In de stad worden onder tal van verschillende omstandigheden bomen geplant. Het grote verschil met bomen in het buitengebied is, dat stadsbomen in een onnatuurlijke omgeving staan. Een omgeving die soms ronduit vijandig is en de bomen in hun voortbestaan belemmert. De beperkingen in leefruimte voor stadsbomen betreft zowel boven als onder de grond.
Doorgaans plannen stedenbouwkundigen en gemeentelijke ontwerpers enkele bomen in omdat ze daarmee het project willen 'aankleden'. Er wordt weinig rekening gehouden met de eisen die zo'n boom stelt. Het lijkt wel of men zich niet kan voorstellen dat een boom zal gaan groeien. Vaak zie je dan ook dat de bomen voor de toekomst te weinig ruimte krijgen, zowel bovengronds als ondergronds. Ik moet wel een beetje eerlijk zijn: tegenwoordig zien we dat in steeds meer gemeenten hiermee wel rekening wordt gehouden. Het stemt hoopvol. In het verleden is dat vaak niet gebeurd, zodat ze na 40-50 jaar overlast veroorzaken. Eerst maar eens drastisch snoeien of zelfs kandelaberen. Dit doet bomen geen goed. Als na een paar jaar blijkt dat dit weinig soelaas biedt, worden de bomen alsnog geveld. Zonde, met een beetje meer aandacht hadden die bomen oud kunnen worden en zouden de omwonenden er optimaal van kunnen profiteren. Nu zijn ze een bron van overlast.
Door foute beslissingen over soortkeuze en plantwijze zullen de bomen niet goed groeien en dat leidt vaak tot hogere onderhoudskosten. Met gevolg dat stadsbomen als een kostenpost worden gezien en niet als een investering in een gezonde bevolking. Moet er bezuinigd worden, dan valt hier nog wat te halen. Men realiseert zich dan niet, dat dan op andere beleidsgebieden de kosten juist zullen toenemen - meestal zorg gerelateerde dossiers.
Bomen horen in een bos, niet in de stad. Zo gezien zouden er geen stadsbomen mogen bestaan. Maar afgezien van het esthetische argument om bomen in de stad te planten, zorgen ze ook voor een gezonde leefomgeving voor mensen en alle andere dieren die in de stad leven. Bomen filteren de lucht, beïnvloeden luchtstromen, houden regenwater vast, zorgen voor verkoeling, werken stress reducerend en nog veel meer. Genoeg redenen om ook in de stad bomen te planten.
De stad is echter een vijandige omgeving voor bomen. Bomen houden van gezelligheid en gedijen beter met soortgenoten om zich heen. Zowel ondergronds (schimmels) als bovengronds (feromonen) houden ze contact met elkaar, waarschuwen voor gevaar zoals vraat en ziekten en delen voedsel (koolstof) met elkaar. In de stad is zo'n samenscholing vaak niet mogelijk en dan is de boom aangewezen op de zorg van mensen, zodat ze voldoende licht, voeding, water en lucht krijgen. Hier moeten de planners vooraf al rekening mee houden. Een boompje is snel ingetekend, maar het is wel de bedoeling dat die boom op die plek nog 60 of 80 jaar kan overleven. En dan nog, op die leeftijd zijn de meeste boomsoorten nog maar net volwassen. Bij eiken duurt dat wel dubbel zo lang. Bomen inplannen binnen de steden vraagt dus om een lange termijn visie. Wat is de groeicurve van de gekozen boomsoorten? Hoe groot worden ze, in de hoogte maar ook de kroon diameter? Hoeveel ruimte hebben de wortels ondergronds nodig? Welke vormen van overlast kun je verwachten en hoe kun je dat verhinderen of verminderen?
De belangrijkste vraag is natuurlijk: Wat is een boom?
Bomen zijn planten die een houtige structuur ontwikkelen, waardoor ze beter de concurrentie kunnen aangaan met kruidachtige planten en met struiken. Overigens is een belangrijk kenmerk van struiken dat zij ook een houtachtige structuur ontwikkelen. Alleen groeien bomen doorgaans uit één stam (of een beperkt aantal bij meerstammige bomen) en struiken bestaan veelal vanuit de wortel opgroeiende takken en worden doorgaans maximaal enkele meters hoog, terwijl bomen tientallen meters hoog groeien. Er zijn soorten die zelfs meer dan 80 meter bereiken.
Bomen groeien vanuit een dunne laag direct onder de schors, het cambium. Dat omvat slechts 10-15% van het totale volume. Dit is het enige levende onderdeel van een boom en die groeit gestaag naar binnen (het xileem) en naar buiten (het floeem). Het watertransport van de wortels naar de bladeren vindt plaats in de buitenste ringen van het xileem. Via het floeem wordt suiker naar de wortels getransporteerd. Het floeem verandert in de schors, die de boom beschermt tegen aanvallen van buiten. Waar de schors beschadigd is, kunnen dus ziekten binnendringen. Maar bomen kunnen ook dan een afweersysteem gericht inzetten om de binnendringer te isoleren en te verstikken. Hierover later meer.
