Haar roem was haar vooruit gegaan en door het winnen van de Libris literatuurprijs werden we als groep nieuwsgierig. In dit boek geeft ze stem aan de dichter Ted Hughes en de verwoestende liefde die hij koesterde voor zijn vrouw, de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath. Was het voyeurisme dat we wilden weten hoe het nu precies zat met die liefde, want op 11 februari 1963 pleegde Sylvia Plath zelfmoord. Hughes werd door velen, en met name de feministische beweging beschouwd als de moordenaar van zijn vrouw. Als een monster dat, omdat hij Sylvia ontrouw was geweest en verliet, haar rücksichtslos de dood in had gedreven.
Jij zegt het is een hervertelling van het leven van Hughes en Plath op basis van de bronnen die Palmen tot beschikking had. Ze reproduceert niet alleen die informatie maar is zelf als verteller in de roman aanwezig met haar eigen thema's. Ze maakt de aantrekkingskracht van de twee geliefden heel duidelijk en voelbaar, maar ze laat ook goed de complexiteit van de relatie naar voren komen. Een thema is zeker ook het verraad van de vrienden van Hughes die er mede voor gezorgd hebben dat hij aan de schandpaal is genageld en gezien wordt als de moordenaar van zijn vrouw.
We waren positief over dit boek. Je komt meer te weten over hun beider leven, het werken aan hun schrijverscarriere, de relatie van Plath met haar vader en moeder en alles wat dat veroorzaakt. Mooi is de wijze hoe ze elkaar ontdekken en hoe hun liefde voor elkaar zich ontwikkelt. Vreemd en niet onopgehelderd is waarom Hughes vreemd gaat met een andere vrouw uit hun vriendenkring waardoor Plath volstrekt zichzelf kwijt raakt en uiteindelijk besluit om haar hoofd in de oven te steken. Palmen is een partijdig verslaggever, maar niet opdringerig. Ze geeft een interpretatie. En dat doet ze in mooie beschouwende zinnen en taal. Daardoor is Jij zegt het een plezier om te lezen. Maar en dat is een klein kritiekpuntje. Die taal is soms te abstract en filosofisch waardoor ze een te intelectuele indruk wil maken. Zo lijkt het. Dit laatste zit vooral in het begin van het boek. Later loopt haar taal meer. Uiteindelijk een geschikt leesgroepboek vanwege een mooie liefdesgeschiedenis die uiteindelijk dramatisch eindigt.
Een paar jaar geleden hadden we Kalme Chaos gelezen wat indruk gemaakt had. Daarom waren we nieuwsgierig naar de opvolger. Veronesi is een kunstig schrijver die de maatschappelijke werkelijkheid vermengt met de persoonlijke zoektocht van zijn hoofdrolspeler. Hij doet dat lichtvoetig of liever gezegd in dit boek in een chaotische wervelwind. De hoofdpersoon van Kalme Chaos werkt in de buurt van Rome bij een leaseautobedrijf. Hij moet een lease auto ophalen bij een vrouw die het maandbedrag niet meer kan betalen en dan gaat er van alles mis. Hij wordt bekeurd als hij de vrouw achtervolgt, zijn dochter loopt bij hem weg, hij krijgt ruzie met zijn nieuwe relatie en als laatste doet de fiscus een inval in het bedrijf. Zijn baas zit ondergedoken en is verwikkelt in louche zaakjes met de maffia en een Roemeense bende. Alle gebeurtenissen zijn een groots theater waar de schrijver zijn diepere bedoeling in verstopt. Hoewel je geneigd bent om het boek als een 'who done it' te lezen is het toch raadzaam zijn zorgvuldige formulering en observaties te lezen. Uiteindelijk gaat het om een beschrijving van de maatschappelijke crisis in Italië, het gevaar van sjoemelen met zaakjes en regels, maar het boek is ook een beschrijving van een transformatie van de hoofdpersoon die een lulhannes is, een niemand die in een diepe kuil terecht komt en zich opnieuw moet bezinnen op de relatie met zijn dochter en de andere mensen om hem heen. Volgens enkelen van ons is het de schrijver niet helemaal gelukt een geloofwaardig karakter neer te zetten en vindt de karakterontwikkeling helemaal niet plaats. Anderen waren meer geraakt en vooral de kleine verhalen en krantenberichten die Veronesi in zijn boek verwerkt maken veel indruk en zeggen veel over zijn bedoelingen. (Het verhaal van de jongen in Australië die zichzelf onder schijt; de vrouw die op zoek is naar zichzelf in Ijsland) Het thema van de Zeldzame aarden is niet erg uitgewerkt. Een lekker leesboek voor een leesgroep omdat er veel te lachen valt als je je laat meevoeren in de theatrale van het verhaal. Tegelijk bevat het voldoende materiaal voor bespreking met elkaar. Het interview met de schrijver hielp ons daar wel bij. Veronesi heeft met zijn boek de prijs voor Europese literatuur gewonnen. Een interview met de schrijver vindt je hier.
