Deze historische roman van de italiaanse taalkundige Umberto Eco riep veel verwachtingen op. We hadden allemaal wel het boek of de film In de naam van de roos gezien of gelezen en de beschrijving van dit verhaal maakte ons nieuwsgierig. Baudolino is een schelmenroman van Umberto Eco die zich afspeelt in de 12e eeuw.
Baudolino is een raamvertelling: bijna het hele verhaal is een terugblik van de hoofdpersoon Baudolino, die tijdens de verwoesting van Constantinopel door de kruisvaarders in 1204, aldaar zijn levensverhaal vertelt aan de (historische) Griekse geschiedschrijver Nicetas Choniates.Op het moment van vertellen is Baudolino 65 jaar oud. Zijn verhaal begint als hij een jongen van een jaar of veertien is, van eenvoudige komaf, in een dorpje op de plaats waar niet veel later de stad Alessandria zal verrijzen. Bij toeval komt Baudolino in contact met keizer Frederik Barbarossa, die gecharmeerd is van de gewiekstheid van de knaap, hem als zoon adopteert en meeneemt op zijn veldtochten. Baudolino wordt aan het hof alom gerespecteerd door zijn uitspraken die veelal zijn ingegeven door een mengeling van naïviteit en boerenslimheid. Baudolino gaat met Barbarossa mee op kruistocht. Op de heenweg overlijdt Barbarossa, door een bizar ongeluk waar Baudolino en een groepje andere vertrouwelingen van de keizer op een complexe manier bij betrokken zijn. Uit angst dat men de ware toedracht niet zal geloven, en Baudolino c.s. voor de dood van de keizer verantwoordelijk zal houden, wordt besloten Barbarossa (die in het verhaal een goede zwemmer is) in een riviertje te gooien, zodat het lijkt alsof hij verdronken is; de historische doodsoorzaak van Barbarossa. Baudolino trekt met een groepje oostwaarts, naar het rijk van Priester Johannes. Onderweg komen ze door landstreken die gevuld zijn met steeds fantastischer volkeren en natuurlijke (op het laatst magische) obstakels. Ook het rijk van Johannes is bevolkt met allerhande antipoden en fabelwezens die allemaal verschillende (historische) stromingen van het christendom aanhangen.
Met de figuur Baudolino en de dialoog met Nicetas kan Eco veel kwijt van zijn kennis over de middeleeuwen, de historische gebeurtenissen en vooral de levens- en maatschappijvisie van de middeleeuwers. Vooral het stuk dat gaat over de zoektocht naar het rijk van Priester Johannes, een veel te uitgebreid stuk van het boek, is gebaseerd op historische bronnen en kaarten. Uiteindelijk waren niet echt enthousiast over het boek. Eco is frivool en ondeugend in beschrijving van de schelm Baudolino, maar het boek had 200 pagina's korter gekund. Een en ander wordt te veel herhaald of te uitgebreid verteld, waardoor het minder boeiend wordt. Een goede redacteur had hierbij kunnen helpen. Ook het plot over de wijze van doodgaan van Keizer Frederik is wat ongeloofwaardig en bevredigd niet.
Met veel plezier lazen we opnieuw een boek van Mitchell, nadat we al kennis gemaakt hadden met de geschiedenis van de VOC op Decima in de De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet'. In dit omvangrijke boek van bijna 600 pagina's is dit keer de rode draad het levensverhaal van Holly Sykes dat gevolgd wordt over de periode 1984-2043. Het boek is ingedeeld in 6 subplots of verhalen met steeds een andere ik-persoon en ook een andere stijl van schrijven. Dit laat goed de vertelkracht van Mitchell zien en zijn vaardigheid om personen, achtergronden en sferen tot leven te brengen. Zo komen aan je voorbij: het 15 jarige meisje Holly dat, zwanger van huis wegloopt en een baantje zoekt bij een tuinderij; de korpsbal Hugo Lamb die slim en handig de mensen in zijn omgeving bespeelt; De schrijver Crispin Hershey die over de top is en teert op oude roem en tot slot de oude Holly die als oma in het Ierland van 2043 onder erbarmelijke omstandigheden haar kleindochter meegeeft aan een bemanning van een Ijslands marineschip.
