, 11-4-1819, huwde te St.-Joost ten Node op 18-5-1843 Conrad Joseph Hubert Coenegracht, onderluitenant in een keurregiment, °Maastricht, 3-4-1808, zoon van Cornelius Godfridus Coenegracht en van Joanna Lambert.
Alexander Joannes Nepomicenus, °Binderveld, 20-4-1820.
Benedictus Omer Symphorianus, °Binderveld, 22-3-1822, huwde te Elsene op 5-1-1848 Ernestine Josepha Rousseau, °Brussel, 23-2-1827.
Eleonora Lambertina Francisca, °Binderveld, 10-7-1823.
Theodorus Franciscus Xaverius, °Binderveld, 21-11-1824, † Sint-Truiden 23-11-1825.
Maria Louisa, °Binderveld, 14-4-1826, woonde in 1847 nog te Binderveld.
Het is niet geweten wanneer het echtpaar de Succa-de Fraiture het kasteel verlaten heeft en waar het is gaan wonen. Hoe dan ook, Ludovicus Leonardus Josephus de Succa is te Binderveld overleden op 22-2-1833. Na zijn dood is Maria Elisabeth Carolina de Fraiture te Rummen gaan wonen in een huis vlak ten zuiden van de kerk, waar ze overleden is op 23-2-1860.
Op 10 januari 1826 verkocht Ludovicus Leonardus Josephus de Succa het kasteel van Binderveld, alsook de kapel en de gronden, die hij er bezat, aan het echtpaar Josephus Antonius de Schrijnmakers-Maria Francisca Lijnen (29).
De familie de Schrijnmakers hoorde reeds in de 16de eeuw thuis in Sint-Truiden en omgeving.
I. Chrystophorus Schrijnmakers huwde op 1-9-1580 te Sint-Truiden in O.L.Vrouwkerk Adriana Gijzels (30).
II. Christiaan Schrijnmakers, zoon van de vorige, gedoopt in O.L.Vrouwkerk te Sint-Truiden op 13-9-1601, huwde op 1-7-1623 Maria Jordens, °31-9-1605.
Christiaan Schrijnmakers overleed op 18-8-1639; Maria Jordens op 15-2-1648.
III. Christophorus Schrijnmakers, zoon van de vorige, °Sint-Truiden 10-12-1628, trad voor de eerste maal in 't huwelijk met Cecilia Wauters op 17-8-1660, een tweede maal met Anna Menten op 6-5-1666.
Christophorus Schrijnmakers overleed op 20-1-1720.
IV. Godefridus Fredericus Schrijnmakers, zoon uit het tweede huwelijk, gedoopt in O.L.Vrouwkerk te Sint-Truiden op 20-2-1668, werd officier in dienst van de prins-bisschop van Luik, daarna in die van de Verenigde Provinciën. Op 5-5-1705 werd hij tot kapitein benoemd in het regiment van kolonel Renier Francois Jamar. Hij huwde op 17-1-1735 Joanna Gertrudis Bollis, °Sint-Truiden, 22-9-1707, dochter van Leonard Bollis, notaris, schepen en burgemeester van Sint-Truiden.
Godefridus Fredericus Schrijnmakers overleed op 15-6-1752; Joanna Gertrudis Bollis op 19-5-1773.
V. Leonard Godefridus de Schrijnmakers, zoon van de vorige, °Sint-Truiden, 25-1-1745, werd kapitein in dienst van Oostenrijk. Hij verliet het prins-bisdom Luik om zich in Brabant te vestigen.
Hij liet zijn wapen registreren in de heraldische kamer op 1-2-1775.
Het wapen van de Schrijnmakers was gevierendeeld. I van azuur met een gouden passer, geopend in de vorm van een keper, vergezeld van drie gouden lisbloemen (Schrijnmakers); II van keel met een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie mereltjes van goud in het schildhoofd (Berwouts); III van zilver met een uitgerukte boom van sinopel beladen met een zilveren vogel (Dormael); IV van keel met een rechterschuinbalk van vair (Reyplings).
De wapenspreuk luidde: Florescit candor et aequum (eerlijkheid en rechtvaardigheid gedijen).
