Vrijwel iedere gemeente heeft een bomenbeleidsplan. Daarin staat beschreven hoe bomen in de stad en in het buitengebied worden toegepast en hoe ze onderhouden worden. Maar papier is geduldig en niet zelden zijn de bomen en andere groenvoorzieningen onderwerp van bezuinigingen. De gemeenteraadsleden kijken dan alleen naar de kosten voor onderhoud van al dat groen. Dat kan minder, vinden ze dan.
Gelukkig zijn er steeds meer politici die wel inzien dat groenvoorzieningen, zeker de bomen, in belangrijke mate bijdragen aan gezondheid en welzijn van de inwoners. Het draagt zo indirect bij aan het in de hand houden van kosten voor sociale voorzingen, zoals de WMO. Alleen is dit een lastige discussie, want je kunt die baten wel uitrekenen, maar niet bewijzen. Tenzij je al het groen schrapt en vervolgens constateert hoe de kosten voor sociale voorzieningen uit de hand lopen.
Onbedoeld is dit al eens gebeurd in de VS, in Detroit. Toen die stad failliet ging, omdat de autofabrieken de deuren sloten, hield ook het onderhoud van de groenvoorzieningen op. Geleidelijk veranderde die stad in één grote achterstandswijk. Uiteindelijk, medio 2014, besloot het stadsbestuur om in bepaalde straten en wijken de bomen en andere groenvoorzieningen in ere te herstellen. Het vastgoed in die wijken werd daardoor duurder, er kwamen andere mensen te wonen en de stad bloeide langzaam weer op. Het werd op steeds meer plekken veiliger en aangenamer om te wonen en te werken. Kortom, Detroit bewijst hiermee dat groenvoorzieningen een investering in de leefbaarheid van de stad zijn.
In het bomenbeleid is aandacht voor de vraag waar bomen en met welk doel gepland worden. Doorgaans wordt dan ook gekeken of er in de wijken en straten draagvlak is voor de aanplant van de beoogde bomen. In steden wordt steeds vaker rekening gehouden met de beperkte ruimte die voor bomen beschikbaar is. De keuze valt dan al snel op compacte boomsoorten. Daarmee is tegelijk gewaarborgd dat de bomen meer toekomst hebben, zonder voor overlast te zorgen.
In het bomenbeheerplan wordt vastgelegd hoe de bomen onderhouden worden, wat hun eindbeeld moet zijn. Voor straatbomen geldt bijvoorbeeld dat ze tot 4,25 meter takvrij moeten zijn, zodat (hogere) vrachtwagens er onderdoor kunnen. In andere situaties ligt vast tot hoe ver de kroon mag uitgroeien, bijvoorbeeld om schuring met gebouwen te vermijden.
Een ander punt is de frequentie waarin de bomen een veiligheidsinspectie moeten ondergaan. Hoewel zo'n VTA inspectie redelijk standaard is, kan in het bomenbeheersplan daarvan worden afgeweken. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt in verschillen in groeiplaats en boomsoort.
Ook aan de orde is wanneer er sprake van overlast is en hoe hiermee wordt omgegaan. Hoe gaat de groenafdeling om met klachten over bladval (in het zwembad(!) of schaduw op zonnepanelen, etc.?
Al deze zaken worden met belanghebbende bewoners of hun vertegenwoordigers afgestemd en door de gemeenteraad goedgekeurd. Het bomenbeleidsplan en -beheersplan zijn daarom openbare documenten. ...maar papier is geduldig. Het is goed als burgers voortdurend over de schouders van de ambtenaren meekijken.