Het bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. In de Duitse taal is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord ook afhankelijk van de naamval en zijn er drie groepen waarin de bijvoeglijke naamwoorden zijn verdeeld. De Der-groep, de Ein-groep en de Nichts-groep.

Der-groep (dies-/jed-/manch-/welch-/solch-/all-)

Ein-groep (kein- en de bezittelijk voornaamwoorden)

Nichts-groep

Bij de nichts groep staat er geen woord uit de der groep of ein groep voor het bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in deze groep (1e,3e,4e naamval) de uitgangen van de lidwoorden uit de der groep.

Ezelsbruggetje:

Bij de der groep en de ein groep kun je de vorm van een sleutel zien van de uitgangen van het bijvoeglijk naamwoord.