Planten verdampen water dat hun wortels uit de bodem halen. Daarmee houden ze een verticaal watertransport in stand zodat de bladeren voldoende water krijgen voor de fotosynthese. In dat water zijn ook mineralen opgelost die een rol spelen bij de stofwisseling en afweer van de plant. Bij kruidachtige planten zorgt de waterdruk van de opgaande stroom ook voor stevigheid.
Bomen 'pompen' veel meer water omhoog dan bijvoorbeeld een grasmat. ter vergelijking:
Naast verdampen kunnen bomen aan het oppervlak van hun takken en bladeren water onderscheppen en vertraagd laten afvloeien. Een volwassen boom kan zo per jaar tussen 20.000 en 35.000 liter water per jaar onderscheppen. Bomen kunnen in grote lijnen het klimaat in hun eigen omgeving reguleren en laten andere organismen in die omgeving meegenieten.
Foto Pixabay. Aardverschuiving
Ontbossing leidt tot erosie en bij hellende oppervlakten is het gevaar van aardverschuivingen erg groot. Planten houden met hun wortels de aarde vast en bomen wortelen dieper, zodat ze de boden extra stevig bij elkaar houden. Op de foto hiernaast is een aardverschuiving op de Filipijnen te zien, die mogelijk het gevolg was van ontbossing op de hogere delen.
Bomen verkleinen de kans op aardverschuivingen niet alleen met hun wortels, maar ook door het effect van verdampen en onderschepping (zie hierboven). De bodem is minder snel verzadigd.
Langs sloten en straten kan erosie kwalijke gevolgen hebben. Door bomen aan te planten kun je dat tegengaan.