We raakten tijdens de bespreking van dit boek niet uitgepraat. Daardoor kan je conclusie trekken dat het een goed leesgroep boek is. Het gaat over de psychiater Otto Kadoke die gespecialiseerd is in suïcide en die regelmatig avonddienst heeft samen met psychiaters in opleiding. Daarnaast heeft hij de zorg voor zijn moeder die alleen woont. Voor die zorg zijn twee Nepalese vrouwen ingehuurd die de moeder helpen met opstaan, wassen en eten. Nadat de zoon zich heeft vergrepen aan een van de twee vrouwen wordt dit contract beëindigd en moet Kadoke op zoek naar vervanging. Uiteindelijk neemt hij een cliënt van hem in huis die de moeder gaat begeleiden. Deze Michette is fotografe met borderlinekenmerken. Een daar van is dat ze op veel plekken op haar lichaam littekens heeft door zelfverwonding. Dit inhuren van een cliënt is een zeer ongewone maatregel die als het uit zou komen tot grote problemen zou kunnen leiden. Toch kantelt het verhaal hier, want hoewel niet alles perfect gaat lukt het Michette om de moeder gedurende aan aantal weken te verzorgen. Tot zover de globale verhaallijn. De thema's die in het boek aan bod komen zijn veel relevanter.
We zien een psychiater die nuchter en rationeel de patiënten die hij bezoekt analyseert en behoorlijk zelfbewust tot een diagnose komt. Het lijkt of hij alles onder controle heeft. Logisch want hij heeft veel ervaring, maar tot twee keer toe blijkt dat datgene wat hij meent te zien niet te kloppen. Er komen breukjes in zijn zelfbeeld. Het hele boek door blijf je , en dat is de kracht van de schrijfstijl van Grunberg, de hoofdpersoon volgen vanuit een wat afstandelijke rationele manier van kijken, terwijl je vermoedt, ziet dat het personage soms wankelt, het soms ook niet meer weet. In zijn ontmoetingen in het team, de personal trainer, met zijn moeder en met Michette, die zijn moeder gaat verzorgen, is Kadoke in gesprek en komen de inhoudelijke thema's van het boek aan de orde. Er is hier sprake van een losmaak proces van de moeder die een kampverleden heeft. Als in het boek door een bevriende dokter de moedervlekken op zijn rug worden verwijderd kun je hierin een verwijzend symbool zien. Jouw moeder heeft jou gestempeld door je de 'moeder-vlekken' mee te geven en door ze nu te laten wegsnijden wordt je meer vrij. Belangrijk zijn de dialogen tussen Michette en Kadoke. Meerdere keren zegt ze tegen hem dat hij moet lijden om tot leven te komen. Dat zij niet de patiënt is maar hij. Het thema lijden komt ook terug in de scenes in de sportschool. Ook zijn moeder vindt dat hij te soft is en zich te weinig verweerd op de momenten dat hij fysiek en mentaal wordt aangevallen. Kadoke is belast door zijn moeder die zegt dat ze niet dood kan gaan omdat niemand van haar zoon kan houden en een zoon die die wil dat zijn moeder leeft opdat haar trauma's niet verdwijnen. Het lijkt alsof er in deze complexe relatie een verbod op geluk wordt doorgegeven.(recensie NRC 9 mei 2016) Toch zit er ontwikkeling in de hoofdpersoon en eindigt het boek met het besef dat dit niet sterven zo niet langer kan. Juist door te lijden zoals alle mensen, zoals Michette, komt er ook kracht om te leven.
