Naamvallen: 1e en 4e nv

Het Duits heeft vier naamvallen. Op deze pagina bespreken wij de naamvallen 1 en 4. En ook de hij/hem regel.

1e naamval = onderwerp

Wie/Wat + gezegde(alle werkwoorden)= onderwerp

4e naamval = lijdend voorwerp

wie/wat + gezegde + onderwerp= lijdend voorwerp

Tip: Hij/hem regel:

Kun je het woord (inclusief lidwoord) vervangen door HIJ dan krijg je de 1e naamval.

Kun je het woord (inclusief lidwoord) vervangen door HEM dan krijg je de 4e naamval.

Nadat je de naamval hebt bepaald, moet je kijken of het woord mannelijk, vrouwelijk, onzijdig of meervoud is. Daarna kun je de juiste vorm gebruiken. Zie hiervoor onderstaand tabel:

Bij de der groep horen ook de volgende woorden:

dies.. = deze

jed.. = iedere, iedereen

manch.. = sommige, menig

welch.. = welke

solch.. = zulke

all.. = alle(s), iedereen

Bij de ein groep horen ook de bezittelijk voornaamwoorden.

* alleen de mannelijke lidwoorden veranderen in de 4de naamval. Vrouwelijk, onzijdig en meervoud blijven gelijk aan de 1e naamval.