het Deense- of Schwartzsysteem van zuivelbereiding
Denemarken bestreed een diepe landbouwcrisis in de jaren '40 van de 19e eeuw met een moderniseringsslag in de landbouw. Het resultaat was dat de Deense boter overal als beste werd beoordeeld en boter van andere herkomst van de markten verdrong. Dit resultaat werd o.a. bereikt door gebruik te maken van het Schwartz-systeem voor zuivelbereiding. Een uitvinding van de Zweed G. Schwartz, maar door snelle toepassing in Denemarken bekend als ''het Deense-systeem''.
Schwartz benaderde de zuivelbereiding wetenschappelijk. Meten van temperatuur, goede hygiëne en snelle verwerking van de melk waren de kern van het zuivelbereidingssysteem dat hij in 1865 ontwikkelde. Bij het Swartz- of Deense systeem werd de melk gegoten in vaten, die in een met ijs of heel koud water gevulde koelbak stonden. Na 12 uur werd de room afgeschept, 12 uur later werd dit nog eens herhaald. Door het snelle afromen van de melk, had de room geen tijd om zuur te worden. De room werd op karntemperatuur gebracht en verwerkt tot boter. De afgeroomde melk werd meestal gebruikt voor kaasbereiding.
Door deze snelle methode kon er meer melk verwerkt worden en was er minder ruimte voor melkopslag nodig. Met gebruik van eenvoudige instrumenten (maatglas, thermometers, kneedmachine) en kennis van zaken kon op kleinschalige bedrijven een flinke productverbetering worden bereikt. De kosten voor toepassen van het door Schwartz uitgedachte Deense systeem waren gering.
De traditionele wijze van boterbereiding
Bij de traditionele wijze van boterbereiding bleef de melk drie dagen lang in niet-gekoelde vaten staan en de room werd meerdere keren per dag afgeschept. De room en melk werden in die drie dagen zuur. Het was een oud volksgeloof dat voor goede boter zure room nodig was. Deze zure room bevatte nog veel ''ondermelk'' wanneer het vervolgens tot boter werd gekarnd. Op kleine bedrijven gebeurde dit met de hand, op grotere boerderijen met behulp van een door een paard aangedreven karnmolen. De boter werd na het karnen van de resterende ondermelk afgeschept. Deze zure restmelk heette karnemelk (dat is een ander product dan de als karnemelk verkochte aangezuurde ondermelk in de supermarkten). De boter werd nog met de hand na gekneed en -na toevoegen van wat zout- ging de boter in botervaten. Daarna kon het product verkocht worden op de markt. De afgeroomde melk werd aan de kalveren en varkens gevoerd.
cultuurZIEN, 2023