Peter Wohlleben is een boswachter in de Duitse Eiffel. Hij heeft een aantal boeken geschreven over het bos en de bomen erin, want hij is stilaan anders naar de natuur gaan kijken.
Natuurlijk kunnen we de reuzen in oerbossen niet vergelijken met de bossen van bij ons. Maar toch loont zijn manier van kijken de moeite...
Bomen in een bos blijken elkaar te ondersteunen. Ze zijn onderling verbonden door de schimmels aan de uiteinden van hun wortels. Bomen die het nodig hebben krijgen extra voeding van anderen. De schimmels vermeerderen voor de boom de mogelijkheid om water uit de grond te halen. Daarnaast zorgen de schimmels ook voor afweer tegen bacteriën en virussen en ook tegen andere schadelijke schimmels.
Ook op andere manieren staan de bomen in contact met elkaar: ze produceren stoffen die elkaar verwittigen voor een aanval door insecten. Zo kunnen de buren afweerstoffen maken.
Een boom is maar net zo goed als het bos om hem heen. Dit betekent ook dat bomen in de stad, langs wegen en aangeplante bomen dit netwerk moeten missen.
Elke boom is waardevol voor de gemeenschap en verdient het zo lang mogelijk behouden te blijven. Als er bomen gekapt worden, dan worden vaak andere bomen in de buurt beschadigd. Bovendien wordt de kruin in het bos verstoord, er komt meer zonlicht door. Hierdoor wordt het groeiritme van de zaailingen verstoord. Want in gewone en ideale omstandigheden moet de zaailing lang geduld hebben vooraleer hij kan doorgroeien. In een bos komt maar 3% van het zonlicht op de bodem. Dus het klein grut kan maar langzaam groeien. Deze langzame start biedt de mogelijkheid tot een lang leven. Het duurt 3 tot 10 jaar vooraleer het bos rond gekapte bomen is hersteld.; naaldbomen hebben hiervoor nog langer nodig omdat hun naalden tot 7 jaar aan de takken blijven zitten.
In veel natuurreservaten worden bossen naar hartenlust gekapt. Vaak doet men dit vanuit een liefde voor de natuur, om de biodiversiteit te bevorderen, om enkele zeldzame plantjes een kans te geven. Maar om één soort kansen te geven, vernietigt men hele ecosystemen. Sparrenplantages kunnen dienen als moeder voor loofbomenkinderen, want ze zorgen dat ze in hun schaduw groot kunnen worden.