Een ander belangrijk kenmerk van bomen is dat de fotosynthese plaatsvindt in een driedimensionale structuur, de kroon, waarvan de bladeren bij elkaar een veelvoud van het grondoppervlak (de kroonprojectie) beslaan. Een volwassen boom die goed in het blad staat, kan wel 15 tot 20 keer de kroonprojectie bedekken, als je de bladeren naast elkaar legt. Per vierkante meter grondoppervlak is dat veel meer dan bij grassen en kruiden het geval is. Daarom zijn bomen met hun takken en bladeren ook zo belangrijk voor het filteren van de lucht. En zuurstof? Dat is toch een bijproduct van fotosynthese? Helemaal waar, maar planten gebruiken ook zelf zuurstof voor hun stofwisseling en 's nachts staat daar geen fotosynthese (is zuurstof productie) tegenover. Dat het zuurstofgehalte in de atmosfeer stabiel 21,03% is, hebben we vooral te danken aan de algen in de oceanen. Dit is dus ook een biotoop om zuinig mee om te gaan.
Hoewel bomen dus niet in steden thuishoren vervullen ze er wel belangrijke functies, die we ecosysteemdiensten noemen. Ze maken het leven in de steden aangenamer. Bomen worden solitair op markante punten geplaatst. Of in groepen in parken en plantsoenen en op pleinen. Anderen staan in enkele of dubbele rijen langs straten en lanen. Het zijn vooral de bomen die op pleinen en langs straten staan, die het zwaar hebben. Hier is bij de planning extra aandacht nodig voor de ruimte die de boom in de loop der jaren beslaat, zowel onder als boven de grond. Deze bomen hebben al snel te lijden van verharding van de bodem rondom hun stam, dus de grond waarin ze wortelen.
Het bodemleven zoals insecten, wormen, bacteriën en schimmels spelen een belangrijke rol voor de vitaliteit van de boom. In steden is die samenstelling niet optimaal. Bij het planten moet dan ook rekening worden gehouden met het gevaar op verharding en verdroging en zijn voorzieningen nodig om dit tegen te gaan. Zelfs regelmatige betreding kan bodem verharding tot gevolg hebben. Anders dan mensen vaak denken bevinden de wortels van bomen zich meestal dicht onder het oppervlak en daar leidt betreden geleidelijk tot verdichting. En verdichting tast de vitaliteit van bomen aan.
Ook beschadiging van de stam moet vermeden worden. Hiervoor brengt men vaak ijzeren constructies aan. Stamschade kan gemakkelijk ontstaat door fietsen tegen de boom te parkeren. Auto's beschadigen vaak de boomstammen op parkeerplaatsen, wat eigenlijk niet mogelijk zou moeten zijn. Auto's parkeren onder de boom kroon moet sowieso vermeden worden, tenzij speciale roosters bodemverdichting verhinderen. In dit geval moet een stalen constructie tevens verhinderen dat de boomstam beschadigd wordt.
Bij het inplannen van bomen is niet alleen de bovengrondse, zichtbare infrastructuur belangrijk, maar ook de kabels en leidingen onder de grond. Boomwortels kunnen deze beschadigen, hoewel die kans relatief klein is. Maar boomwortels kunnen onderhoud en herstel van die ondergrondse infrastructuur bemoeilijken en dat leidt dan ook altijd tot beschadiging van de wortels, wat op zijn beurt weer de vitaliteit van de bomen negatief beïnvloed.
De Italiaanse architect Stefano Boeri introduceerde in zijn woonplaats Milaan de eerste flatgebouwen met veel groen aan de buitenzijde, verticale bossen. Een oplossing waar Chinese steden ook naar kijken, aangezien zij er met technologie niet meer in slagen de steden leefbaar te maken. Bij deze verticale bossen worden bomen en struiken aan de buitenkant van het gebouw, onder andere op de balkons, aangeplant. Deze planten zijn speciaal voor dit doel gekweekt, want ze groeien verder in extreme omstandigheden met een veel te kleine wortelkluit. Ze hebben dan ook speciale verzorging nodig en het is de bewoners niet toegestaan de snoeischaar erin te zetten. Daar zorgen specialisten voor. De bewoners kunnen natuurlijk wel genieten van het stress reducerende karakter van het groen, de koelende eigenschappen en de filtercapaciteit. Je woont in een flat, 10 hoog en toch in het groen, met alle voordelen voor welzijn en gezondheid. OK, de huurprijzen zijn er dan ook naar....
In Nederland worden in Utrecht en Eindhoven zulke groene flats gerealiseerd.
Kortom, als je bomen in de stad wilt planten vergt dat speciale aandacht en voorzieningen om de bomen ook een toekomst te kunnen geven. Want hoe ouder de bomen kunnen worden, hoe beter zij ons kunnen dienen als luchtfilters, koelmachines en windregelaars. Bovendien is een grote monumentale boom veel mooier en indrukwekkender dan een jonkie van vier meter.