De schrijver vertelt niet alleen het verhaal van Holly, maar voegt fantasyelementen toe aan de tekst. Twee groepen van tijdlozen, mensen die eeuwig leven bemoeien zich met de mensen in het verhaal en de geschiedenis. De ene groep de chronometristen reïncarneren in een nieuw jong persoon 49 dagen na hun dood en dit kan in elk milieu en elke plek op aarde zijn. Zo leeft Marinus een van de hoofdpersonen al enkele honderden jaren. De andere groep, de anachroneten sterven niet en blijven eeuwig jong door het afnemen van de ziel en energie van mensen. In het vijfde deel komt het tot een directe confrontatie tussen deze groepen en waan je je in een Harry Potter/ science fiction roman. Duidelijk is dat Mitchell, ook al gelooft hij niet in reïncarnatie, veel plezier heeft in het beschrijven van andere werkelijkheden en komt tot prachtige nieuwe woorden als 'subzeggen', 'metaleeftijd' , 'subwekken', 'geestlopen'. Door dit te doen trekt hij de lezer in of maakt hij de lezer bewust van de mogelijkheid van een overstijgende transcenderende werkelijkheid. Daarnaast is de schrijver duidelijk aanwezig in zijn morele positie. Duidelijk is dat de chronometristen het goede symboliseren in het verhaal, de korpsbal Hugo Lamb en de schrijver Crispin Hershey worden neergezet als opportunisten die gestraft worden voor hun daden en tenslotte is het eindverhaal 'Sheepshead', een dystopie, ofwel een schrikwekkend toekomstbeeld dat functioneert als een waarschuwing. In de samenleving die Mitchell beschrijft is er in 2043 een grote energiecrisis, heeft China de macht over de wereld, zijn er tal van vluchtelingen en is door de opwarming van de aarde veel land overstroomd. Door deze crisis is er geen overheidsapparaat meer aanwezig met als gevolg een anarchie en bepalen de groepen met geld en wapens wie welke voorzieningen kan gebruiken.
Mitchel heeft een knap geschreven en indrukwekkende roman afgeleverd, die vraagt om geconcentreerd langzaam lezen. De thematiek en breedheid van thema's in de personages en subplots viel ons op. De keuze om science fiction elementen in te voegen was in een hoofdstuk te overdadig en dit sprak niet iedereen aan. Mitchell is een zeer vaardig schrijver en legt ook de goede vragen aan de lezer voor, maar misschien blijft het iets te technisch en komt hij net niet tot een diepe roman die zeg maar Nobelprijs waardig is.
Esther Greenwood, is twintig en intelligent. Met een beurs studeert zij aan een college. Met een afstandje kijkt ze naar haar medestudentes en hoe deze bezig zijn met vriendjes. Als ze iets ouder is wordt zij door een student medicijnen ook gevraagd om mee te gaan naar een feest. Ze is ook schrijfster. Met enkele verhalen heeft zij een prijs gewonnen die bestaat uit een maand luxueus leven in New York en werken bij een befaamd redactrice. Als ze hierna thuiskomt blijkt ze te zijn afgewezen voor de schrijfcursus van een beroemd schrijver. Ze verliest al haar zekerheden en probeert zelfmoord te plegen. Ze wordt net op tijd gered en moet maanden in een psychiatrische kliniek blijven waar ze wordt behandeld. Onder andere door het ondergaan van electro shocks.
Plath beschrijft knap de onzekerheid van deze jonge vrouw. In mooie taal nuanceert ze alle keuzes waar ze voor staat. Open, naief, zoekend, maar ook chaotisch en onder spanning moet ze haar weg zoeken. Het boek is aangrijpend omdat het goed de chaos en kwetsbaarheid van een psychiatrische stoornis laat ervaren. De glazen stolp verwijst naar de rol voor vrouwen die eind jaren '50 begin '60 nog niet zo vrij is als nu. De metafoor wordt ook gebruikt voor dagelijks leven in de psychiatrische inrichting. Bij het lezen van het boek speelt steeds op de achtergrond de geschiedenis van de schrijfster zelf. Ze heeft niet lang nadat het boek is verschenen zelfmoord gepleegd terwijl haar eigen jonge kinderen in huis waren. Dit is het enige boek van de schrijfster die vooral bekend is geworden als dichteres en partner van Ted Hughes.
