Auteur: Mieke Tromp-Meesters
Rondje grasdijk (Munniklandse Waalkade) bij Loevenstein, 16 januari 2011
Stan en Mieke worden heel sjiek thuis opgehaald door Dirk Muller; Harry zit al in de auto. Onderweg zien we een buizerd en een blauwe reiger boven het weiland vliegen. Bij Loevestein parkeren we in de berm bij de start van de 13e eeuwse grasdijk, ooit door Cisterciënzer monniken gebouwd en nog steeds intact en net 5 centimeter boven het water van de Waal. Heel Kasteel Loevestein is omringd door water en onbereikbaar, behalve met goede waterdicht laarzen over deze grasdijk. We wachten nog even op Beppie en dan gaan we op pad. Het is echt een spannende tocht, met een prachtige zonsopgang rond half negen die de bomen rood kleurt. Harry heeft het over zijn mooie, nieuwe camera; hij heeft hem nu alleen niet bij zich. De verrekijkers in de aanslag en we hebben direct al veel watervogels in beeld: een grote zilverreiger, veel grauwe ganzen, meerkoeten, een aalscholver, kolgans, kuifeend, smient, wilde eend, nijlgans en de Canadese gans. Het water staat aan alle kanten van het dijkje en klotst er flink tegenaan. Op sommige stukken in de verte zien we dat de dijk al overstroomd is: de vraag is hoe diep het daar is. Harry en Mieke hebben namelijk vrij lage laarzen. Ondertussen kijken we ook naar de vogels – het is flink koud, dus lang stilstaan is niet echt handig. In de bomen zien we een winterkoninkje, een koolmees en een kraai zitten. Een kokmeeuw vliegt over, terwijl de heggemus en vink rustig op hun tak blijven zitten. Veel groen is er niet; wel veel dode mollen, die letterlijk door het water uit hun holen verdreven zijn. En dan zijn ze natuurlijk een makkelijke prooi voor de blauwe reigers, die overal rondom zitten. We zien ook sporen van vossen (plukjes haar in prikkeldraad). Een enkel madeliefje is zelfs nu nog in bloei. De overstroomde stukjes blijken gelukkig doorwaadbaar; teruggaan lijkt nu ook geen haalbare optie meer, want het water is toch nog iets verder aan het stijgen. Het is bijna op z’n hoogste punt; bij Zaltbommel is dat 6.47 meter boven NAP. Onderweg komen we nog een hek tegen, waar de route officieel omheen loopt, maar dat deel is nu geheel onder water. Dus moeten we wel over de hindernis heen zien te komen. In het water drijft naar het lijkt een vogel: bij nadere inspectie zijn het alleen nog de vleugels van een meeuw, een raar gezicht.
We zijn ongeveer 2,5 uur onderweg over het dijkje, totdat we weer op geasfalteerde ondergrond staan. Vanaf dit punt zien we nog een houtduif, een ekster en een fazant. We horen de grote bonte specht z’n roffel op een boomstam trommelen. Op weg naar de auto’s passeren we tot slot nog wat brandganzen en een aantal krakeenden. Voor Mieke was dit echt een hele spannende onderneming: op een bepaald punt bij de ondergelopen stukken heeft Stan haar er letterlijk doorheen geholpen.