Nabij Alem ligt een historisch en natuurlijk waardevol landschap. Het is een cultuurgoed, een stukje boerennatuur uit de 19e eeuw wat het behouden waard is. Agrarisch gebied dat de ruilverkavelingen heeft overleeft, waar oude rasteringen zijn blijven bestaan.
Voor de eerste wereldoorlog was er voor boeren nog weinig prikkeldraad beschikbaar om hun land af te zetten. Het was duur, moeilijk of niet (uitvinding in 1873) verkrijgbaar. Vee moest op een andere manier op het land gehouden worden. Uit Romeinse geschriften blijkt dat hagen van Meidoorn, Sleedoorn en andere planten werden gebruikt om akkers en weilanden af te schermen. Sommige bronnen spreken zelfs over een oorsprong in het late neolithicum en vroege bronstijd (2000 B.C.).
Het aantal meldingen van hagen in de geschreven geschiedenis wordt groter naarmate de tijd vordert. In bronnen uit de middeleeuwen wordt gesproken over het vlechten van hagen en het gebruik van doorstruiken als meidoorn en braam om een goede afscheiding te vormen. Er zijn zelfs handleidingen geschreven over de juiste keuze van soorten en aanplant. De grootste dichtheid aan hagen wordt verondersteld in eerste helft 19e eeuw. Rond 1900 zou dit ongeveer 55.000 km bedragen.
In de eerste wereldoorlog werd in België veel prikkeldraad achtergelaten op het slagveld. Boeren gebruikten dit materiaal om hun land af te scheiden. Hetzelfde heeft in de tweede wereldoorlog gespeeld. In Nederland heeft dit allemaal een kleinere rol gespeeld. Toch is het aantal kilometer hagen sterk afgenomen in de afgelopen eeuw. Om te beginnen is in de periode na 1930 veel erfafscheiding vervangen door niet-inheemse soorten als Haagliguster, Laurierkers, Japanse Berberis en Coniferen. Verder zijn de kosten voor onderhoud en aanschaf van de hagen hoger dan het voordeel voor de boer. Ook de ruilverkaveling van na de tweede wereldoorlog heeft bijgedragen aan de afname van het aantal kilometer haag. Grotere stukken land betekent minder afscheiding. Hagen werden verbrand en gerooid. Vandaag is er nog ongeveer 21.000 km haag over.
In de uiterwaarden hebben de hagen langer stand gehouden dan in het binnenland. Palen en draad hadden in de regelmatig overstromende uiterwaarden een groot nadeel. Bij overstromingen spoelden de palen en draad afscheidingen makkelijk weg. Hagen zijn hiertegen beter bestand en houden bovendien het slib na een overstroming vast wat zorgt voor een vruchtbaarder land. Ook leverde het hout waardevolle brandstof.
Bij Alem is het in verval geraakte heggenlandschap hersteld. Er is zo een ecologisch waardevol gebied aan de Maas in stand gehouden en versterkt. Via een wandelroute van ongeveer 3 kilometer kan je genieten van een kleinschalig landschap van akkers en weilanden met natuurlijke afscheidingen, gecombineerd met het hedendaagse prikkeldraad (voor de zekerheid…).
Tussen Hedel en Kerkdriel ligt ook nog een stukje Maasheggenlandschap. Ondanks dat de heggen zijn gespaard is het momenteel, door ontgronding, niet meer de mooie combinatie tussen weiland en heggen.
tekst: Dirk Muller
Bronnen:
- Maes, B. e.a. 2006, Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen, Utrecht, Uitgeverij Boom
- Van Balken, A.C. e.a. 1978, De Bommelerwaard; zien, kennen en waarderen, Zaltbommel, Natuurwacht Zaltbommel
- Van der Kam, J. 1975, Rivierenland. Plant, dier en mens in het gebied van Rijn, Maas, Waal en IJsel, Amsterdam, Ploegsma uitgeverij
- Van der Genugten, C., Jas, J., 2003, Mooi Gelderland, handboek Geldersch Landschap Geldersche Kasteelen, Arhnhem/Wormer, Geldersch Landschap en Geldersche kasteelen / Inmerc bv
- Wandelpad Alem. Geraadpleegd op 26-02-2009 http://www.maasdriel.nl/content.jsp?objectid=8376