In de Kempen werden veel naaldbossen aangeplant, om te dienen voor de mijnbouw. Grove dennen kraakten als de mijngangen het dreigden te begeven en gaven zo een waarschuwingssignaal aan de mijnwerkers. Corsicaanse den werd aangeplant omdat hij mooi rechtop groeide.
Bij natuurbeschermers zijn naaldbomen meestal niet zo geliefd. Ze vinden deze ecologisch maar een woestijn, waar weinig leven in te vinden is. Toch vormen ze een eigen biotoop.
De naalden maken de bosbodem zacht en zijn voor rode bosmieren onontbeerlijk om hun grote nesten te maken.
De dennenappels zijn voedsel voor muizen en eekhoorns.
Maar bovenal: de naalden blijven aan de bomen hangen, heel het jaar door. Daardoor vangen ze meer CO2 en meer fijn stof dan de loofbomen, en ook andere vegetatie.
Bovendien geven ze bepaalde stoffen af om zich te beschermen tegen schimmels. Zo desinfecteren ze de boslucht. Op deze stoffen condenseren het vocht, waardoor er meer kans is op regen. Het zonlicht wordt 5% meer teruggekaatst. Zo wordt de lucht in het bos koel en vochtig, iets wat naaldbomen graag hebben.
In het naaldbos vinden we
grove den
reuze levensboom
aan de randen
fijnspar
een ondergroei van
vogelkers
lijsterbes
en op de bodem
varens
blauwe bosbes
braam