Anjet Daanje liet zich voor haar roman inspireren door het leven en werk van de negentiende-eeuwse schrijfster Emily Brontë. Het verhaal begint in het dorp Bridge Fowling, waar het hoofdpersonage Eliza May Drayden met haar familie heeft gewoond. Zij is al dood als de roman in het jaar 1847 in het Yorkshire begint. Ieder volgend hoofdstuk schuift ten opzichte van het voorgaande een stukje op in de tijd, totdat het verhaal in het elfde hoofdstuk in onze huidige tijd is aangeland. Het boek heeft daarmee een complexe vertelstructuur met elf steeds andere vertellers en hoofdpersonen. De lezer leert Eliza May kennen via de levens van anderen, en via biografieën en verhandelingen over haar, want zij was de schrijfster van een uitzonderlijke roman, die tijdens haar leven werd verguisd, maar die in de loop van 170 jaar door steeds meer lezers als een meesterwerk wordt gezien. Over het leven van de hoofdpersoon is weinig bekend, de omstandigheden waaronder ze stierf zijn een mysterie, en naast haar roman is de enige tekst die ze heeft nagelaten een aantekenboekje met daarin geheimzinnige tekeningen, gedichten en tabellen. Tot zover het verhaal.
Anjet Daanje is gelauwerd voor dit boek met veel verschillende prijzen. En terecht omdat je overdonderd wordt door de elf verhalen die aan elkaar raken, maar ook steeds weer nieuw zijn. Daanje heeft zich volledig uitgeleefd in de verhalen met tal van motieven en thema's uitgesmeerd over de 656 pagina's. Die kracht is ook de zwakte van het boek. Het is meer een caleidoscoop dan een hechte verhaallijn met een thema, zoals haar boek 'de herinnerde soldaat' wel is. Toch waren we als groep wel onder de indruk en heeft het boek veel leesplezier gegeven. Het gesprek over het boek bleef wat hangen in de reconstructie van het verhaal van de hoofdpersoon Eliza May, de steeds terugkerende motieven zoals het veel voor komen van het sterven van mensen. Je zou het boek als een postmoderne wijze van vertellen kunnen zien. Er is geen duidelijke waarheid als het gaat om het leven van Eliza May. Elke generatie heeft z'n eigen interpretatie van deze persoon en elke vertelling is een aanvulling op het voorgaande. Wat wij, de lezer moeten doen is zelf er onze betekenis naast leggen en daar vrede mee hebben. Het laatste verhaal staat misschien het dichtst bij de hoofdbedoeling van het boek. Een man en een vrouw krijgen een relatie. Hij is klokkenmaker, zij is wiskundige en wordt ziek en raakt in een coma. Hij probeert door zich dagenlang op te sluiten in een kamer haar te bereiken, wat niet lukt en zij sterft. Opnieuw mag de lezer zelf zijn betekenis geven.
In een toelichting bij haar boek schrijft Daanje 'dat de betekenis van de ooievaar in "Het lied" is dat mensen in alles wat ze meemaken een ordening aanbrengen en in die ordening vervolgens patronen en betekenis zien. Dat is de manier waarop menselijke hersenen met de informatie omgaan die hen via de zintuigen bereikt. Als je hersenen dat niet zouden doen zou je in de onvoorstelbare chaos verdrinken, en een leven moeten leiden dat je eigenlijk nauwelijks leven zou kunnen noemen. De dromedaris heeft betrekking op het gegeven dat mensen een houvast nodig hebben om zin aan hun leven te geven, en als ze eenmaal zo'n houvast hebben gevonden modelleren ze de werkelijkheid daarnaar. Mensen negeren vaak bewijzen die hun houvast teniet zouden kunnen doen, ze wringen zich in allerlei bochten om toch hun overtuiging te kunnen behouden. Daar staat de dromedaris voor: een drogredenering'.
