Constructiemateriaal. Tot de komst van staal en beton was hout het belangrijkste bouwmateriaal voorhanden. Balken, palen, boten, wagens en hekwerken waren allen van hout gemaakt. Dat geldt ook voor gereedschapsstelen, brandstof en materiaal voor het vlechten van manden. Iedere houtsoort heeft zijn eigenschappen en is daardoor voor andere doeleinden geschikt.
In de komgronden en uiterwaarden betond de oorspronkelijke houtachtige begroeiing in de hoge delen vooral uit iepen (Ulmus) en essen (Fraxinus excelsior) met af en toe eiken (Quercus) (hardhout ooibos). De lagere delen werden gedomineerd door wilgen en elzen (zachthout ooibos). Met de komst van de landbouw en een groeiende bevolking nam het bosareaal af. In de middeleeuwen van de vraag naar bouwmateriaal en brandhout zo hoog dat de meeste bomen het veld moesten ruimen.
Geriefhout. Om toch in de vraag naar brandstof en constructiemateriaal te voorzien, werden geriefhoutbosjes bomen dicht bij huis aangeplant. Van deze bomen werd cyclisch hout geoogst. Het knotten zoals dit wordt genoemd maakt dat bomen een karakteristieke knot krijgen zoals in de foto's hiernaast goed te zien is. De hoogte van de knot is sterk afhankelijk van de locatie. Als er vee in de buurt graast, komt de knot wat hoger. Dat maakt het oogsten lastiger maar zo zijn de bomen beschermd tegen vraat.
In de Bommelerwaard zijn veel knotbomen. De knotten zijn te vinden langs wegen, samen in grienden, op spekdammetjes, als windschermen langs boomgaarden en bijvoorbeeld in eendenkooien waar hout nodig is voor het maken van de schermen en palen. Vaak zijn het wilgen maar ook essen en elzen (Alnus glutinosa).
Biologie van de geknotte boom. Met name wilgen, maar ook populieren (Populus) zijn waardevolle bomen voor de ecologie van de Bommelerwaard. In de dichte pruik nestelen vogels, in het rottende deel huizen allerlei insecten en ontkiemen de meest uiteenlopende planten. Een van die planten is de eikvaren (Polypodium vulgare). Rottende delen bieden bovendien voeding voor schimmels en zwammen. Hun bast is voer voor koeien en paarden, hun blad voor rupsen. De lijst van dieren, schimmels en planten is onuitputtelijk.
Foto: Dirk Muller januari 2012, knotwilgen in de Kloosterwiel na een knotactie van de Natuurwacht Bommelerwaard.
tekst: Dirk Muller
Bronnen:
- Maes, B. e.a. 2006, Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen, Utrecht, Uitgeverij Boom
- Minkjan, P. en Kruk, M. 2010, Het knotbomenboek voor Nederland en Vlaanderen, KNNV Uitgeverij, Zeist
- Van Balken, A.C. e.a. 1978, De Bommelerwaard; zien, kennen en waarderen, Zaltbommel, Natuurwacht Zaltbommel
- Van der Kam, J. 1975, Rivierenland. Plant, dier en mens in het gebied van Rijn, Maas, Waal en IJsel, Amsterdam, Ploegsma uitgeverij
-Vink, E.F.T. e.a. 2001, Landschap met lading, Geschiedenis van natuur en mens in de Bommelerwaard, Zaltbommel, Europese Biibliotheek