De onderwaterzwemmer vertelt, in drie delen met steeds 30 jaar tussentijd, het levensverhaal van Tin van Heel die in de winter van '44 als veertien jarige jongen zijn vader verliest bij het oversteken van de rivier om in bevrijdt gebied te komen. Dertig jaar later gaat hij met zijn vrouw op reis in Afrika om een albino jongen te bezoeken die geadopteerd is door de school van zijn vrouw. Tot slot speelt het slotdeel zich af in Cuba en wordt de balans opgemaakt en is er ook sprake van het vinden van rust. De fragmenten uit het levensverhaal laten zien hoe Thomése een sterk gecomponeerd verhaal heeft geschreven, waarin de gebeurtenissen een illustratie zijn van een onderliggende boodschap of in ieder geval een onderzoek van thema's. Op de flap wordt gesproken over 'de onherstelbaarheid van verlies, de schuld daar over en plaatsvervangend het gevoel van afwezig te zijn'. De jongen Tin vindt zijn vader niet meer terug na de oversteek van de rivier, maar erger, als hij weer thuiskomt bij zijn moeder wordt hem de schuld van de verdwijning van zijn vader in de schoenen geschoven. Hetzelfde gebeurt in het tweede verhaal door de dochter die haar vader na de gebeurtenissen in Afrika niet meer wil zien. De schrijver vertelt door de tijdsfragmenten veel niet, maar ook is het verhaal vooral een intern gesprek van de hoofdpersoon, waardoor de observaties en inzichten van de andere personen niet bekend worden. Vanuit zijn blik worden de gebeurtenissen beoordeeld en subjectief geëvalueerd. Tin komt daarbij naar voren als een kwetsbare zoekende en onzekere man, die met van alles worstelt zo sterk dat het als lezer wringt en irriteert. Je wil het boek wegleggen omdat je je niet herkent in het gestuntel van met name de reis naar het binnenland van Afrika in het tweede deel.
Tegelijk zit hier ook de kern en de kracht van het boek. We zien ook in het laatste deel een breekbare man die getekend is door de gebeurtenissen in zijn leven en zo werkt het boek als een spiegel voor de lezer. Thomése heeft een verfijnde associatieve psychologische getinte schrijfstijl die je moet liggen, maar die je mooie doorkijkjes biedt in basale menselijke emoties. En het gaat om de niet minste grote menselijk thema's. Familieverhoudingen, het onvermogen om verder te komen met je schuldgevoelens, het verdriet om gemaakte keuzen, het niet kunnen bereiken van anderen. En dan in het laatste deel wordt er in zekere zin verlossing geboden door de kleinzoon die hem ophaalt in Cuba en hem meeneemt naar huis.
De metafoor van de rivier en het oversteken naar de andere oever krijgt een bredere diepere betekenis. Terwijl het tweede deel eindigt met dit citaat:
'Zo wordt zijn leven een verhaal dat bestaat uit hiaten en handelt over afwezigheid. Alle lege plekken lijken op elkaar. Vic, zijn vader, het komt allemaal op hetzelfde neer. Nooit heeft hij thuis kunnen komen. Omdat het zijn schuld was. Het is altijdd zijn schuld, ook nu. Geen goden bieden zich aan om zich te laten vervloeken, geen hemel om tegen te spreken. In zijn eigen leven is hij helemaal alleen en helemaal zelf verantwoordelijk voor wat er niet is.(..) Er is in hem steeds de gedachte dat aan de overkant de normale toestand heerst. Hij hoeft de rivier maar over te steken, het vliegtuig maar te nemen - terug in de tijd - en alles zal bij het oude zijn gebleven. Aan de overkant zit zijn vader onder de lamp op hem te wachten, aan de overkant vraagt Vic zich af waar toch in godsnaam blijft' p.218-219
Komt de bevrijding van Tin die in een ziekenhuis in Havana ligt, uit een onverwachte hoek In een citaat:
'Het is als het over een ander gaat. Hij kijkt naar de jongen en even is het of hij zichzelf ziet, helemaal naar de overkant van de oceaan van de tijd gekomen, om te zeggen dat het nu lang genoeg heeft geduurd, dat zijn verbanning is opgeheven. Tin, zegt de jongen die hij zelf is, je mag thuis komen.'.p 252
Het is interessant wat Thomése hier inbrengt over de kracht van familie, van generaties. Het is de zoon van zijn dochter die de kloof dicht tussen de hoofdpersoon en zijn dochter. De kleinzoon, niet belast met alle geschiedenissen en schuldgevoelens, is nieuwsgierig naar zijn opa en brengt hem naar de symbolische overkant en zaken vallen op z'n plaats. De bespreking was levendig en scherp. In die zin is dit een prima leesgroepboek omdat de constructie, de taal en de onderliggende thema's veel discussie opriepen. Ook was er irritatie over de beschrijvingen van het landschap en de ontmoetingen in het Afrikaanse dorp die als wat clichematig werden beoordeeld. Thomése zou daarover gezegd hebben dat een bezoek aan Afrika niet nodig was om hier over te schrijven. Het weerbarstige van dit boek was ook merkbaar in de beoordeling met sterren die werden gegeven en die varieerden van 2 tot 4.