Hoewel een aantal groepsleden het boek te somber en zwaar vonden, waren er anderen die genoten hadden van de schrijfstijl en volstrekt rare gebeurtenissen en de joodse humor die er in te lezen is. Een voorbeeld is de scène in het ouderlijk huis van Michette waarbij zij haar vader vraagt om een tangetje om de piercing in een tepel te repareren. En dan beschrijft hij hoe de trui omhoog gaat en de vader aan de slag gaat. Een typische Grunberg scene. Grunberg heeft op een bijzondere manier de relatie met zijn moeder als oorlogsslachtoffer, de complexiteit van de psychiatrische patiënten en meer algemene levensthema's tot een intrigerend boek samengeknoopt met een grote zeggingskracht. Tenslotte. In een persoonlijk interview in de NRC geeft de schrijver veel informatie over de 'stage' die hij heeft gelopen in de psychiatrie en wat dit met hem heeft gedaan.
Hervertelling van het leven van de Russische pianist en componist Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975). Barnes onderzoekt hoe de kunstenaar probeert te overleven in een totalitair klimaat zoals dat van de Sovjet-Unie onder Stalin en later bij de ‘dooi’ onder Chroetsjov. Barnes schrijft geen traditionele biografie maar schetst een paar hoofdlijnen die oplichten in de levensloop. Het begint met zijn vanwege formalisme afgewezen eerste opera in 1936 en de beschuldiging van een complot tegen Stalin; dan in 1948 het opgelegde en vernederende bezoek aan de VS (waar hij de bewonderde Stravinsky moet afvallen) en 1960 waarin hij gedesillusioneerd en vol gewetenswroeging onder zachte dwang toch nog partijlid wordt. Het levensverhaal van Sjostakovitsj heeft Barnes altijd geïntrigeerd zo vertelt hij in een lang interview bij de BBC. Als schrijver heeft hij een eigen literaire tekening van gemaakt. De angst en onzekerheid, het spreekbuis moeten zijn van een ideologie die je verafschuwt en de tragiek dat je als je in je land als kunstenaar wil werken, je ook moet dealen met de machthebbers.
Het boek verscheurde bij de bespreking ook de leesgroep. Een deel vond het boek moeilijk te lezen, er werd geen relatie opgebouwd met de hoofdpersoon die geen emotionele ontwikkeling door maakt. Kortom een slecht boek. Het andere deel van de groep was juist geraakt door de dilemma's waar de hoofdpersoon voor staat in de politieke setting van die tijd, het mooie taalgebruik en de verbeelding van de onzekerheid en angst. Wat we deelden was dat we wel onder de indruk waren van de scenes waarbij de componist nachtenlang wacht bij de lift van zijn appartement met naast zich een koffertje met de nodige spullen voor het geval hij opgepakt zou worden door de veiligheidsdienst. En hij stond buiten zijn appartement omdat hij de schande van het opgepakt worden wilde verbergen voor zijn kinderen. Prachtig en invoelbaar beschreven.
Dit is een atypisch leesgroepboek. Lysander Rief is een Britse toneelspeler die in 1913 een paar maanden in Wenen verblijft op therapeutische gronden. Hij bezoekt de psychiater dr. Bensimon. In zijn wachtkamer ontmoet hij een jonge Britse vrouw die met een Oostenrijkse schilder getrouwd is. Hij begint een verhouding met haar en zij raakt in verwachting. Dan beschuldigt ze hem plotseling van verkrachting. Met behulp van de Britse ambassade weet hij te ontkomen, maar hij heeft nu een grote schuld aan de Britse regering. Dat komt van pas als hij na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog min of meer gedwongen wordt een taak als spion te aanvaarden. Hij moet achterhalen wie Britse geheimen aan de Duitsers doorspeelt.
We lezen dit keer een literaire spionageroman van Wiliam Boyd. Een schrijver die bekend was bij een paar van de leden en die goede papieren had. Bij de bespreking zijn we het snel eens. Een lekker boek om te lezen, goed geschreven in mooie taal, maar er komen te veel toevalligheden voor, de personages ontwikkelen zich niet en het belangrijkst, het plot is ongeloofwaardig. Je krijgt als lezer te weinig informatie over hoe nu precies de vork in de steel zit. Kortom een lekker boek voor thuis of op vakantie en verder niet kiezen als leesgroep.
