18 januari 2014
Het blijft - vooralsnog - een zachte winter. De etappe van vandaag is een stuk korter dan de vorige, en daarom hebben we besloten om op één dag heen en terug te rijden. Om 09:15 u zijn we in Hillesheim en we parkeren de auto op dezelfde plek als de vorige keer. Toch twijfelen we een beetje. Op een bord staat dat er op “Arbeitstage” maximaal 1 uur geparkeerd mag worden. In verschillende andere auto’s zien we een parkeerschijf liggen, maar is zaterdag een werkdag? We gokken er op van niet en beginnen aan de wandeltocht. Via het historische oude stadsgedeelte lopen we naar de oude stadsmuur. Hier verlaten we het stadje en weldra bevinden we ons op een mooi pad dat ons langs een beek leidt. Het is koud, het heeft hier gevroren vannacht. We komen in het Bolsdorfer Tälchen, een stil dal dat Hillesheim met Bolsdorf verbindt.
Er loopt een slingerend fietspad doorheen, en natuurlijk is het hier fijn lopen. Aan onze linkerzijde ligt de Aulerberg, met enkele grote rotsblokken. Vlak voor Bolsdorf passeren we een klein museum. Als Tiny op een schakelaar duwt gaat het licht binnen aan en kunnen we door een raam naar binnen kijken. We zien een leuk schouwspel van vervlogen tijden: een schoenmaker, een oude bolderkar en diverse oude werktuigen. Oude ambachten in het klein!
Bolsdorf is maar een klein dorp, dat we al weer gauw over een verharde weg verlaten. Even later bevinden we ons op een veldweg die onder een weg doorloopt. Deze tunnel is vrij laag, maar wij kunnen er met een gerust hart onder door. Via de achtertuin van enkele bewoners komen we in het dorp Dohm. “Ze hebben de en vergeten”, zegt Tiny. Ja, wie weet liggen hier haar roots, van het geslacht Dohmen. Ook Dohm is maar een klein dorpje met een smal kapelletje. We maken een lus door het plaatsje en komen dan op een verharde weg die we oversteken. We komen op een viaduct over een spoorlijn en het riviertje de Kyll. Op een T-kruising steken we een drukke verkeersweg over en gaan aan de overzijde een bospad in. Het is een breed modderig pad dat omhoog loopt.
Als we omkijken krijgen we nog een mooi uitzicht op het plaatsje Dohm. Uiteindelijk bereiken we zo’n kleine 3 kilometer verder de top van de Wolfsbeuel waar we een mooi uitzicht over het achterland met Hillesheim krijgen. Bij een picknickplaats staan enkele banken en hutten waar we even een korte eetpauze nemen. Naast een hut ligt een smal bospad dat we moeten nemen. Het gaat eventjes weer omhoog, maar daarna verlaten we het bos en lopen we over een graspad tussen akkers omlaag.
Voor ons ligt het dorp Roth, dat we na een half uurtje bereiken. Roth is een agrarisch dorp, en dat “zuus se” en “ruuk se”. Vanuit Roth lopen we in de richting van de Rother Kopf, ook weer een heuvel waar het pad dus bergop gaat. Op deze heuvel liggen enkele grotten, zoals de Eishöhle en de Mühlsteinhöhle. De Eishöhle is niet te betreden, de ingang is afgesloten met een stevig stalen hekwerk. Maar de Mühlsteinhöhle die iets verderop ligt, is wel open, en dus gaan we hier even op verkenning.
Mühlsteinhöhle
De grot is ( met zaklampen) redelijk goed te betreden. Het is eigenlijk geen grot maar zoals de naam zegt meer een “hol”. We gaan zo’n 20 meter naar binnen. Het hol is niet zo breed, en het is er vochtig. Dus vinden we het gauw welletjes. Als we terug lopen stoot Tiny haar hoofd tegen een rotsblok dat uiteraard niet meegeeft. Ai, dat is pijnlijk. Maar volgens haar valt het wel mee. We gaan verder en komen bij het uitzichtpunt "Rother Kopf" dat ons een wijds beeld voorschotelt van de omgeving.