Dit boek gaat je niet in de koude kleren zitten. Het lukt de schrijfster om je zo mee te nemen in de gedachten van deze man dat je soms niet verder kunt lezen omdat je bang bent over de verdere afloop van het verhaal. Dat pleit voor het boek en voor de schrijfster. Waarover gaat het verhaal. Een man van zeg tussen 30-40 komt thuis naar een verblijf van een huis van bewaring. Hij wordt niet definitief veroordeeld voor seksueel misbruik van een meisje maar krijgt wel behandeling van een psycholoog en heeft een werkboek met oefeningen meegekregen om niet weer tot dit gedrag te komen. Het boek volgt zijn belevenissen vanaf de thuiskomst. Er is een moeder in het verhaal waar hij slecht contact mee heeft en er is een buurmeisje dat over de vloer komt om met de hond van de familie te spelen of om er mee te wandelen. Minutieus beschrijft de schrijfster de gebeurtenissen en de gedachten van de hoofdpersoon. Hoe hij een vis uit een duinmeertje haalt en meeneemt naar zijn aquarium op z'n kamer. Het doel is dat de vis hersteld. Je volgt het contact met het buurmeisje, zijn werk bij het visverwerkingsbedrijf, zijn poging om de oefeningen die hij heeft meegekregen tot een goed einde te brengen. Het is zeker de bedoeling van de schrijfster om informatie te geven en ook om een zekere empathie voor de hoofdpersoon te kweken bij de lezer. Je gaat beter begrijpen hoe de leefsituatie is van de man en zijn achtergrond. De structuur van het gezin, de veiligheid, en ook het gemis aan liefde in zijn jeugd. Je begrijp ook iets meer van de dubbelheid die samenhangt met pedofilie. Het object van liefde is zowel gericht op zorg en tegelijkertijd seksueel geladen. Het levert beklemmende scènes op de slaapkamer. Daar wil je als lezer niet bij zijn. Het is knap dat de schrijfster dit kan oproepen. En een goed voorbeeld dat een roman meer kan dan een theorie. Tegelijkertijd levert het boek ook veel vragen op. De omgeving. Hoe is mogelijk dat dit meisje zo dicht bij hem komt. Wie beschermt deze man tegen zichzelf. Dit is niet te doen op eigen houtje. Uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van een grote recidivekans. Waar is hulp voor zo'n persoon? Je ziet de drift die de situatie op roept. De man weet dat hij fout zit. Nu lijkt hij heel bewust het meisje op te zoeken. Het is niet iets dat hem overkomt. De spanning tussen ratio en drift is ook niet goed te begrijpen. Een thema is het stempel dat we pedofielen geven. Is hier sprake van een slecht mens of goed mens? Wil de schrijfster bewijzen dat een goed mens, soms onhandige, slechte dingen doet. Opvallend dat iets van geweten niet of nauwelijks verwoord wordt. De psycholoog heeft geleerd welk proces er gaande is in zijn hoofd, maar was er iemand die hem helpt met ethisch handelen.
Ten slotte. Het boek is soms te zwaar als het gaat om de scene. Het is zomer en de temperatuur wordt heter en heter. Dit loopt parallel met de denkontwikkeling van de man die zich zelf steeds minder in de hand heeft. De bedoeling ligt er hier te sterk bovenop.
Sjmoeël Asj een jonge student is in crisis. Hij stopt met zijn studie en zijn vriendin vertelt dat ze bij hem weggaat. Het is 1959 en we bevinden ons in Jeruzalem. Dan ziet Sjmoeël een advertentie. Hij komt terecht in het huis van een oude man, Gersjom Wald. ’s Avonds laat leest Sjmoeël hem voor; ze praten over het zionisme en het conflict tussen de joden en de Arabieren. Ze praten, kortom, over God en de wereld. In het huis van de oude man ontmoet Sjmoeël ook de afstandelijke veertigjarige medebewoonster Atalja Abarbanel . Natuurlijk is hij van zijn stuk gebracht door de schoonheid en ongenaakbaarheid van deze vrouw. In de loop van de maanden die volgen wordt de geschiedenis van Gersjom en Atalja ontrafelt.