Jonathan Franzen wordt gezien als een van de schrijvers die het beste de Amerikaanse cultuur kan beschrijven via personages in zijn romans. We lazen al Correcties en Vrijheid. Breed opgezette verhalen, waarbij het niet zo zeer gaat om de verhaallijn, maar wel om de sfeertekening, de personages en hun zoeken naar betekenis in een steeds veranderende wereld. Het boek Kruispunt is een tekening van de vroege jaren 70 in een kerkelijk milieu. Het draait om de familie Hildebrandt en het begint op 23 december 1971 en de familie staat op een kruispunt. Ieder in de familie heeft goede bedoelingen en probeert zo goed en kwaad als het kan volgens christelijke waarden te leven. Vader Russ, hulpprediker van een kerk in de buurt van Chicago heeft het niet makkelijk. Hij heeft gevoelens voor een vrouwelijk kerklid en twijfelt er over om een eind te maken aan zijn huwelijk, maar ook staat zijn positie bij de jeugdclub van de kerk op losse schroeven door een nieuwe jeugdwerker die beter aan sluit bij de jongeren van de kerk. Zijn steunende maar labiele vrouw Marion probeert het gezin bij elkaar te houden en hoewel ze van ver komt is bezig zich te emanciperen ten op zichte van haar man en haar rol als vrouw van de hulpprediker. Hun oudste kind, Clem, komt thuis van de universiteit met een bericht dat hij met zijn studie wil stoppen. Clems zusje Becky, lange tijd de populairste van haar klas, voelt zich aangetrokken tot de hippiecultuur van haar tijd. Tenslotte is de jongste broer Perry het beu is om hasj te moeten verkopen om zijn drugsverslaving te kunnen betalen. Franzen beschrijft heel goed het denken van die tijd en hoe elk persoon van het gezin zijn eigen manier heeft om met de invloeden van die tijd om te gaan. Het is zeer herkenbaar als je zelf een kerkelijke achtergrond hebt en ziet welke processen spelen bijvoorbeeld in de groepen van de kerk en wat je kan overkomen als je hulpprediker bent. Franzen heeft in interviews beschreven hoe hij zelf in zijn jeugd actief was in de kerk en is positief over de wijze waarop de kerk, als een van de sociale organisaties van het land, hem beinvloedt heeft in zijn denken en socialiteit. Niet alle leden van de leesgroep waren zo positief over het boek. Ze herkenden zich niet zo in de dilemma's van de personages. Misschien moet je deze tijd hebben meegemaakt en een beetje ervaring hebben gehad in kerkelijke kring. JvD.
Michail Afanasjevitsj Boelgakov (1891 - 1940) werd geboren in Kiev, als zoon van een hoogleraar aan de Kievse academie van geesteswetenschappen. Hij studeerde medicijnen en was werkzaam als journalist., maar zijn liefde voor schrijven van toneelstukken en romans stond voorop. Zijn eerste publicaties verschenen in 1919. Vlak voor zijn dood voltooide Boelgakov zijn grote roman De meester en Margarita, waaraan hij twaalf jaar werkte. Als westerse lezer zonder kennis van de Stalin periode is dit boek niet precies te begrijpen, want het boek is een satirisch en tragikomisch huzarenstuk, waarin de schrijver commentaar geeft op de maatschappelijke en culturele verhoudingen van zijn tijd.
De roman bestaat uit drie door elkaar heen lopende verhaallijnen: het verhaal van Satan, hier Woland genaamd, op bezoek in Moskou, de liefdesgeschiedenis van de Meester en Margarita, en het verhaal van Pontius Pilatus en Jezus. Alle verhalen lopen min of meer in elkaar over.
Het bezoek van satan speelt zich af in het Moskou ergens tussen 1930 en 1940. Stalin is aan de macht, en er is grootschalige corruptie. Religie is verboden, en er wordt veel werk verricht om aan te tonen dat Jezus nooit bestaan heeft. Kortom, een ideale plaats voor Satan om daar zijn Lentebal te houden, dat traditioneel gehouden wordt als de Walpurgisnacht en samenvalt met Goede Vrijdag. Om de voorbereidingen voor zijn bal te treffen is Woland hoogstpersoonlijk naar Moskou gekomen, begeleid door zijn trawanten Fagot, de zwarte kater Behemoth, de moordenaar Azazello, de bleke Abaddon en de heks Hella. Op het bal heeft Woland een gastvrouw nodig, en die gastvrouw moet als voornaam Margarita hebben.