Leonard Godefridus de Schrijnmakers trad op 25-7-1765 in 't huwelijk met Maria Magdalena Louisa Joanna Berwouts, °Tienen, 30-12-1742, vrouwe van Dormaal. Haar oom Joannes Henricus Theodorus van Ausseloos, burggraaf van Dormaal, had haar door testament, in dato 16-10-1763, begiftigd met de heerlijkheid en het burggraafschap van Hoog en Laag Dormaal. Op 13-7-1823 werd de familie Schrijnmakers erkend als behorende tot de adelstand. Van toen af werd de familienaam « de Schrijnmakers » geschreven.
Leonard Godfridus de Schrijnmakers, burggraaf van Dormaal, overleed te Dormaal op 25-11-1831; Louisa Joanna Berwouts insgelijks te Dormaal op 21-8-1837.
VI. Josephus Melchior Maria de Schrijnmakers, jongste zoon van de vorige, °Tienen, 6-1-1774, huwde Maria Rosa Uytenbroeck, °Halle-Booienhoven, 13-5-1777.
Josephus Melchior Maria de Schrijnmakers overleed op 19-4-1816; Maria Rosa Uytenbroeck op 31-12-1854.
VII. Josephus Antonius de Schrijnmakers, zoon van de vorige, werd gedoopt te Halle-Booienhoven op 19-3-1797. De pastoor van die parochie schreef het kind in als een natuurlijke zoon, omdat hij de geldigheid niet erkende van het burgerlijk huwelijk, dat het jaar tevoren te Leuven gesloten was. Na het herstel van de eredienst, lieten de ouders hun huwelijk kerkelijk inzegenen en werd er in de huwelijksakte vermeld dat het kind door dat huwelijk gewettigd was.
Josephus Antonius de Schrijnmakers trad op 27-11-1825 te Rummen in 't huwelijk met Maria Francisca Lijnen, °Lummen, 14-1-1801, dochter van Henricus Lijnen en van Anna Gertrudis Hoelen. Zoals we hierboven al geschreven hebben, kocht Josephus Antonius de Schrijnmakers het kasteel van Binderveld op 10-1-1826. Hij schonk de afbraak van de kapel en de meubels ervan om een nieuwe kerk te bouwen en te meubileren. De grond, waarop de nieuwe kerk gebouwd werd, is insgelijks door hem geschonken.
De volgende kinderen van het echtpaar de Schrijnmakers-Lijnen werden op het kasteel geboren:
Maria Juliana, °26-1-1820, ongehuwd, †Binderveld, 26-3-1894.
Josephus Alphonsus, °15-9-1827, huwde te Waver op 9-2-1857 Antoinette Mottoule, waarvan twee kinderen: a) Adeline Victoire, °Waver, 29-12-1857. Ze huwde op 18-5-1880 Gaston Loze, luitenant te Beverlo. b) Gustave, °Waver, 1-2-1859. Hij nam in 1878 dienst in het leger, was in 1889 onderluitenant te Gent en huwde er op 23-4-1892 Joanna Margaretha van de Meersch. Josephus Alphonsus de Schrijnmakers overleed op 28-6-1876.
Jan Leonard Gustaaf, °8-5-1830, werd kolonel in een infanterieregiment.
Theodorus Arsenius, °8-5-1832 (zie VIII).
Charlotta Ernestina Odilia, °25-6-1834. Ze huwde op 15-12-1860 Ludovicus Delvaux, °Sint-Truiden, 7-5-1828, zoon van Joannes Delvaux en van Maria Desart. Ze vertrok uit Binderveld naar Sint-Truiden op 9-6-1861.
Josephus Antonius de Schrijnmakers overleed te Binderveld op 26-4-1835; Maria Francisca Lijnen insgelijks te Binderveld op 13-5-1888.
VIII. Theodorus Arsenius de Schrijnmakers was luitenant toen hij de toelating kreeg om in Mexico dienst te nemen in het leger. Hij werd dadelijk tot kapitein benoemd en nam deel aan de veldtocht 1864-1866. Hij werd gewond en tot ridder van Guadaloupe geslagen. Hij trad op 12-12-1870 te Mechelen in 't huwelijk met Maria Leonia Adela Blanc, dochter van Jan Baptist Charles François Blanc en van Maria Catharina Carolina Meunier.
Theodorus Arsenius de Schrijnmakers keerde later naar Binderveld terug en was er burgemeester van 1-1-1896 tot 2-11-1903.