Daarna gaat het via een smal paadje langs de berghelling omlaag totdat we op een verharde weg uitkomen. Deze volgen we even naar rechts, om daarna wederom een pad naar links in de richting van een bosje te nemen. En…………… hier glijdt Tiny onderuit! Ze heeft haar dag niet. En ook al heeft ze enige ervaring in het vallen ( Camino, Grenslandpad), het blijft schrikken. Gelukkig is er geen lichamelijk letsel en kunnen we onze tocht vervolgen. We lopen door weilanden en akkers, af en toe afgewisseld door een klein bos. Als we op een verharde weg lopen en bij een T-kruising komen blijkt dat we een bordje gemist hebben. De kaart in ons boekje brengt uitkomst, we gaan naar links en zitten weldra weer op de route. Iets verder twijfelen we, we denken rechtsaf te moeten maar er is geen wegwijzer. Dan blijkt dat er een bordje verwijderd is, de gaten van de spijkers zitten nog in het paaltje. Wie doet nu zoiets, is het baldadigheid van jeugd of souvenirjagers?
We dalen af door een open landschap met links rechts van ons struikgewas. Zo bereiken we een klein stuwmeer waar we weer even pauzeren. Als we ons laatste krentenbroodje op hebben gaan we verder over de stuw, waarna we een venijnig steil paadje op moeten. Dit paadje komt uit bij een vakantiepark waar mooie huisjes liggen. We lopen een kort stukje door dit park, totdat we links af moeten over een graspad. Voor ons zien we een imposante rots, de Auberg. Al gauw blijkt dat onze route over deze rots gaat. Het laatste stuk is een redelijk steile beklimming, maar als we boven zijn krijgen we een eerste blik over Gerolstein voorgetoverd.
De wind maakt het verblijf op de rots koud, dus blijven we er niet lang. De afdaling gaat eerst over een smal paadje langs de helling, daarna zigzaggend door een bospassage naar een verharde weg. We bevinden ons in een buitenwijk van Gerolstein, echter niet lang want als we een drukke verkeersweg zijn overgestoken gaat het weer over een bospad omhoog. Dit pad blijft een tijdje stijgen totdat we ons onder de rotsen van de Munterley bevinden. Dit rotsmassief wordt ook wel de Gerolsteiner Dolomieten genoemd. Sommige grote overhangende blokken worden ondersteund door betonnen pijlers. Dat boezemt ons wel een beetje angst in, dus blijven we er niet onder stil staan. Ons smalle pad draait op een gegeven moment naar links en dan bereiken we uiteindelijk een uitzichtpunt boven op de rotsformatie.
Onder ons ontvouwt Gerolstein zich als een miniatuurstadje, met een station en “treintjes”. Het lijkt wel het diorama in de Efteling, schitterend.
We vervolgen ons pad door een bos met hoge bomen boven op het plateau. Er wordt hier veel gewandeld. Dan komen we bij een houten trap. Hier ligt de ingang van de “Buchenlochhöhle”, een natuurlijke grot. Uiteraard gaan we naar binnen. De ingang heeft iets weg van een hal, op het einde loopt het iets omhoog. De grot is redelijk groot en beter te betreden dan de Mühlsteinhöhle. Het schijnt dat de grot in de prehistorie reeds bewoond werd.
Buchenlochhöhle
Tiny vindt het best wel interessant, ze blijft met haar zaklamp schijnen in alle hoeken en naar het “plafond”. We verlaten de grot weer via de trap en gaan verder. Eerst door het bos en later door akkers. Via een slingerend pad komen we tenslotte in Gerolstein waar de tocht van vandaag eindigt. Met een taxi gaan we terug naar Hillesheim. Nadat we ons getrakteerd hebben op koffie rijden we naar huis.
Meer foto's:
Lees verder Gerolstein - Daun