Het Natura 2000 gebied De Boezem van Brakel ligt ten oosten van De Nieuwe Dijk en de Kaveling. De Boezem is ontstaan als waterberging gebied. Na de aanleg van De Nieuwe Dijk (vanaf 1478) ontstond er in de Bommelerwaard een nieuw stuk polder ten westen van de Meidijk. Dit stuk polder moest het overtollige water afvoeren. Hiervoor is een stelsel van sloten en sluisjes aangelegd die het water naar de laagst gelegen delen bracht. In dit geval, De Boezem van Brakel. Vandaar uit werd het water opgepompt om wederom via sloten en sluizen, de polder te verlaten naar de Maas.
Foto (Dirk Muller 2009): Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus) op de Nieuwendijk bij de Boezem van Brakel. In Nederland is deze plant een zeldzame verschijning. Een van de weinige groeiplaatsen bevindt zich hier. Verder is deze plant vooral in Zuid-Limburg vertegenwoordigd.
Op deze wijze ontstond er een moerassig gebied waar geen gebruik mogelijk was. Dit maakte het ideaal als toevluchtsoord voor vogels, amfibieën, planten en tal van andere groepen organismen. De soorten die er momenteel nog steeds van profiteren zijn onder vele anderen, de Waterral, Roerdomp, Purperreiger, Ooievaar en vele eendensoorten. Maar ook voor de planten is er wat te halen. In het water groeien Waterviolier en Blaasjeskruid (een van de weinige vleesetende planten in Nederland) en op de dijk staan de Grote (beschermde) en Kleine (zeldzame) Kaardebol gebroederlijk naast elkaar. Tel daarbij op drie verschillende soorten vleermuizen die overwinteren in de batterij van Brakel en iedereen begrijpt waarom dit gebied een zwaar beschermde status heeft.
Dat is mooi voor de natuurliefhebber maar het gebied heeft veel meer te vertellen. Zonder ingrijpen van de mens zou dit nooit geworden zijn wat het is. De Nieuwe dijk is aangelegd als verdediging tegen overstromingen uit het westen. In het westen lag slechts een zomerkade bij het Munnikenland en als het gebied overstroomde, liep ook de westelijke Bommelerwaard onder water. De dwarsdijk tussen Maas en Waal moest daar een einde aan maken. Dat de dijk daar lang niet altijd in slaagde blijkt uit het grote aantal wielen langs dijk. De dijk is erdoor kromgetrokken tijdens de herstelwerkzaamheden. De wielen liggen aan beide zijden van de dijk. Blijkbaar waren de doorbraken niet alleen als gevolg van westelijk water.
Als de Oostelijke Bommelerwaard overstroomde, stak men de Meidijk door; een dwarsdijk die de oost en west Bommelerwaard van elkaar scheidt. Gevolg was een overstroming van de west Bommelerwaard en een doorbraak (of doorsteek) van de Nieuwe Dijk. Het water in de wielen is zeer schoon en heeft het hoogste kwaliteitsniveau toegekend gekregen.
Hierboven is genoemd dat er in de Batterij van Brakel (1880) vleermuizen overwinteren. Tijdens inventarisaties in de winter zijn 3 soorten aangetroffen (Watervleermuis, gewone dwergvleermuis, baardvleermuis). Deze Batterij had oorspronkelijk een andere functie! Het verdedigingswerk maakte deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze waterlinie liep van Pampus (bij Amsterdam) tot aan de Biesbosch en moest het westen van Nederland in tijd van oorlog bescherming bieden. In de Bommelerwaard betekende dat, dat het gebied tussen Brakel en de Nieuwe dijk voor een groot deel onder een halve meter water moest komen te staan. Dit was moeilijk door te komen met zware kanonnen en manschappen maar met de komst van vliegtuigen was had de linie weinig functie meer.
Een bijkomstigheid van de Batterij is dat de schootsvelden van de kanonnen vrij moesten zijn om de Waal en de Waaldijk te beschermen. In een schootsveld van 1 kilometer mocht er niet zonder meer gebouwd worden. In de buitenste kring mocht wel gebouwd worden, maar de huizen moesten van hout zijn zodat de snel konden worden afgebrand in tijden van oorlog. Binnen de kringen van 600 en 300 meter golden strengere normen voor begroeiing en bebouwing. Gevolg is dat deze gebieden tot 1951, toen de kringenwet is opgeschort, niet bebouwd zijn. Het gebied is daarmee ook voor een groot deel open gebleven.
Er dankzij de cultuurhistorische achtergrond van De Boezem een gebied ontstaan dat al lang voor de eerste natuurbeschermingswetten voor bebouwing werd beschermd door de functie die had in verdediging en waterberging. Daarbij vormt het een mooie grens met het ten westen liggende Munnikenland. Een gebied met een grote natuurbestemming. Daar liggen straks kansen voor een uitbreiding van de bijzondere soorten uit de Boezem en het gebied rond Loevestein met ruimte voor misschien wel nog zeldzamere soorten zoals de zwarte ooievaar die daar in de zomer van 2009 is gezien.
tekst: Dirk Muller