foto van de bouw van de grote Katerveersluis In de Willemsvaart bij Zwolle in 1872 (detail), collectie Nationaal archief
Wie over de IJsseldijken een rondje Kampen-Zwolle-Kampen fietst komt voorbij de Katerveersluizen bij Zwolle. Een bijzonder waterstaatkundig monument, waarin een sluizencomplex gecombineerd is met een militair verdedigingswerk. De Willemsvaart en kleine Katerveersluizen stammen uit 1813. In 1872 werd een groter sluizencomplex in de Willemvaart aangelegd als onderdeel van de verbeteringen van de vaarweg van Zwolle naar zee.
de leidammen van het Zwolse Diep met aan het einde van de zuidelijke dam het kunstmatige eiland Kraggenburg
verbetering van de vaarweg van Zwolle naar zee - I
Het doel van de verbeteringen was om van Zwolle de derde zeehaven van Nederland te maken, een droom die in Zwolle nog steeds leeft. Bovendien kon Zwolle dan beter de concurrentie met Kampen aan. Dat werd verhinderd door de voortdurende verzanding van het Zwolse Diep, de uitmonding van het Zwarte Water in de Zuiderzee. Zo konden grotere schepen met meer diepgang Zwolle niet bereiken. De lading moest eerst op Schokland gedeeltelijk gelost worden.
Het Zwolse Diep was rond 1850 vooral ondiep. Tijdens oosten wind kon de vaarweg zelfs droog vallen. De oplossing van het probleem werd gezocht in de aanleg van twee 6 kilometer lange strekdammen in de Zuiderzee. Voor de bouw van de strekdammen werd gebruik gemaakt van een nieuwe techniek: matten van rietwortels en andere vegetatie, kraggen genoemd, vormden de basis voor de dammen. Een nieuwe techniek bedacht door ir. B.P.G. van Diggelen. Aan het einde van de zuidelijke strekdam kwam een lichtwachterswoning met vluchthaven op een kunstmatig schiereiland, Kraggenburg geheten.
Ondanks de grote investeringen, voldeed de aanleg van de strekdammen niet aan de verwachtingen. In 1875 nam het Rijk de strekdammen over.
verbetering van de vaarweg van Zwolle naar zee - II
Dertig jaar later waren er nieuwe plannen voor de verbetering van de vaarweg van Zwolle naar zee. Het plan was om vanaf het Zwolse Diep bij Genemuiden een kanaal te graven naar de Goot, een uitmonding van IJsseltak het Ganzendiep. Via het Ganzendiep konden de schepen dan stroomafwaarts van de Stadsbrug voor Kampen de IJssel bereiken. Vanaf daar ging het via IJsselmonding het Keteldiep naar de Zuiderzee. Een ingewikkelde route, die in Genemuiden en in de polder Mastenbroek veel weerstand opriep.
verbetering van de vaarweg van Zwolle naar zee - III: Swets' plan
Johannes Swets Azn. adviseerde de Kamper gemeenteraad over plan-II, waarvan hij voordelen voor Kampen zag. Door uitvoering van dit plan zou de stad Kampen f 50.000 kunnen besparen op een voorgenomen bedijking van het Kampereiland. Swets keek ook naar de belangen van Genemuiden (tegen alle plannen) en van het Mastenbroekerpolderbestuur (liever niet). Hij kwam met verschillende bedenkeningen tegen het voorgenomen plan-II:
1. dat de uitwatering van polder De Pieper belemmerd werd (het Mastenbroekerpolderbestuur was daarom tegen het plan)
2. dat bij de overheersende windrichting, noordwesten wind, de schepen tegen de wal lopen (dat zou Waterstaat moeten weten)
3. dat het bij harde wind niet mogelijk zou zijn de jaagpaarden per pont over te zetten
4. dat vastgelegd moest worden dat het Rijk verantwoordelijk was voor het onderhoud van de beschoeiingen van het kanaal
Erf 38, ''de Paardenboer'' aan het Ganzendiep met 8 paarden om bij dag en nacht schepen langs het Ganzendiep te jagen (foto coll. Stadsarchief).
Johannes Swets kwam met een eigen versie voor een betere vaarweg van Zwolle naar zee. Hij stelde voor om een binnenkanaal te graven vanaf het Zwolse Diep bij Genemuiden tot aan Seveningen nabij Kampen. Dat kanaal werd aan beide zijden afgesloten door sluizen. Zo verviel het onderhoud aan de oevers van de Goot en het Ganzendiep. Als gevolg van het gebruik van stoomboten kon dit onderhoud in de papieren gaan lopen. Volgens Swets steunde Jacob van Toorn, ingenieur van Waterstaat in Overijssel, zijn plan. Door het Kamper stadsbestuur werd Swets' plan onder de aandacht van de Minister van Binnenlandse zaken gebracht.
In zijn brochure uit 1888 over de Zuiderzee-plannen schreef Johannes Swets opnieuw over de vaarweg van Zwolle naar zee. De vaarweg via de Goot, het Ganzendiep en de IJssel bood volgens hem een prima alternatief voor het Zwarte Water en het Zwolse Diep. De genoemde IJsselvertakkingen waren voldoende op diepte voor turfschepen en andere vaartuigen. Wel dienden de rivierarmen gekanaliseerd en van sluizen voorzien te worden. Als onderdeel van een groter plan voor drooglegging van de Zuiderzee zou deze vaarweg voor Kampen veel voordelen bieden.
verbetering van de vaarweg van Zwolle naar zee -IV: verbreding van de Willemsvaart
Al vrij snel wijzigde het rijk van koers over de vaarweg van Zwolle naar zee. Terwijl in 1872 nog in de Kamper gemeenteraad werd gedebatteerd over de plannen via de Goot en het Ganzendiep, begon men in Zwolle aan de verbreding van de Willemsvaart . Het was één van de eerste grote klussen van Cornelis Lely. Een onderdeel van het plan was de bouw van nieuwe, bredere sluizen bij Katerveer. Het werk was in 1878 af.
Bij dit plan hoorde ook het verbreden van de doorvaartopening in de Kamper stadsbrug en het verleggen van de doorvaart naar het midden van de brug.
cultuurZIEN, 2023