In 1847 woonden op het kasteel: (31)
Maria Francisca Lijnen, weduwe Josephus Antonius de Schrijnmakers, geboren te Lummen, te Binderveld aangekomen in 1825.
Maria Juliana de Schrijnmakers, ongehuwd, zonder beroep.
Joseph Alfons de Schrijnmakers, student.
Jan Leonard Gustaaf de Schrijnmakers, student.
Theodoor Arsene de Schrijnmakers, student.
Petrus Joannes Lijnen, °Lummen, 3-8-1795 (broeder van nr. 1).
Toen het kadaster in 1845 opgemaakt werd, was het kasteel door een bijgebouw verbonden met het poortgebouw (zie plattegrond volgens het kadaster uit die tijd). Op de tekening van Saumery in Les Délices du Pays de Liège, kan men duidelijk zien dat het bewuste bijgebouw dienst deed als stalling.
Later werd dat bijgebouw afgebroken. Nu staan het kasteel en het poortgebouw afzonderlijk. Het poortgebouw draagt een torentje, dat op de foto niet te zien is.
Na de dood van Maria Francisca Lijnen, weduwe Josephus Antonius de Schrijnmakers, ging de eigendom door erfenis over op:
Maria Juliana de Schrijnmakers, eigenares, Binderveld (VII, 1).
Jan Leonard Gustaaf, kolonel te Namen (VII, 3).
Theodoor Arsene, majoor te Brussel (VIII).
Charlotta Ernestina Odilia de Schrijnmakers, echtgenote Ludovicus Delvaux te Sint-Truiden (VII, 5).
Adeline Victoire de Schrijnmakers, echtgenote Gaston Loze, luitenant te Beverlo (VII, 2a).
Gustave de Schrijnmakers, onderluitenant te Gent (VII, 2b).
De nieuwe eigenaars verkochten de eigendom op 9-7-1889 aan Jan Leonard Gustaaf de Schrijnmakers (VII, 3), kolonel te Schaarbeek, en aan Jean Baptiste Charles François Blanc, luitenant-kolonel te Schaarbeek, ieder voor de helft in onverdeeldheid (32).
Jean Baptiste Charles François Blanc overleed op 21 mei 1899 en zijn vrouw, Marie Meunier op 25 november 1900.
Op 6 november 1890 stond Jan Leonard Gustaaf zijn helft af aan Jean Baptiste Charles François Blanc, zodat deze nu het gehele goed bezat. (33).
Hun dochter Marie Caroline Adele Blanc, echtgenote van Theodorus Arsenius de Schrijnmakers, burgemeester te Binderveld, erfde de eigendom en verkocht hem op 21-2-1903 aan:
Anna Basfet, te Besançon (Frankrijk)
Augustina Perfot, te Besançon
Maria Vadam te Saint-Remy (Frankrijk) (34).
Dat waren kloosterzusters, die uit Frankrijk verdreven waren.
Op 9 mei 1912 werden de goederen openbaar te koop gesteld en gekocht door Emilius Ernest Odilo Joris, °Duras, 7-7-1885 (35).
Deze verkocht de eigendom op 12-11-1956 (36) aan Joseph Robert Ballet, °Sint-Lambrechts-Herk, 5-9-1904 en zijn echtgenote Maria Irma Vanrusselt, °Binderveld, 8-1-1909. Het gezin Ballet bewoont thans het kasteel.
Overzicht van de achtereenvolgende Heren of eigenaars van het domein van Binderveld
12de eeuw: Olderic van Binderveld.
13de en 14de eeuw: familie van Montenaken.
15de eeuw: familie van Hamal.
Begin van de 16de eeuw: familie van Grevenbroek.
Helft der 16de eeuw en 17de eeuw: familie van Copis.
1722: Le Roy-de Coloma.
1742: Le Roy-Arazola en van der Dilft-de Coloma.
1777: van Nicolaertz-Arazola.
1791: de Succa-Arazola.
1819: de Succa-de Fraiture.
1826: de Schrijnmakers.
1890: Blanc-Meunier.
1903: Franse kloosterzusters.
1912: Emilius Ernest Odilo Joris.
1956: Ballet-Vanrusselt.
