Gadogado
Gadogado is een Indonesisch groentegerecht, dat in Nederland en Suriname vooral bekend is als gerecht van het Chinees-Indisch restaurant. In die hoedanigheid is het een mix van groenten met gebakken ei, een schep pindasaus, en verkruimelde kroepoek. Het wordt geserveerd met witte rijst of lontong.
Wat hebben wij nodig?
250 gram pinda’s: meestal gebruik ik doppinda’s die ik, na ze gedopt te hebben, even rooster om de vliesjes makkelijker te kunnen verwijderen. Echter, in dit recept heb ik Duyvis gezouten pinda’s gebruikt.
Boemboe
• 1 sjalotje
• 2 teentjes knoflook
• 1/2 theelepel laos
• 1 theelepel trassi
• 2 mespunten kentjoer
• 2 blaadjes djeroek poeroet, fijngesneden
Overige ingrediënten
• santen: 80 gram van een kokosblok oplossen in 400 ml kokend water
• 2 eetlepels ketjap manis
• 1/2 theelepel asem
• 1 theelepel sambal oelek (mag ook gerust meer hoor)
• 4 theelepels gula djawa
• iets minder dan een halve theelepel zout *
*) meer of minder naar smaak, zie Stap 6
Bijgerechten
• opak pedis (kroepoek oedang, of cassave kroepoek mag ook)
• gebakken uitjes
• lontong (heb ik dit keer niet gebruikt)
Stap 1
• Maak de santen.
Stap 2
• Pinda’s fijnmalen.
Stap 3
• Alles voor de boemboe, behalve de sjalotjes, fijnmalen/fijnwrijven in de blender/cobek. Snij de sjalotjes klein en fruit ze in een scheut olie gedurende een halve minuut op niet al te hoog vuur. Vervolgens gooi je de boemboe erbij en fruit alles nog even gedurende (ongeveer) een minuut.
Stap 4
• Santen toevoegen en even goed roeren.
Stap 5
• Asem, sambal oelek, gula djawa en ketjap toevoegen, gas hoog en al roerend aan de kook brengen.
Stap 6
• Fijngemalen pinda’s toevoegen, gas uit en even een half minuutje blijven roeren. Proef de saus: voor mij is dit het moment om te bepalen hoeveel zout ik er bij ga gooien, meestal is dat iets minder dan een halve theelepel, maar dat hoeft uiteraard voor jou niet hetzelfde te zijn.
Deksel op de pan en verder gaan met de groenten. (Als de saus te dik is, kun je ‘m iets verdunnen met heet water.)
• Adviestip: maak de saus een dag van tevoren, de pindasaus is dan nóg lekkerder.
En dan nu de groenten, de vraag is altijd: ‘Welke groenten dan?’
Nou, dat bepaal je helemaal zelf. Gebruik wat jij lekker vindt en zelfs al zou je spruitjes gebruiken dan hoor je mij daar niet over <kuch> want het wordt jouw gado gado.
Okee, verder met ‘t recept.
Wat heb ik gebruikt:
• plakjes tomaat
• plakjes gekookt ei
• gekookte, afgekoelde en vervolgens in kleine stukjes gesneden en gefrituurde aardappels (soms vervang ik de aardappels door blokjes gefrituurde tahoe, ook lekker)
en…
Stap 7
De sperzieboontjes (geen zout toevoegen!) en bloemkool heb ik eerst (afzonderlijk) even gekookt en vervolgens (afzonderlijk) in de wadjan zonder olie drooggebakken. De wortelstrips (gesneden van een winterpeen) heb ik ongeveer een halve minuut in kokend water gedompeld. De Chinese kool – van de top heb ik een paar repen afgesneden en die wat kleiner gemaakt – heb ik uiteraard eerst gewassen, uitgeschud en vervolgens in pan met deksel erop en op een laag vuurtje een paar minuten laten staan – het kookt dan niet maar het water verdampt wel en dat is precies goed want ik wil dat ‘t knapperig blijft.
Stap 8, bijna klaar nu:
Pak een mooie schaal (bord, whatever) en schep de groenten erop.
Adviestip: stamp wat opak pedis of cassave kroepoek klein (niet helemaal tot poeder, maar in kleine stukjes) en strooi dat over de groenten.
Ook de gefrituurde blokjes aardappels moeten een plekje ergens op die schaal. En dan, het leukste werkje, schep je de pindasaus er overheen.
Daarna strooi je er wat gebakken uitjes op. Plakjes ei daar bovenop, misschien plakjes tomaat ook nog en hup, klaar.
Serveer de gado gado met een kom opak pedis of kroepoek. Een kommetje ketjap manis wellicht voor degene die vindt dat er te weinig van in de pindasaus zit. En als je echt als een pro voor de dag wil komen, doe je er ook nog lontong bij. En sate ajam, ôh! Enne…, nou ja, zie maar. Je moet het jezelf de eerste keer ook niet gelijk zo moeilijk maken.