In het grensgebied tussen Gelderland en Noord-Brabant ligt het kleine dorpje Nederhemert-Zuid. Dit dorp ligt op een door de Maas en Bergse Maas gevormd eiland. Rondom het dorp ligt een gevarieerd gebied met bos, weiland, akkers en water. Je vindt er nog oude oeverwallen, een stukje van de oude rivierloop met bijbehorend rietland en glooiingen zoals ze zijn gevormd door afzettingen van de rivier. Deze variatie en de rust heeft ertoe geleid dat de omgeving een biotoop biedt voor een rijke flora en fauna.
De Maas heeft hier, zoals overal in de Bommelerwaard, grote invloed gehad op de vorming van het landschap. Het kasteel is gelegen op een oeverwal in de Doornwaard en heeft altijd aan de Maas gelegen. De Maas heeft zich in de geschiedenis van het kasteel echter wel verplaatst. Waar eerst één dorp was (Nederhemert) ontstond na een natuurlijke verlegging van de rivier de Maas in 1460 een splitsing in het dorp. Er ontstond een noord(-oostelijk) deel en een zuidelijk deel. Het zuidelijk deel kwam hierbij op een eiland te liggen tussen de Bergse Maas en de Maas. De Maas is vervolgens in 1474 ten zuiden van Well afgesneden waardoor het Maaswater direct doorstroomde in de Bergse Maas en het eiland Nederhemert-Zuid feitelijk een schiereiland werd.
Het dorpje ligt daar niet alleen maar wordt vergezeld door een kasteel waarvan de eerste delen stammen uit het jaar 1310. Later, in 17e eeuw werd er een aarden vestingwal aan toegevoegd ten zuiden van het kasteel. Deze moest bescherming bieden tegen de Spanjaarden in de 80-jarige oorlog. Andere cultuurelementen in de omgeving zijn een oude pastorie gelegen aan een door dijkdoorbraak ontstaan wiel en een kerkje (14e – 16e eeuw) in het midden van het dorp.
De huidige ligging en bebouwing maak het een bijzonder gebied voor vleermuizen. Oude bomen en een kasteel waarborgen een leefplaats voor vier soorten: de baardvleermuis, de watervleermuis, de grootoorvleermuis en de franjestaart vleermuis. Daarnaast zijn er kamsalamanders gevonden en broeden er ooievaars. Rondom het kasteel ligt een eikenbeukenbos. In de jaren 50 van de 20e eeuw is daar getracht geld te verdienen met de bollenteelt van winterakonietjes en sneeuwklokjes. Een mislukt project waar we nu in het vroege voorjaar van kunnen genieten. In februari en maart kondigt de bosbodem met een geel met wit tapijt de lente aan. Binnen de poorten van het kasteel staan twee uitheemse bomen. Sequoiadendron giganteum. De reuzesequoia’s zijn in de 19e eeuw geplant uit zaad dat was meegebracht uit Rusland door baron van Nagell na het huwelijk tussen Anna Pualowna en Willem II. In de weilanden rondom het kasteel overwinteren ganzen en jagen buizerds. In het vroege voorjaar zijn er in het bos ook al standvogels te horen als het winterkoninkje, mezen, de grote bonte specht en de groene specht.
Er zijn in de omgeving diverse wandelroutes uitgezet en er is een natuurcamping waar men tegen een kleine vergoeding kan overnachten.
tekst: Dirk Muller