IV SLOTWOORD
Religie als genade
Paul Neff
Het hele artikel bevat tussen de regels het antwoord op de vraag naar zijn bronnen. Er kan geen andere bron genoemd worden, dan het eigen innerlijke leven. Want alleen in de diepte van iedere individuele ziel openbaart zich het eeuwige, en in iedere individuele ziel steeds opnieuw op een geschikte karakteristieke wijze. Geen menselijk oor heeft ooit de stem van het eeuwige gehoord, geen menselijk oog heeft ooit zijn verschijning aanschouwd en geen enkele steen of boek ontsluit en sluit een openbaring van het eeuwige. Elk ‘bewust religieus leven’ is enkel een zwakke weerschijn en bleke afglans van zo’n openbaring, die de donkere afgronden van de ziel als een bliksemschicht verlicht, zodat deze verblindt door het licht van de eeuwigheid in huiverend beven haast vergaat. Wat je normaal gesproken ‘openbaring’ noemt, zijn naast elkaar opgehangen beeltenissen, die door bewegingen van de religieuze zielssfeer tegelijk met de voorstelling van bewust religieus leven in het intellect denkbeelden oproepen. Zo’n openbaring behoort dus alleen het religieuze gebied in overdragende zin toe. Op meest ontoereikende wijze wordt hier geprobeerd, in woorden en beelden te schetsen, wat geluid- en vormloos in de diepte van de ziel deint en genadig het intellect mag raken. Voor zo’n schildering bestaat geen auteursrecht. Het is enkel een reproductie, die ook alleen maar voor de navolger een geldigheid heeft, en ook voor deze alleen in zoverre dat hij het origineel in zijn vaagste contouren enigszins vermoeden kan.
Marburg (Bez. Cassel), Uferstraße 13
Augustus 1926
Paul Neff