We bedanken allen, die ons behulpzaam geweest zijn bij de opzoekingen, voornamelijk de EH. Smeulders, pastoor te Binderveld; de heren F.P.W. de Fraiture te Aalst (Noord-Brabant), Gielen, landmeter van 't kadaster, F. Goole, die ook de tekeningen van wapenschilden gemaakt heeft, Dr. Grauwels, rijksarchivaris te Hasselt, Paesmans, gemeentesekretaris te Rummen, Schurmans, gemeentesekretaris te Binderveld en Van Hoof, notaris te Sint-Truiden.
† Raym. Enckels
(1) WOLTERS, Notice historique sur la commune de Rummen, blz. 208
(2) DE HEMRICOURT, Minoir des Nobles, t. 2, blz. 308.
(3) WOLTERS, op. cit., blz. 208.
(4) IDEM, blz. 209.
(5) RAH, Registers Leenzaal Kuringen, onder prins-bisschop Jan van Arckel, blz. 32.
(6) DE HERCKENRODE, Collection de Tombes, Epitaphes et Blasons, blz. 117.
(7) KEMPENEERS, Geschiedenis van Montenaken, t. 2, titelbladzijde.
(8) DE BORMAN, Livre des fiefs du comté de Looz sous Jean d'Arckel, blz. 133, voetnoot.
(9) RAH, Registers Leenzaal Kuringen, vol. 6, fol. 6bis.
(10) IDEM.
(11) IDEM, vol. 10, fol. 1 verso.
(12) IDEM, vol. 13, fol. 15.
(13) DE HERCKENRODE, op. cit., blz. 248.
(14) IDEM, blz. 246. Er is waarschijnlijk een vergissing begaan bij het overschrijven van de overlijdensdatum. Want, zoals we het dadelijk zullen zien, was Everardine al weduwe in 1526.
(15) RAH, Registers Leenzaal Kuringen, vol. 13, fol. 24.
(16) IDEM, vol. 13, fol. 163 verso.
(17) IDEM, vol. 15, fol. 13.
(18) IDEM, vol. 15, fo. 2.
(19) IDEM, vol. 19, fol. 74.
(20) IDEM, vol. 27, fol. 274.
(21) RAH, Gichtboek Herk, nr. 95, blz. 237.
(22) RAH, Registers Leenzaal Kuringen, vol. 29, fol. 128.
(23) RAH, Gichtboek Herk, nr. 100, fol. 106 verso.
(24) IDEM, nr. 105, fol. 138.
(25) RAH, Registers Leenzaal Kuringen, vol. 32, fol. 599.
(26) IDEM, vol. 36, fol. 334 verso.
(27) DE HERCKENRODE, Nobilaire des Pays-Bas, vol. 1, blz. 47 en vlg.
(28) Annuaire de la Noblesse Belge, 1867, belz. 255.
(29) Akte notaris Vanham te St.-Truiden.
(30) Annuaire de la Noblesse Belge, 1896, blz. 174 en vlg.
(31) RAH, Bevolkingsregister Binderveld.
(32) Akte notaris de Brouwer te Sint-Jans-Molenbeek.
(33) IDEM.
(34) Akte notaris Nagels te Sint.-Truiden.
(35) IDEM.
(36) Akte notaris Vreven te Sint-Truiden.
Afbeeldingen
De PDF-bestanden bevatten inderdaad afbeeldingen (wapenschilden, plattegrond, foto van het kasteel), maar ik kan die helaas niet extraheren uit de documenten zoals ze hier zijn aangeleverd — de bestanden zijn als tekstlagen in mijn context geladen, niet als extracteerbare afbeeldingsbestanden.
Wat ik wel kan doen is de afbeeldingen die in de tekst voorkomen opsommen:
Wapenschild van de familie Montenaken (van keel met een rechterschuinbalk van zilver)
Wapenschild van de familie Hamal (van zilver met 5 spitsruiten van keel)
Wapenschild van de familie Grevenbroek (van zilver met twee tegenstaande gekantelde dwarsbalken)
Wapenschild van de familie Copis (van zilver met 14 koekjes van keel)
Afbeelding van de Le Roy-Coloma steen (gedagtekend 1722)
Wapenschild van de familie Arazola (boom met wolven)
Wapenschild van de familie van der Dilft (drie schuinkruisen)
Wapenschild van de familie Succa (peer van goud)
Wapenschild van de familie Schrijnmakers (gevierendeeld)
Plattegrond van het kasteel volgens het kadaster van 1845
Foto van het kasteel (noord- en oostzijde) met poortgebouw