De families Jones, Iqbal en Chalfen wonen in dezelfde buurt en zijn op elkaar betrokken door de opgroeiende kinderen. De families hebben verschillende huidskleuren, verschillende godsdiensten en een verschillend koloniaal verleden, maar ze hebben één ding gemeen: ze moeten zich met hun eigen achtergrond handhaven in de stad waar racisme en extremisme voor komen en zich verder ontwikkelen. De roman vangt aan bij de mislukte zelfmoordpoging van Archie Jones, pal op nieuwjaarsdag en meteen is de hilarische toon van de roman gezet. Het gaat over twee mannen: Archibald Jones en Smad Iqbal – de een geboren en getogen Brit, de ander afkomstig uit Bangladesh – die een diepe vriendschap voor elkaar opvatten , ontstaan in de Tweede Wereldoorlog. Sedert die periode zijn Archie en Samad Igbal vrienden. De familie Jones bestaat dus uit een Britse vader, een Caraïbische moeder en een merkwaardige dochter. De Igbals zijn afkomstig uit India en Smad werkt als hulpkelner in een goor Indisch restaurant is, hij besluit één van zijn tweelingzonen terug naar India te sturen zodat hij tenminste één goede moslimzoon zal overhouden. De derde familie zijn de Chalfens. Britse intellectuelen die zich met liefde over al wie misdeeld of gekleurd is, willen ontfermen. De Jones en Iqbal haten met vereende krachten de bemoeienissen van de Chalfens. Een en ander escaleert bij de voordracht van professor Chalfen over zijn genetisch gemanipuleerde muis, olie op het vuur van diverse extremistische groepen.
Deze debuutroman van de jonge Jamaicaans-Britse schrijfster vonden we als leesgroep indrukwekkend. Het geeft je een inkijkje in een wereld die niet de jouwe is, het is speels met vaart geschreven en staat vol humorvolle beschrijvingen en situaties. Bijvoorbeeld de scenes van de ouderraad van de school van de kinderen of de beschrijving van het café waar Archibald en Smad regelmatig komen om wat te drinken en hun mannendingen te bespreken. De spanningen tussen verschillende leefstijlen, culturen, klassen en generaties worden fijntjes beschreven, maar er passeren ook een groot aantal universele thema’s: geloof, vriendschap, familie, liefde, tradities, afkomst. Het is ook een actueel boek omdat het goed laat zien hoe mensen met een andere dan westerse culturele achtergrond moeten zoeken naar hun identiteit en positie in die vreemde westerse samenleving. Moeten ze zich aanpassen of zich juist op hun cultuur gaan richten. Zeker de zoektocht van de zoon van Iqbal laat zien hoe de verwarring werkt en hoe extremisme dan een mogelijke oplossing is. Een zeer actueel onderwerp. Smit speelt met de thema's en wat mooi is, is dat de zoon die terug gestuurd werd naar India om een goede moslimopvoeding te krijgen bij terugkomst naar Europa veel westerser is dan zijn broer die juist in Londen is achtergebleven en die juist is geradicaliseerd. Een mooi voorbeeld van globalisering. Een aanrader.
De hoofdpersoon is een filmmaker van middelbare leeftijd die zijn beste vriend , de grappige en vaak verwarrende Eugène verliest. Deze hoofdpersoon - Claudel zelf - doet in de roman onderzoek naar het omgaan met dood en rouw. Een reis naar Indonesie en de praktijk van mensen in Toraja die hun vroeg gestorven kinderen in een gat van een boom leggen waardoor het kind weer wordt opgenomen in moeder aarde. Dit ritueel inspireert hem na te denken over onze omgang met de dood. Naast de beschouwingen over de dood van zijn vriend gaat het verhaal over de zich ontwikkelende relatie met een jonge arts die bij hem in de buurt woont en die hij kan zien vanuit zijn woonhuis. Tenslotte vertelt hij over zijn leven en zijn werk als filmmaker, zijn bezoeken aan zijn moeder en de vriendschap met zijn ex. We waren zeker te spreken over dit boek. Het is een wat los vast ecclectisch vertelt verhaal, zonder een duidelijke lijn, maar zo zeiden we dat is eigenlijk hoe ook je eigen leven gaat. Claudel schrijft fantastisch en komt zeer dicht bij zijn eigen afwegingen en is het meest bijzonder in zijn homage aan de vriendschap met Eugene. Maar het gaat ook over ouder worden, verlies en hoop. De relatie met de jonge vrouw was voor sommigen een stap te ver en voegt niets toe aan de nadruk op het afscheid van de vriend en het thema dood en rouw. Tegelijkertijd biedt het feit dat zij een kind van hem gaat krijgen troost en staat symbool voor het leven dat steeds weer door gaat.