Het verhaal van Jezus wijkt op belangrijke punten af van het evangelie, en het begint op het moment dat Jezus gearresteerd is en voor Pilatus wordt gebracht. Jezus blijkt slechts een gewone man te zijn, met een uitermate groot empathisch vermogen, die achtervolgd wordt door een stel religieuze fanaten die al zijn woorden opschrijven en verkeerd interpreteren. Doordat Jezus in staat is de hoofdpijn van Pilatus enigszins te verlichten, wint hij zijn vertrouwen, en Pilatus probeert dan ook alles om de terdoodveroordeling van Jezus teniet te doen. Verder lezen we over de hoofdpersoon die op straat Margarita ontmoet en met wie hij een relatie begint. Dit is een verbeelding van het verhaal van Boelgakov en zijn vrouw/vriendin. Bijzonder is de geschiedenis van het boek. Pas in 1967 kon er in Moskou een zwaar gecensureerde versie van verschijnen. De eerste publicatie van dit werk in 1966 in West-Europa maakte hem in één klap wereldberoemd.
We vonden het boek niet makkelijk om te lezen. De schrijver heeft er een complexe tekst van gemaakt met zeer veel symboliek en verborgen betekenissen, nodig omdat hij in de jaren '30 niet kon schrijven wat hij wilde. Het boek vraagt er om achtergrondinformatie te verzamelen, nodig bij het lezen en proberen de gevoelsbetekenis, die tussen de regels te ervaren is, te begrijpen. Kortom je moet er echt aandacht aan besteden en niet zomaar snel doorlezen. De beschrijving van de Moskouse woonflats, de onzekerheid die het gedrag van Satan oproept, het gekonkel van de schrijversbond, de angst om je woning kwijt te raken, de tovenarij in het theater (gratis kleding). Mooie passages zijn die over de vrouw Margarita en het zweven over de aarde in het slot van het boek. Dit boek lezen is een avontuur waarbij je je vooral moet laten raken door de fantasie van de schrijver en zijn achterliggende betekenissen.
‘De bijenhouder van Aleppo’ vertelt het aangrijpende verhaal van de Syrische bootvluchtelingen Nuri en Afra. De burgeroorlog maakt het leven in hun land onmogelijk en Nuri die samen met Mohammed bijenhouder is, vlucht samen met zijn vrouw Afra weg uit Aleppo. Op hun reis door een gebroken wereld worden ze niet alleen geconfronteerd met de schokkende realiteit van het vluchtelingenbestaan, maar ook met een onuitsprekelijk verdriet: het verlies van hun zoon Sami. Het enige wat hen op de been houdt, is dat dat zijn neef en zakenpartner Mustafa, die al eerder gevlucht is, op hen wacht in Groot-Brittannië. Daar is hij opnieuw begonnen met het houden van bijen. Want: ‘Waar bijen zijn, zijn immers bloemen, en waar bloemen zijn, is nieuw leven en hoop.’ Christy Lefteri (1980) is geboren en getogen in Londen, waar ze creative writing studeerde. Ze werkte als vrijwilliger in het Unicef opvangcentrum voor vluchtelingen in Athene.
We vonden dit allemaal een aangrijpend en goed geschreven boek over de praktijk van vluchteling zijn. Lefteri kan goed de sfeer treffen van het dagelijkse ontheemde leven van mensen die gedwongen weg moeten van huis. Het ontheemd zijn, het wantrouwen dat je nodig hebt om te overleven en daar tegenover de verbondenheid met lotgenoten. Ook heeft ze veel aandacht voor de relatie tussen de kwetsbare Afra en Nuri die beschermend en steunend naar haar is. Ze is door het verlies van haar zoontje haar zicht kwijt, maar ook Nuri kampt met traumatische klachten. Misschien niet hoge romankunst, wel een heel zinnig en emotioneel geladen boek.
Japin schreef een historische roman over de figuur Anna Witsen geboren halverwege de 19e eeuw . Ze groeit op in een welgesteld gezin in het Gooi. Haar vader Jonas Jan Witsen is een groot muziekliefhebber. Hij laat zijn kinderen allemaal een instrument bespelen, en zij beschikken allemaal over talent. Op landgoed de Lage Vuursche groeit haar ‘beminnelijke gekte’, de indringende titel van het eerste hoofdstuk. De moeder van Anna is al lang geleden overleden. Er is nog een zus Cobi en broer Willem, allebei met een totaal ander karakter en wereldbeeld. Zingen is Anna’s grote geluk. Zij heeft de stem, het talent en de ambitie, maar een carrière als zangeres is voor een meisje uit haar milieu eind negentiende eeuw ondenkbaar. Alleen onder begeleiding mag zij naar haar muziekles is Amsterdam. Met de opkomst van de vrouwenbeweging, het Palingoproer in de Jordaan en de oprichting van het Concertgebouw breekt echter een nieuwe tijd aan. Gesterkt door de eigenzinnigheid en vrijheidszin van groep tachtigers met schrijvers als Kloos, Verwey, Van Eeden en Van Deyssel, en waar ook haar broer deel van uit maakt, in wier entourage zij terechtkomt, durft Anna haar eigen weg te gaan. Ze wordt klaargemaakt voor een groot zang optreden maar dit verloopt niet goed en ze raakt in een depressie en pleegt zelfmoord.
