Waarnemingen


KLIK HIER OM IN TE VOEREN

Gekke, bijzondere of gewoon waarnemingen
:

“De echte ontdekkingsreis bestaat niet in het zoeken naar nieuwe landschappen, maar in het hebben van nieuwe ogen.” Marcel Proust

Sint Janskruid (Hypericum perforatum)

24 juni, Sint Jans dag.  En natuurlijk staat het Sint Janskruid (Hypericum perforatum) dan in bloei.


De naam Sint Janskruid is een mooi voorbeeld van een kerstening van een voor de Germanen heilige plant. De plant bloeit ten tijde van de zonnewende en heeft in deze cultus een belangrijke rol. Het rode sap dat uit de bladeren komt werd gezien als het bloed van Baldur, Germaanse god van de natuur, de zomer en het licht. De plant werd hierom geëerd en zou magische krachten bevatten om demonen en kwade geesten af te schrikken. 

Bij de kerstening is dit (en vele andere) volksgeloof gedraaid naar een christelijke vorm. 24 juni is het hoogfeest van Johannes de Doper. Toevallig is dit ook de dag waarop het zomerzonnewendefeest werd gevierd. Het rode vocht werd Johannesbloed en zou ontstaan zijn uit het bloed van de onthoofde Johannes de Doper.

De naam Hypericum perforatum is een afleiding van het Griekse hypo (onder of tussen) en ereiko (heide). Veel soorten van het geslacht Hypericum komen voor op heidegronden. Perforatum is eenvoudig te verklaren. Het blad bevat oliekliertjes die doorschijnen in het licht.



Paarse morgenster (Tragopogon porrifolius).

Als je het hebt over vergeten groenten dan is dit de overtreffende trap. Je zou kunnen zeggen, een vergeten vergeten groente. Nadat in de 17de eeuw de inmiddels 'vergeten groente' Schorseneer zijn opkomst maakte, raakte de Paarse morgenster uit de gratie als voedsel.

De plant is niet alleen vergeten maar als gevolg daarvan ook zeldzaam. Slechts sporadisch handhaven verwilderde exemplaren zich in bermen en akkerranden. Deze foto is gemaakt langs de Jan Stuverdreef nabij de Lieskampen.

De plant heet morgenster omdat de stervormige bloem doorgaans voor het middaguur sluit. Paars laat zich raden! In de wetenschappelijke naam vinden we een oude volksnaam terug; Bokkenbaard. Tragopogon stamt uit het Grieks en is samengesteld uit twee woorden: tragos (bok) en pogon (baard). Het slaat waarschijnlijk  op de uitgebloeide bloem waarvan de zaadpluizen gelijkenis hebben met een baard.


Maarts Viooltje

I
n tegenstelling tot de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) die nu ook bloeit, houdt dit legendarische plantje zich wel aan zijn naam. Het Maarts viooltje (Viola oderata) bloeit voornamelijk in maart. Het is een van de weinige viooltjes die een aangename geur heeft. De meeste viooltjes zijn geurloos. De wetenschappelijke naam is daar dan ook van afgeleid. Oderata betekent geurend.

Die  geur komt van etherische oliën af die ook een gewild product zijn voor allerlei smaak- en geurindustrieën. Het winnen van de olie is niet eenvoudig omdat er heel veel bloemetjes (100 kg) nodig zijn voor weinig olie (31 g).


foto: Dirk Muller; Kloosterwiel Zaltbommel 2014

Waar de naam Viola vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Het meest waarschijnlijk is dat het een afgeleide is van de Griekse naam voor de plant: ion porfuroun.


Teunisbleom

De Teunisbloem (Oenothera biénnis) wordt in sommige streken (en in Duidsland) ook wel nachtkaars genoemd. Die naam slaat op het moment en de duur van de bloei van een bloem. Beginnend in de avond en verwelkend in de ochtend. Hij trekt nachtvlinders (met name Gammauiltjes) aan met zijn bijna lichtgevende bloemen.


De Teunisbloem is eigenlijk een exoot die in 1614 uit Noord-Amerika werd ingevoerd en al in 1619 in het wild in Europa werd aangetroffen. Voedsel moest het brengen. De penwortel zou als een schorseneer gegeten worden. De zaden gemalen als meel.

Dat is maar een deel van het verhaal want de naam doet vermoeden dat er meer eigenschappen worden toegeschreven aan de plant.


De wetenschappelijke naam luidt Oenothera wat afstamt van het Griekse Oinos (wijn) en ther (wild dier). De Grieken dachten dat het nuttigen van de wortel door wilde dieren, ze tam maakte. De wortel ruikt naar wijn.

En daar wordt het raar want de Grieken kende deze plant helemaal niet en bedoelden eigenlijk het Harig wilgenroosje (Epilobium augustifolium). Dit is wel een plant uit dezelfde familie. De moeite waard om eens uit te graven en te ruiken. In de Gamerensche waard bijvoorbeeld!

Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

De soortaanduiding cardamines slaat op de pinksterbloem (Cardamine pratensis), de voornaamste waardplant van het Oranjetipje. De geslachtsnaam Anthocharis zou als volgt kunnen worden uitgelegd. Anthos (=bloem) en charis (=charme). En van Pinksterbloem is het Oranjetipje wel gecharmeerd. Dat tipje oranje nemen we letterlijk!

Oranjetipje; één van de vroegste vlinders uit de pop. En nu is dat moment. Wil je ze zien vliegen? Loop eens een rondje door de Lieskampen.

[foto's oranjetipje]

Overigens is de waardplant niet alleen interessant voor de vlinder. In tijden dat supermarkten niet bestonden er na een lange koude winter weinig eten was werd de Pinksterbloem gegeten als bron van vitamine c. Dit om scheurbuik tegen te gaan. De smaak schijnt te lijken op milde radijs.


Zak niet in de stront!


Scathophaga stercoraria (Strontvlieg). De Strontvlieg copuleert op vers gelegde fecaliën van runderen of paarden. Het mannetje neemt het vrouwtje op de hoop en het vrouwtje legt dan haar bevruchte eitjes in de stront.

[foto strontvlieg]

De eitjes worden larven en de larven eten de in de stront aanwezige larven van andere soorten vliegen. Om zelf niet in de stront te zakken en dan te stikken, hebben de larven vleugeltjes om zich omhoog uit de shit te werken. Eenmaal volgroeit vliegen ze uit op zoek naar een verse vlaai en een partner om de cyclus weer opnieuw te beginnen.

Ze eten dus geen stront. Ze voeden zich voornamelijk met nectar.

Wilgenroosje kan de wilg in!

 

Het haasje

Hazen (Lepus europaeus) zijn zeker niet algemeen in de Bommelerwaard. Zo nu en dan kom je er eentje tegen. Of, als je geluk hebt, twee mannetjes die tegen elkaar opboksen en zo hun teritorium verdedigen. Hazen worden veelvuldig gebruikt in beeldspraak. In de naamgeving van planten en schimmels zien we dit terug in het Hazenpootje dat zowel een paddestoel (Coprinus lagopus) is als een plant (Trifolium arvense).

Hazenpootje

foto: Dirk Muller 'Hazepootje in de Kil van Hurwenen' juli 2012

De bloeiwijze van de plant heeft duidelijk de uiterlijke kenmerken van het 'hazenpootje'. Zacht en pluizig. Het is familie van de klaverplanten die we uit onze gazonnen kennen. Als je rode en witte klaver mooi vindt, wacht maar tot je deze variant ziet. Je komt het Hazepootje bijvoorbeeld tegen bij de voormalige steenfabriek van Hurwenen.

Hazenpootje
foto: Dirk Muller; Hazepootje 'Kloosterwiel Zaltbommel' november 2013

De paddestoel komt als een hazepootje uit de grond omhoog. Een beetje luguber als je bedenkt dat de pootjes uit de grond steken maar het is echt een heel mooi fragiel paddestoeltje dat ook makkelijk waarneembaar is. Boven de grond beginnend als hazepootje komt het tot volle wasdom met een bijna doorzichtige hoed. De hoed klapt langzaam naar boven tot een cupje dat als het hoogtepunt voorbij is, scheurt en uiteenvalt. Het groeit veel op en langs houtsnipperpaden die dankzij natuurbeheerders veelvuldig worden aangelegd.

Een andere insteek is het gezegde 'het haasje zijn'. Dat geldt allang niet alleen maar voor de haas zelf. Konijnen (Oryctolagus cuniculus) blijken er erg gevoelig voor te zijn. Zeker nu in de Bommelerwaard de ziekte ' myxomatose' heeft opgestoken. In de Gamerensche waard waren in de maanden oktober en november van 2013 tientallen dode konijnen te vinden. Het is bekend dat de ziekte populaties kan decimeren.  Myxomatose is verwant aan het pokkenvirus. De getroffen dieren krijgen zwellingen rond met name de ogen en anus en als gevolg daarvan zijn ze kwetsbaar. Als ze niet aan de ziekte zelf sterven zijn ze een eenvoudige doch voedzame maaltijd voor roofvogels.

De haas zelf heeft geen last van de ziekte. Die is er resistent tegen en daarmee eens niet het haasje.

bronnen:
Weeda e.a., 1985, Nederlandse oecologische flora (KNNV uitgeverij / IVN, herdruk 2003)
www.wikipedia.org (myxomatose)
Roger Phillips, 1981, Paddenstoelen en schimmels van West-Europa (uitgeverij het spectrum Utrecht/Antwerpen)


     
     
     
 Archief