De 38e breedtegraad werd aangegewezen als schijdingslijn
Op 25 juni 1950, vijftig jaar geleden dus, barstte het conflict bij de grens tussen Noord- en Zuid-Korea los. Talrijke grensincidenten en andere wederzijdse provocaties waren voorafgegaan aan het moment waarop het Noord-Koreaanse leger met zwaar materieel de 38stebreedtegraad overschreed en Zuid-Korea toch nog verraste met een aanval. De oorlog die de geschiedenis is ingegaan als ‘het heetste conflict uit de Koude Oorlog' was begonnen.
Noord-Koreaanse troepen in opdracht van de autoritaire leider Kim Il Sung het zuiden binnen. De premier van de communistische volksrepubliek wilde de twee Korea’s verenigen tot één communistische staat. De troepen van Kim Il Sung boekten aanvankelijk grote successen. Het zuiden was duidelijk niet voorbereid op de aanval. Al op de eerste oorlogsdag nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan waarin de aanval van het noorden sterk werd veroordeeld. Binnen enkele maanden wisten de Noord-Koreanen desondanks vrijwel het gehele Zuid-Koreaanse grondgebied in handen te krijgen. Ook de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul werd bezet.
De Verenigde Naties besloten Zuid-Korea militair te steunen en zonden troepen naar het Koreaanse schiereiland. Behalve de Verenigde Staten maakten ook onder meer Canada, Franrijk, Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk deel uit van deze VN-troepenmacht. De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur werd benoemd tot bevelhebber van de internationale troepenmacht. Toen de Nederlandse regering het verzoek van de VN kreeg troepen te sturen, stond zij niet meteen te trappelen om mensen te sturen. De oorlog met Indo-nesië was net achter de rug. In Neder-land was het de tijd van de wederop-bouw. Schoorvoetend stelde de regering eerst een ambulance ter beschikking, gevolgd door de torpedobootjager Hr. Ms. Evertsen, die in juli opstoomde naar de Koreaanse kust. Nadat de de VS hadden gedreigd de Marshallhulp aan Nederland te verminderen als er niet meer geld aan Defensie werd besteed, ging de regering tijdens de ministerraad van 17 juli uiteindelijk akkoord met het zenden van vrijwilligers, als de Verenigde Staten dit zouden willen.
De troepen van MacArthur slaagden er aanvankelijk in de Noord-Koreanen terug te dringen, maar toen die steun kregen van China werden de geallieerden weer teruggedrongen. Generaal MacArthur vroeg de Amerikaanse president Harry Truman hierop een atoombom op China te gooien maar die weigerde dit uit vrees voor een nucleaire oorlog.