Bomen zijn bij uitstek geschikt om de luchtkwaliteit te verbeteren. De bladeren kunnen ongewenste gassen zoals CO2, stikstof en ozon uit de lucht filteren. Loofbomen laten het helaas afweten zodra de bladeren gevallen zijn, terwijl groenblijvende bomen zoals naaldbomen en coniferen het hele jaar door filteren. Alleen is de capaciteit tijdens korte en koude dagen minder omdat dan ook de stofwisseling op een lager pitje staat.
CO2 is voor bomen (alle planten) van levensbelang. Via het proces van fotosynthese worden deze moleculen gesplitst, het koolstof atoom wordt voor de groei gebruikt en om suikers (koolhydraten) van te maken. De zuurstof wordt als afvalproduct weer afgescheiden. Een volwassen boom produceert zo voldoende zuurstof voor ongeveer zeven mensen. Bedenk wel dat planten voor hun stofwisseling zelf ook zuurstof nodig hebben. De zuurstof die wij ademen, stabiel ongeveer 21,3%, komt dan ook in hoofdzaak van algen die in de oceanen leven.
Bomen vormen ook een belangrijk element in de strijd tegen de klimaatverandering. Planten, en dan vooral de bomen, zijn de meest effectieve en goedkoopste manier om koolstof uit de atmosfeer te halen. Het is daarom belangrijk dat er wereldwijd meer bomen worden geplant en ontbossen tegengegaan. Omdat alleen hiermee het klimaat niet meer te redden valt, zoals wetenschappers medio oktober 2018 berekenden, is CO2 bestrijding aan de bron van levensbelang.
Foto: Pixabay. Conifeer
Planten helpen ook fijnstof af te vangen. Door hun omvang en structuur van takken, twijgen en bladeren zijn juist bomen hier erg goed in. Het stof wordt door statische lading ingevangen en aan het oppervlak van de boomtakken en -bladeren vastgehouden. Ruwe en plakkerige oppervlakken, zoals harige bladeren, functioneren het beste. Tijdens een regenbui spoelt het fijnstof uit de boom, naar de bodem. Hier zorgen bodemorganismen, zoals schimmels en bacteriën voor verwerking.
De wind moet door de structuur kunnen waaien. Dichte bladerdekken zijn daarom minder geschikt, want die buigen de wind af. Doorgaans zijn naaldbomen en bijvoorbeeld taxus de beste fijnstof vangers.
In smalle straten kunnen bomen de luchtstromen zodanig beïnvloeden dat er juist meer hinder door fijnstof ontstaat. De kroon moet dan beslist open zijn. De bomen moeten zo ver mogelijk van het straat oppervlak staan zodat de wind vrij kan stromen. In luwte kan het stof niet weg en kan het tot onverantwoorde concentraties ophopen.
Als bomen worden ingezet voor het afvangen van fijnstof is het van belang dat de plaatsing van de bomen ten opzichte van de bron goed overwogen wordt. Dicht bij de bron en in meerdere lagen is aan te bevelen. Een open structuur moet zorgen dat de wind ongehinderd langs takken en bladeren kan waaien.
Bron: RIVM - Atlas Leefomgeving. Fijnstof PM10 concentratie in Weert (2015)
Het is met name het industriële fijnstof dat onze gezondheid schaadt. We onderscheiden naar fijnheid drie soorten: PM10, PM2,5, PM1. Vooral die laatste twee dringen diep in ons lichaam door. Omdat ze niet organisch zijn, heeft het afweersysteem er meer moeite mee en vaak bevatten die deeltjes giftige componenten. Hierdoor kunnen ziektes aan de longen, hart en bloedvaten ontstaan.
Naar PM1 is medio 2018 nog geen onderzoek gedaan en gelden er ook geen richtlijnen. Wetenschappers maken zich daarom grote zorgen.
De belangrijkste bronnen voor dit soort fijnstof zijn industriële verbrandingsprocessen en het verkeer. Maar ook houtstook in woningen, zoals open haarden en hout- of pelletkachels zijn een bron van luchtvervuiling met giftige gassen en fijnstof.
Fijnstof kan ook van natuurlijke oorsprong zijn. Dit kan hinder veroorzaken, denk aan pollen die hooikoorts veroorzaken. Maar doorgaans hebben ze weinig of geen effect op gevaarlijke aandoeningen van hart en bloedvaten. Organisch stof kan wel in de longen doordringen, maar het afweersysteem is in staat deze deeltjes te neutraliseren.
Eind 2018 bevestigden wetenschappers dat zeezout, dat als fijnstof in de lucht langs de kust zit, zelfs een gezondheid bevorderend effect heeft. Natuurlijke fijnstof kan dus ook nuttig zijn.
Eind 2019 heeft de Raad van Staten een uitspraak gedaan die zorgt dat gemeenten bij het beoordelen van een kapvergunning, rekening moeten houden met de gezondheidsaspecten voor omwonenden, als gevolg van kappen en eventueel herplanten van bomen. Een op een herplanten is in dit geval geen compensatie van het verlies aan ecosysteemdiensten. Dit kan ertoe leiden dat gemeenten eerder besluiten oude bomen zo lang mogelijk te handhaven.
Bomen produceren dood hout en bladeren. Die vormen een humuslaag waardoor voedingsstoffen opnieuw in de bodem komen. Die kringloop is veel effectiever dan groenafval opruimen en jaarlijks bemesten. Bovendien beperk je zo de onderhoudskosten van het (openbaar) groen.
Groenafval dat op de bodem kan composteren is ook een voorwaarde voor een gezond bodemleven. Dat zorgt tevens voor een mineraalrijke en luchtige doorwortelbare laag, wat de conditie van de bomen ten goede komt. Ook dit beperkt de onderhoudskosten. Bovendien is dood materiaal voor veel organismen van levensbelang. Laat dood materiaal in parken en plantsoenen zoveel mogelijk liggen. Dat bevordert de biodiversiteit.
In straten en wegen is het belangrijk om blad en takken op te ruimen uit oogpunt van verkeersveiligheid. Toch is het aan te bevelen om een deel rond de boomstammen te laten liggen. Bijvoorbeeld in de ondergroei van de boomspiegels. De ondergroei(planten) en de bomen profiteren daarvan.