De Helix heeft een knappe handleiding voor de biotoopstudie van een bos opgesteld. De meeste factoren worden met instrumenten gemeten. Maar ook zonder metingen kun je kenmerken en verschillen opmerken. In andere biotopen kun je dezelfde factoren nameten of natrekken.
Abiotische factoren
de bodem
zuurtegraad
bos: pH indicatie 4 à 5; dit is zuur: weinig vruchtbaar; zuur komt door humuszuren bij afbraak van bladeren
vochtigheid
temperatuur
hardheid
bos: planten groeien liefst op een zachte en losse bodem
betreding geeft verdichting; dit leidt tot verstoring van de waterhuishouding en tot het afsterven van bodemorganismen
bodemprofiel
bos: zoek de strooisellaag, de humuslaag, de moederlaag
microklimaat
verlichting
bos: minder licht, lichtconcurrentie tussen planten
luchttemperatuur
bos: kleinere verschillen; bos zorgt voor afkoeling bij opwarmen, geeft ook dieren overlevingskansen in winter
luchtvochtigheid
bos: vochtiger; minder verdamping, regenwater sijpelt geleidelijk in bodem, planten kunnen dit maximaal benutten, zorgt dus voor buffer
windsterkte
bos: minder wind, beperkt windschade en uitdroging
biotische factoren
planten
dieren
oa bodemdiertjes:
zoek ze en determineer ze
zoeken beschutting, zetten bladeren om in humus, daar mineralen en voedingsstoffen die door planten gebruikt worden om te groeien
Voor meettoestellen en methoden: zie lne