Japin heeft, zo schrijft hij in zijn verantwoording, geprobeerd om respectvol, dicht bij het leven van deze vrouw te blijven en goed maatschappelijke context van die tijd te beschrijven. Daarmee is het misschien een wat stijf en saai boek geworden, maar daar staat tegenover dat je een goed beeld krijgt van de positie van jonge vrouwen uit de hogere klasse en hoe deprimerend dit was in vergelijking met de mogelijkheden van studenten en kunstenaars. Ook beschrijft hij mooi de beginnende vrouwenemancipatie. Gewoon een mooi waardevol boek.
Dit verhaal gaat over Ulf Norrstig, een oudere man en voormalig boswachter en zijn vrouw. Hij ontdekt op weg naar zijn caravan aan de rand van het bos sporen van een wolf, groter dan hij die ooit heeft gezien. Met zijn blik volgt hij het spoor en ziet de wolf in de verte. De ontmoeting is de start van het verhaal want het zet hem aan het denken over het leven, zijn huwelijk en de beslissingen die hij nam. Niet lang daarna wordt de wolf gedood, wat een overtreding is van de jachtregels van de overheid. Hij probeert te achterhalen wie de wolf heeft neergeschoten. Zijn het mogelijk mensen van de jagersvereniging van het dorp waar hij zelf ook lid van is. Dit confronteert hem met anderen in de dorpsgemeenschap. Zijn vrouw volgt hem, net als de lezer, in zijn zoektocht.
We lazen met plezier dit ogenschijnlijk 'kleine verhaal' maar zochten wel naar de achterliggende bedoelingen. Kerstin Ekman, is een bekende schrijfster in Zweden en ze geeft in dit boek haar gedachten over de relatie tussen mens en natuur, de verschillende meningen over bijv. de vraag of de wolf een beschermd dier is en de andere lijn in het boek is het ouder worden en alles wat daarbij komt kijken.
In de groep verschilden de meningen over het haar gelukt is om het anders kijken naar natuur voldoende te thematiseren. Ulf is duidelijk onder de indruk door de ontmoeting met de wolf en eerder geneigd om zich aan de jachtregels te houden dan de andere leden van de vereniging. Tegelijkertijd komt het perspectief van de natuur (de wolf) in geheel van duurzaamheid, niet sterk uit de verf. Het wordt geen eigen stem. Tegelijkertijd zo vonden anderen is een roman geen politiek manifest. Een roman moet het hebben van zijn verbeeldingskracht, het kunnen meevoelen met de personages in het verhaal. Op die laag is het een prettige vertelling die je meeneemt naar deze kleine gemeenschap in Zweden en zo een navoelbaar inkijkje biedt van hedendaagse vraagstukken. En die lijken op de maatschappelijke discussie in Nederland en Europa over de positie van de wolf.
Een dochter en een moeder reizen allebei vanuit hun eigen woonplaats naar Tokio voor een korte vakantie. Ze lopen 's avonds langs de grachten, schuilen voor de regen, eten samen wat, bezoeken galeries en souvenirwinkels volgens een door de dochter opgesteld programma. Al die tijd babbelen ze over dagelijkse dingen en de familie en hun relatie.
We vonden dit boek niet helder. Veel blijft onuitgesproken. Wat is het echte doel van deze reis? Duidelijk is dat het gaat om familieband en verwantschap maar tegelijkertijd is het een voorbeeld van hoe moeilijk het is om eigen behoeften en ervaringen, boosheid en teleurstelling goed onder woorden te brengen. Eigenlijk heel realistisch, maar niet zo fijn om dit in dit boek gespiegeld te zien. Hoezeer de schrijfster probeert om er een goed lopende vertelling van te maken. Mogelijk kan hier sprake zijn van een cultuurverschil tussen Europa en het verre oosten. Waar wij geneigd zijn om van alles onder woorden te brengen is de familiecultuur in die landen indirecter, subtieler.