Dit boek is een pareltje en een proeve van schrijfkunst van een schrijver die een oscar verdient. Wat hij doet is met minimale middelen een krachtig verhaal vertellen waar als in zit. Van geschiedenis, dilemma's in het leven, keuzes, de tragiek die ook bij het leven hoort, ouderdom en afhankelijkheid, theologie en kracht en zwakte van ideeën, politiek. De schrijver speelt volleerd met zijn lezers en laat hen veel kanten van het leven in Israel zien. Die context is steeds voorgegeven. Beslissend is daar het moment in 1948 de strijd tussen verschillende groepen binnen de joodse zionistische beweging. Oz stelt zich de vraag wat er gebeurt zou zijn als er toen al gekozen zou zijn voor een twee staten oplossing met daarin ruimte voor de Palestijnse arabieren en wat dit had kunnen voorkomen. Een ander thema in het boek is de rol van Judas in het christelijke lijdensverhaal. Oz geeft hem de rol van de aankondiger van Jezus als de grote oplosser of bevrijder die hem er toe aanzet om naar Jeruzalem te gaan (intocht) en het joodse volk te bevrijden van de Romeinen. De judas die samenwerkt met de joodse leiders en hem er zo in luist en tot ontdekking komt dat het niet uitpakt zoals gedacht. Jezus sterft aan en het kruis en Judas pleegt zelfmoord. Boeiend is de vraag waarom Oz zoveel bladzijden aan dit thema besteedt. Dit zou kunnen zijn dat hij de lezer waarschuwt voor valse ideologieen en goeroes ook in deze tijd.
Het boek eindigt open. Ook Sjmoeël stopt met zijn baantje in het huis van Gersjom en Atalja en trekt verder het land in. Het boek is zo een momentopname van een paar maanden in het leven van een student, in de geschiedenis van Israël, in zijn leven wat zo even in de schijnwerpers staat en weer verder gaat.
In 1944 belandt Hans Fallada, nadat hij zijn echtgenote met een pistool heeft bedreigd, in de gevangenis. Het lijkt met hem gedaan: een alcoholist, een geestelijk en lichamelijk wrak, een auteur die niet meer tot schrijven in staat is. Maar juist hier is schrijft Hans Fallada in een gevangeniscel in Strelitz een relaas dat hem het leven kan kosten. Openhartig en verstrikt in zijn eigen tegenspraken legt hij getuigenis af van zijn ervaringen in het Derde Rijk, maar ook van de opkomst en neergang van een schrijver. Onder de ogen van zijn bewakers beschrijft Fallada pakkend en aangrijpend zijn meest turbulente jaren, vanaf zijn wereldsucces Wat nu, kleine man? in 1932 tot zijn verblijf in de gevangenis in 1944. Als schrijver kon Fallada zich niet voorstellen ergens anders te leven dan in Duitsland. Het boek is een autobiografie maar vooral ook een tijdsbeeld. Fallada is een vanaf 1932 toen Wat nu kleine man verscheen een gevierd schrijver in Duitsland die goed kan leven van zijn boeken, maar bij de komst van het nationaal socialisme komt hij voor een dilemma te staan Hij is duidelijk geen fan van Hitler, maar zoekt wel de erkenning (en inkomsten) van het publiek. Hij voelt zich Duitser en kiest er niet voor naar het buitenland te gaan. Om aan geld te komen schrijft hij aan een filmscenario dat in opdracht van Goebbels tot een film moet leiden. Ook zijn beschrijvingen van de mensen in een klein duits dorpje, de rol van de naziburgermeester en de milities geven goed inzicht in de verhoudingen en de onveiligheid van het dagelijks leven in het Duitsland tussen 1933 en 1945. Vooral dat laatste maakt in mijn vreemde land tot een bijzonder boek. Je weet misschien veel over de oorlog, maar je wordt niet vaak zo meegesleept in het vuile spel dat door mensen in het dagelijks leven werd gespeeld.
In de bespreking kostte het even tijd om het boek goed te wegen. De hoofdpersoon, Fallada is, in het boek een zelfgenoegzaam burgermannetje, op het arrogante af. Ook het feit dat hij tegen de nazis is maar het land niet durft of wil verlaten en zo zijn schrijversstatus opgeeft irriteert. Maar als hij in het boek schrijft dat zijn zoon van 15 naar het front wordt gestuurd om loopgraven te maken, maakt de hele situatie bizar voor voor ons niet te begrijpen. En daarmee wordt het oordeel over Fallada milder. Juist het burgerlijke denken en zijn trots op de Duitse cultuur levert een nauwkeurig inkijkje op in het Duitsland van de jaren 30-40 op. Kortom een mooi ontregelend boekje dat nog een tijd met je meegaat.
Het boek wordt afgesloten met een nabeschouwing waarin verder ingegaan wordt op het ontstaan van de definitieve versie, de positie van Fallada ten opzichte van de schrijvers van zijn tijd en zijn dilemma om wel of niet Duitsland te verlaten zoals Thomas Mann heeft gedaan.