Het Munnikenland (en de Brakelse Benedenwaarden)
Het gebied ten westen van De Nieuwen Dijk is een groot natuurgebied van nationale en internationale waarde. Het gebied is altijd van groot belang geweest voor de mensen en natuur. Door de jaren heen is er vaak gevochten en gestreden om deze, soms tegenstrijdige, belangen te verdedigen. Strijd tegen de fransen, voor natuur, om een karig inkomen, tegen de rivier, tegen weerbarstige maar vruchtbare klei en tegen zelfzuchtige krijgsheren die tol heften op de rivier. Het toneel van een rijke geschiedenis.
Het water van de rivieren zet in het Munnikenland al meer dan duizend jaren klei en zand af. De klei en het zand blijven achter na overstromingen als gevolg van de hoge waterstanden in de Maas en de Waal. De zwaardere zanddeeltjes zakken het eerst naar de bodem en vormen zandbanken en stroomruggen. De lichte kleideeltjes blijven langer zweven in het water tot de waterstand weer zakt en laat dan een vruchtbare bodem achter. De Belgische Cisterciënzer monniken wisten dit en begonnen in 1264 een uitwijk op de plaats die we nu Munnikenland noemen. Deze uitwijkplaats leverde een hof op waar de monniken leefden en zeer vruchtbare landbouwgrond. Ze bedijkten het land met een kade om zich te beschermen. Bescherming tegen het water alleen was echter niet voldoende. Schulden speelden de monniken parten ze waren in 1333 gedwongen te vertrekken. In 1349 duikt dan voor het eerst officieel de naam Munnikenland op in een verkoopakte van het gebied.
Het gebied is sindsdien altijd in gebruik geweest voor landbouw en de lagere delen (kommen) om eenden te vangen (eendenkooien). Dit landbouwgebruik had een opleving in de 40 jaar tussen 1970 en 2011 toen na het neerleggen van een extra dijk de vruchtbare grond veilig kon worden bewerkt.
In de veertiende eeuw besloot Dirk Loef (loef als in wolf) van Horne een versterking te bouwen op een zandplaat in de punt waar Maas en Waal samen komen. Hij zag mogelijkheden om twee rivieren te controleren vanaf deze plek en onderwierp voorbijkomende schepen aan tol.
Het kasteel waar in de veertiende de basis voor is gelegd leverde later een belangrijke bijdrage aan de Hollandse waterlinie. Ook was het kasteel lange tijd staatsgevangenis (Hugo de Groot zat hier gevangen en ontsnapte in de beroemde boekenkist). Na het bouwen van de batterijen onder Brakel en Poederoijen eind 18e eeuw maakte deel uit van de nieuwe Hollandse waterlinie. Het gebied ten oosten van het kasteel kon tot de plaatsen Brakel en Poederoijen onder water gezet. Dit systeem bleef in gebruikt tot de jaren 50 van de 20e eeuw.
In de strategische punt waar Maas en Waal samenvloeien in Merwede wordt momenteel weer strijd geleverd. Geen strijd uit economisch of militair oogpunt maar een gevecht om de bevolking van Nederland verdedigen tegen hoge waterstanden van de rivier. In het gebied moet een waterstandsverlaging van 11 cm worden gerealiseerd. Om die reden wordt de op de rivier veroverde grond weer teruggeven aan de grillen van de natuur.
Bij het teruggeven spelen naast veiligheidsredenen ook andere motieven. De klei die in het gebied gewonnen is, wordt gebruikt door de baksteenindustrie. Het ontkleien gebeurd reliëfvolgend wat inhoudt dat het oorspronkelijke reliëf in de bodem gespaard blijft. Na het ontkleien ontstaan kleiputten die snel onderlopen met kwelwater uit de Maas en de Waal. In de kleiputten zijn jaarrond veel watervogels aanwezig.
Het teruggegeven land speelt daarmee ook een grote rol in het vormgeven van natuur. Een gebied met rietmoerassen, ooibossen en rivierduinen dat er zorg voor moet dragen dat Europese natuur (Natura 2000) een robuuste basis krijgt. Roerdompen, zilverreigers, kamsalamanders, stroomdalflora en vele andere organismen gaan ervoor zorgen dat een gevarieerd gebied ontstaat zoals er maar weinig meer zijn in Nederland. Het beheer van het gebied wordt uitgevoerd door ‘rode geuzen’ (een kruising tussen een brandrood rund en een Franse Saler). De Rode Geuzen zijn aangepast aan het jaarrond buiten leven door een betere weerstand tegen ziekten, bredere heupen en een goede bouw voor het ruwe buitenleven (kleinere uiers, dikkere vacht en geen last van hoefrot). Ze zorgen ervoor dat het gebied open blijft doordat ze niet alleen de malse grassen eten maar, in de winter, ook de taaiere delen en wilgen. De Rode Geuzen worden hierin bijgestaan door Konikpaarden (een klein ras paard uit Polen).
tekst: Dirk Muller