Zeldzame soorten zal je in tuinen misschien niet meteen vinden, maar dat betekent niet dat je grasland niet bloemrijk kan zijn! Het project FlowerPower De Tuin onderzoekt hoe gazon kan worden omgetoverd naar biodivers en bloemrijk grasland (‘bloemenweide’). Volstaat minder maaien? Moet je bloemen zaaien voor een mooier resultaat? Welke rol speelt de bodem? 492 Vlaamse burgerwetenschappers namen deel aan het onderzoek om een antwoord te vinden op deze vragen. De HOGENT-campus in Melle is één van de deelnemende tuinen.
Ongeveer 12% van de oppervlakte in Vlaanderen bestaat uit tuinen. Dat is meer dan beheerde natuurgebieden (7%). Onze tuinen kunnen dus een belangrijke rol spelen in het herstellen en bewaren van de biodiversiteit. Maar ze bestaan grotendeels uit gazon, dat slechts één of enkele soorten gras bevat. Nochtans liggen de wereldrecords voor plantendiversiteit op kleine schaal in graslanden: 89 plantensoorten op 1 m²! Zelfs een klein stukje bloemrijk grasland in je tuin kan de biodiversiteit dus verhogen.
In het sterk verstedelijkte en versnipperde Vlaanderen is ruimte voor biodiversiteit beperkt. Onze tuinen kunnen daarin een rol spelen: maar liefst 12% van het Vlaamse grondgebied bestaat uit tuinen. Veel tuinen bestaan grotendeels uit intensief beheerd gazon. Acties zoals ‘Maai Mei Niet’ zetten een groeiend aantal mensen aan om hun gazon anders te beheren voor een bloemrijk resultaat. In het project FlowerPower De Tuin onderzoeken we of minder maaien effectief tot een hogere biodiversiteit leidt, en of er toch andere maatregelen nodig zijn om tot een bloemrijk grasland in de tuin te komen.
In 2021 legden 492 burgerwetenschappers verspreid over Vlaanderen een kleine blokkenproef aan in hun gazon, 9 van deze deelnemende tuinen bevinden zich in het Rodelandgebied.
De blokkenproef bestaat uit 3 proefvlakken van 1,5m x 1,5m, elk op een andere manier aangelegd.
Proefvlak A: 2 x per jaar maaien.
Proefvlak B: inzaaien + 2 x per jaar maaien.
Proefvlak C: graszode verwijderen + inzaaien + 2 x per jaar maaien.
De deelnemers namen bij de start van het project een bodemstaal om de voedingstoestand van de bodem te bepalen. Ze volgen de proefvlakken 3 jaar lang op. Elk jaar in juni tellen en identificeren ze de bloemen en bloembezoekers (zoals vlinders, zweefvliegen, bijen…) in hun proefvlakken.
Het onderzoek loopt nog, maar na 2 jaar kunnen we vaststellen dat de belangrijkste knelpunten voor het herstel van bloemrijk grasland in tuinen gelijkaardig zijn aan die in natuurgebieden.
De zaden van graslandsoorten zijn uit de omgeving verdwenen.
Typische graslandsoorten hebben kortlevende zaden, die hooguit enkele jaren kiemkrachtig zijn. Deze soorten kunnen lokaal verdwijnen wanneer ze niet jaarlijks nieuwe zaden kunnen vormen, bijvoorbeeld wanneer een grasland intensief als gazon wordt beheerd. Bovendien hebben een deel van deze soorten vrij zware zaden die niet door de wind getransporteerd worden. In combinatie met het verdwijnen van soortenrijke graslanden uit de bredere omgeving komen de soorten dus niet zomaar vanzelf in onze tuinen terecht. Simpelweg minder maaien leidt in veel gevallen dus niet tot een bloemrijk resultaat. De introductie van zaden is dus vaak noodzakelijk.
De bodem is in veel tuinen erg voedselrijk, wat vergrassing bevordert.
Onze bodemstalen wezen uit dat de voedselrijkdom in de meeste tuinen vrij hoog is. In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, heeft dit een negatief effect op de soortenrijkdom. De aanwezigheid van veel nutriënten bevoordeelt snelgroeiende soorten, typisch de grassen. Zij nemen het licht weg van trager groeiende kruiden. Het weghalen van de graszode is in veel gevallen dus noodzakelijk om de zogenaamde ‘grassendominantie’ te verbreken. Deze ingreep creëert kiemplaatsen voor de bloemen.
Zeldzame soorten zal je in deze tuinen misschien niet meteen vinden, maar dat betekent niet dat deze graslandjes niet bloemrijk kunnen zijn!
Proefopzet FlowerPower de tuin