De wortels zijn het belangrijkste en duurzaamste deel van de boom.
De boom kan via zijn wortels prikkels ontvangen die leiden tot veranderingen: stoten de wortels op giftige stoffen of ondoordringbare stenen of natte stukken, dan analyseren ze de situatie en geven de noodzakelijke veranderingen aan de groeizone door
De wortels zijn omgeven door zwamdraden. Deze verbinden in een bos de verschillende bomen met elkaar. Een theelepel bosgrond bevat een km aan zwamdraden. Ook krioelt het van kleine beestjes, die bijdragen tot het afbreken van het strooisel en hout. Het duurt erg lang eer de bosbodem wordt hersteld.
Door hun fotosynthese slaan ze CO2 op (tot 20 ton gedurende hun leven). Gaan ze dood dan komen dit stilaan weer vrij. Het grootste deel wordt echter in de bosbodem verwerkt. Er wordt weleens beweerd dat enkel jonge bomen CO2 binden; maar wereldwijd onderzoek heeft aangetoond dat hoe ouder bomen worden, hoe sneller ze groeien en hoe meer biomassa ze opslaan. Willen we bossen gebruiken in de strijd tegen de klimaatverandering, dan moeten we bomen oud laten worden.
Ook schept het bos een eigen microklimaat. Door de schaduw en door de verdamping van het water in de humuslaag daalt de temperatuur. Peter Wohlleben
sparren en dennen
hun kronen werken als een paraplu: het water van een bui tot 10 liter per m² blijft compleet in hun naalden en takken hangen en verdampt weer
naaldbomen wasemen terpenen uit, stoffen die parasieten weren en dus de lucht desinfecteren; maar water bindt zich ook met deze stoffen en dus wordt het vochtiger
de spar
slaat in de bast etherische oliën op, die werken als antivriesmiddel. Daardoor hoeft hij zijn naalden niet af te werpen en kan hij ook vroeg aan fotosynthese beginnen. Hij groeit langzaam zodat winterstormen minder vat hebben op zijn naalden. Sparren houden 6 jaargangen van naalden aan de stam.
veel dieren lusten de naalden niet. Maar rode bosmieren gebruiken de naalden om hun grote nesten te maken.
de douglasspar
zijn naalden ruiken naast sinaasappel
dennen
houden 10 jaargangen naalden aan de stam.
beuken
kunnen niet goed tegen snoeien, want dan krijgen ook de wortels een flinke klap
ze houden van koele zomers, afgewisseld met zachte winters. Om een kg hout te produceren gebruiken ze 180 liter water, dit is niet zo veel, dus kunnen ze snel groeien en dominant worden in een bos
eiken
groeien in vaker in de onderetage van het bos, mbv 3% restlicht. Het duurt lang eer zij kunnen concurreren. Ze besteden veel energie aan de uitbreiding van hun wortelstelsel. Alhoewel de eik zeer oud worden (tot 1000 jaar), worden ze niet zo heel hoog (vaak niet hoger dan 20m). De bast en het hout ruikt naar looizuur. Dit produceren ze om ongedierte af e weren.
de haagbeuk
heeft meer licht nodig, groeit onder beuk niet uit tot grote boom. Hij wordt zelden hoger dan 20m. De haagbeuk kan beter schaduw en droogte verdragen dan de beuk.
elzen
kunnen overleven in drassige gronden door beluchtingskanaaltjes in de wortels: zo wordt zuurstof zelfs naar de kleinste wortelpuntjes getransporteerd. In het onderste deel van de stam beschikken hebben de bomen kurkcellen die de aanvoer van lucht mogelijk maken. Pas als het waterniveau gedurende langere tijd hoger komt dan die ademopeningen kan de els verzwakken.
berk
de witte kleur van zijn stam komt door betuline. Het wit reflecteert zonlicht en beschermt de stam daarmee voor zonnebrand en heeft ook een antivirale en antibacteriële werking). Maar de boom is voortdurend in staat van paraatheid en groeit dan ook nog snel. Hij moet zich tot het uiterste geven en put zichzelf uiteindelijk uit.
de esp of ratelaar
zijn bladeren fladderen in de wind doordat ze hun boven- en onderkant afwisselend in het licht houden. De boom kan dus met beide oppervlakken fotosynthese bedrijven, in tegenstelling met anderen die onderkant gereserveerd hebben voor ademhaling. De esp kan dus meer energie opwekken en sneller groeien; Hij heeft ook een uitgebreid wortelstelsel, waaruit honderden loten ontspruiten die zich tot flinke bosjes ontwikkelen
de es
met zijn grote samengestelde bladeren heeft het moeilijk; de schimmel Chalara fraxinea tast zijn takken aan waardoor vele bomen afsterven.
de iep
heeft last van een agressieve zakjeszwam die door schorskevers worden verspreid. De leidingen in de stam worden verstop en de boom sterft.
Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers worden door vele natuurbeheerders aanzien als pest, onder alle omstandigheden te bestrijden. Op wandelingen en vergaderingen worden ze afgeschilderd als slecht, minderwaardig, bedreigingen voor onze flora en fauna. Maar is dit zo zwart-wit of is er ook een andere kant aan?
Amerikaanse eik
is hier ingevoerd vanaf 1724
traag groeiend
opgenomen in bijlage 2 van invasieve soorten: impact beperkt of enkel in specifieke natuurlijke milieus invasief
weinig planten in onderetage; blad slecht afbrekend wat vegetatievorming verhindert
verjongt zich soms sterk, kan daardoor invasief zijn
op voedselarme bodem meer groeikracht dan inheemse eiken, en produceert waardevolle houtsoort
verjonging slechts directe omgeving moederboom of waar ze zijn gekapt
eikels voedingsbron voor veel dieren
veel soorten kevers (o.a. doodhoutkevers), zwammen enz die gebonden zijn aan inlandse eiken, komen ook op Amerikaanse eik voor; zeldzame o.a. eikenvuurzam, stekelzwam, gewone pruikzwam,
oudere bomen: holtes vleermuizen
bestrijding niet overal nodig, wordt teruggedrongen in bossen met doelstelling natuur en bij heideherstel
Amerikaanse vogelkers
hier vanaf jaren 1920
kan massaal opgroeien bij veel licht op relatief droge bodems
verspreid in gemengde bossen met veel structuurdiversiteit; competitief niet invasief
soms bestrijding nodig, soms niet; soms wenselijk maar niet haalbaar
wordt niet langer verkocht of aangeplant
bemoeilijkt verjonging andere boomsoorten, bij streven naar inheemse boomsoorten en behoud van open plekken een probleem
zie boekje van bospest naar bosboom; samenvatting op net; rapport zie p 41 en volgende
geen negatief effect op verjonging, maar vraat en andere bomen onvoldoende aanwezig
schaduw: dus bosplanten wel, planten van lichtminnende heiderelicten minder mogelijk
positief voor ontsluiting van bodem, kwaliteit strooisellaag
geen negatieve invloed op leven in bodem
90 soorten insecten (40 soorten kevers, 14 soorten rupsen van vlinders) op bloemen; ook op kersen
kersen gegeten door veel vogels
vruchten door zoogdieren: muizen, edelhert, egel, konijn, vos, marter, enz
ook schimmels gebruiken vruchten als voedsel
Gewoon om maar te zeggen dat de beide soorten ook positieve effecten hebben, dat er vraagtekens zijn bij het eenzijdig negatief belichten ervan. Het oordeel over deze soorten wordt bepaald door de beheerdoelstellingen. Vaak zijn de argumenten gewoon een rechtvaardiging van het gevoerde beleid, eerder dan gebaseerd op feiten en onderzoek.
Bomen en planten kunnen hetzelfde doen dan wij met onze zintuigen kunnen, maar dan anders en veel geraffineerder dan wij. Ze kunnen proeven, zien,ruiken, voelen, horen en hebben blijkbaar nog 15 andere zintuigen. Al de informatie die ze zo bekomen wordt verwerk in verspreide commandocentra. Een belangrijk infocentrum bevindt zich in de worteltoppen. Informatie wordt doorgegeven naar alle delen die er belang bij hebben... en dan volgt er een afgewogen actie die de verschillende noden tegen elkaar afweegt, getuigt van een optimale aanpassing aan de omgeving ... dus een intelligente actie.
Zoveel verschillen ze dus niet van ons... toch ervaren we ze als totaal anders hebben we moeite dit alles te herkennen en te erkennen. Dit komt omdat ze zich niet kunnen verplaatsen en zich daaraan aangepast hebben. Ze hebben geen organen, maar alle functies zijn verspreid over de hele boom. Dit maakt hem minder kwetsbaar.
bron: S Mancuso en A Viola,Briljant groen. Cossee, Amsterdam.