De Bommelerwaard heeft altijd veel met water te maken gehad. De rivieren hebben het landschap bepaald en doen dat nog steeds. Vaak is er aan water geen gebrek. Dat heeft voordelen tot het te veel wordt. Dan moet je het kwijt. Tot de 14e eeuw was men voor het afwateren volledig afhankelijk van de weersomstandigheden. Het water stroomde logischerwijs naar de laagste delen van de waard en bleef daar staan tot de waterstand in de rivieren daalde. Daarna zakte het water langzaam de grond in. Langzaam want de lage delen bestaan vooral uit hele dichte klei die in de loop der eeuwen, voor de bedijking, was afgezet en zorgde voor een moeilijk doorlaatbare bodem.
In de 14e eeuw kwam er toestemming van de Graaf van Gelre (Reinoud II) om kanalen te graven en dijken te leggen. De afwateringskanalen kwamen uit op de Maas en waren daarmee nog steeds afhankelijk van de rivierwaterstand voor een goed functioneren. Met name de hoog gelegen delen van de Bommelerwaard profiteerden hiervan. Toen ter tijd zijn er weteringen gegraven voor Bommel (Bommelse wetering), Driel (Drielse wetering van Driel naar Aalst). Deze kanalen werden gescheiden door dijkjes die moesten voorkomen dat het water elders in de waard terecht zou komen als er veel water werd afgevoerd. Dergelijke dijkjes werden Capretons genoemd.
Pas toen er windmolens werden uitgevonden en later ook in de Bommelerwaard werden gebouwd, werd het mogelijk om actief water uit de kanalen en dus ook uit de komgronden, weg te pompen. De rivierwaterstand werd daarmee minder belangrijk voor de waterstand in de kom en met de komst van sterkere stoom- en later elektrische gemalen was men niet meer afhankelijk van weersinvloeden voor het wegdragen van het water. Het maakte tevens mogelijk om met sluizen en afwateren een constante waterstand te realiseren. Dat tot grote vreugde van de boerenbevolking die daardoor controle kreeg over de bewerking van hun grond. Immers, altijd voldoende water voor de planten en laag genoeg om met machines het land te bewerken.
Vandaag zijn er diverse weteringen zichtbaar in het landschap. Door de dijkjes erlangs lenen ze zich uitstekend voor een mooie afwisselende wandeling door de kom van de Bommelerwaard. Bijvoorbeeld over de Capreton langs de Bommelse wetering en langs de (voormalige) Drielse wetering. Deze wetering watert nu af op de Maas bij Well i.p.v. bij Aalst. Het stuk wetering langs de Eendenkade in Delwijnen is nog slechts een relict dat geen hoofdfunctie meer heeft. De wandeling van ongeveer 6,5 km is hiernaast te zien.
tekst: Dirk Muller
bronnen:
-T. van Balken e.a. 1978, Bommelerwaard: Zien, Kennen en Waarderen
-
foto: Dirk Muller, juli 2011. Zicht op de Bommelse Wetering vanaf het H.C. De Jongh gemaal in Aalst.
foto: Dirk Muller, juli 2011. Dichte begroeing langs de Drielse wetering bij de Eendenkade.